
Rolberoerte krijg ik telkens van de houtduiven die - net als vorig jaar - ineens beginnen te nestelen in de conifeer waarin en waarover zich de kaukasische witte regen heeft gedrapeerd die nu zijn peulen laat rijpen, een lekkernij voor duiven.
Ze vliegen klapwiekend met veel lawaai aan, vaak rakelings over je hoofd. Dan houden ze zich een tijdje stil en vertrekken plotseling met dezelfde herrie als waarmee ze zijn gekomen. Hierop ben je niet bedacht. Dit alles pal boven de tafel waaraan wij eten en pal naast de keukendeur.
Slof ik smorgens niets vermoedend met de slaap nog in m'n ogen, met de eerste bak koffie en krant naar die tafel, of boven m'n hoofd breekt de pleuris los. Ik weet dat ze daar bezig zijn en toch schrik ik me telkens weer te pletter van hun overwacht geklapwiek. Het zijn waanzinnig knappe vliegers want als je ziet hoe hard ze komen aanvliegen en weer vertrekken tussen takken en twijgen geloof je je ogen niet.
Wat ik niet begrijp is waarom zij hun eerste nest in de klimop begroeide boom hebben verlaten om op een andere plek hun tweede legsel uit te broeden. Misschien dat de klimop te onrustig is geworden nu de jonge zangertjes daar slapen? Of gaat de houtduif nu pas aan de eerste leg? Lijkt me niet waarschijnlijk. Hoe dan ook, ze gedragen zich buitensporig verliefd. Het zijn ook geen toevallige neerstrijkers want ze wonen hier zeer waardig, bezitterig en permanent.
Ik zou wel eens willen weten of het dezelfde duiven zijn van vorig jaar die het oude plekje kennen, of een jonger stel dat denkt het wiel te hebben uitgevonden.
elisa op 29 juni 2003 om 10:30 uur