
We stonden meerdere seconden onbeweeglijk oog in oog, terwijl ik de mijne niet kon geloven en zij (het bleek een zij te zijn zag ik in Petersons vogelgids) mij over haar schouder geschrokken taxeerde.
Ze was enorm en gitzwart, op haar achterhoofd na dan, waar de vuurrode vlek schitterde en blikkerde in het strijklicht van de lage zon. Ze keek nog even spijtig naar de stronk die ze voor driekwart had versplinterd maar nam met een doordringend kwuuk-kwuuk-kwuuk de wiek.
Nooit eerder gezien hier, de black woodpecker of zwarte specht met de officiële naam Dryocopus martius. Peterson schrijft:
Veldkenmerken: 46, grootste Europese specht (zo groot als een roek) met geheel zwart vederkleed. Man met iets gekuifde vuurrode kruin; vrouw alleen rode achterhoofdsvlek. [...]. Vrij schaarse broedvogel van hoog, gemengd en naaldhout in het oosten en zuiden des lands. Zwerft in winterhalfjaar wel rond.
Dat weten we dan ook weer.