
Het notarisappeltje heeft al zijn vruchten laten vallen plus al zijn blad. De wilde appel is er niet beter aan toe. Wie wil er regen met mij delen want alle buien waaien over. Soms dreigt het even, houden de vogels hun adem in, trekt de wind aan, zien we in de verte een lichtflits, zet ik mijn klapstoel buiten om druppels te vangen maar daarmee houdt het op.
De grote walnoot, vanaf baby opgekweekt, moet worden gered. Hij zuipt elke dag minstens een badkuip water. Een onderkomen exemplaar tussen hoog opgeschoten brandnetels en bramen bleek zowaar ook nog te leven. Er hangen zelfs drie(!) noten in.
Een van beide tamme kastanjes is naar de filistijnen. Ik moet bekennen dat hij al griep had voordat de droogte begon.
De 20 jaar oude roos die de helft van zijn leven verwaarloosd in een pot doorbracht, waarvan iedereen vond dat ik hem eindelijk eens weg moest gooien, die ik verbeten naast de tobbe plantte, bloeit continu op lange stelen met mooie dikke doornen. Aan zijn voet groeit rommelige kruipflox waarin kikkertjes wonen. Elke avond pret als ik de roos sproei want dan vluchten de kikkertjes zo snel ze kunnen naar de tobbe.
De merel is behendig geworden in vijveracrobatiek. Na zo'n dag of tien oefenen maakt hij een perfecte manoeuvre. Hij staat als een reiger te spieden en duikt dan ineens op het lekkers af waarbij zijn borst het water raakt. Mocht ik hem ooit missen dan weet ik waar ik dreggen moet.
Zijn jong moet de eksteraanval hebben overleefd. De eerste dagen na de strijd vloog hij steeds met volle bek de bosjes in wat mij een goed teken leek. Nu pikt en vist hij lekkere hapjes voor zichzelf. Of de welgedane jonge merel die ik regelmatig in de voortuin zie het bewuste kind is durf ik niet te zeggen.
De duiven broeden nog altijd boven de eettafel naast de keuken. Soms vraag ik mij af of ze op houten eieren zitten. Ik heb de dagen niet geteld maar het moet onderhand welletjes zijn. De duif lost bij zonsondergang de doffer af die bij zonsopkomst terugkeert op het nest. Elke morgen spied ik omhoog of er kop of staart over de nestrand heensteken. "Alles kits op de brits?", vraag ik dan, blij dat ze heelhuids is teruggekomen.
Met de families Gaai en Ekster boven ons hoofd klinkt er permanent getjitter van de kleine zangers. Ook gaat er geen dag zonder doodskreet voorbij. Ik heb liever dat ze zich vergrijpen aan konijn waarvan we regimenten hebben. De jonge uilen lukt het kennelijk nog niet om boutjes te vangen.
elisa op 21 juli 2003 om 10:27 uur
LAAT DIE KONIJNEN OOK MAAR MET RUST.
EEN DIER IS EEN DIER EN HET AANTAL DOET ER NIET ZO TOE.