
Het paddengebroed, maat glazen knopspeld, heeft krachtig staartjes gekregen waarmee het eigen koers begint te varen. Vormde de leg tot nu toe een kluit die zich in zijn geheel verplaatste, nu beginnen de zwarte spikkels individualistische trekjes te tonen.
Levensgevaarlijk want tegen het waterplaffond hangen met hun paarlenmoeren lijven naar beneden, honderden hongerige kinderbootsmannen die net iets groter dan een knopspeld zijn. Toen de vijver net was opgeknapt, konden de dikkopjes goed gedijen omdat er nog geen rovers waren maar dit is nu wel anders.
Mijn eerste neiging was om met een forse haal al die bootsmannen-in-de-dop het schepnet in te werken, maar met schade geleerd om handen af te houden van spontaan natuurlijk evenwicht. De bootsmannetjes vormen op hun beurt weer smakelijke hap en gehapt wordt er, in de vijver.
Gistermiddag zie ik hoe een parende glazenwasser ineens bijna verzuipt. Ze ligt op haar vleugels te spartelen en ik - schepnet toevallig in de hand - denk haar te kunnen redden. Ha ha, stom mensenwicht verbeeldt zich baas te kunnen spelen over natuur? Had ik haar laten verzuipen dan had ze een milde dood gehad. Nu kon ik alleen constateren dat driekwart lijf was weggehapt. Natuur is wreed. Survival of the fittest.
elisa op 02 juni 2003 om 10:52 uur
Leuk om te lezen! Trouwens mooi log.