

Als dit geen donsje is van babyduif, dan weet ik het niet. Het jong wordt permanent bewaakt want een van de ouders zit nog altijd onbeweeglijk op het nest. Stak vroeger alleen een ouderlijke staart over de nestrand heen, nu toch een half achterlijf. Waarschijnlijk wordt de ruimte krapper. Soms lijkt het of er een ministaartje bij zit, maar ik wil de rust niet verstoren door lang te kijken.
Het donsje kwam zo voor mijn voeten gedwarreld. Het is zo vet dat ik na vereeuwiging de plaat van de scanner moest poetsen. Ik bewaar het in mijn schattrommel van deze lange hete zomer. Zelden heb ik zoveel uren zitten observeren wat zich hier aan leven afspeelt en ik voel me rijk. Dit zijn de zegeningen van gedwongen rust.
Vrienden vragen of ik deze maanden veel gelezen heb. Het antwoord is: geen spat! Te vlug afgeleid, te druk met luisteren en kijken want ik ken onderhand alle geluiden en heb een goed gehoor. Trekvogels zijn al vertrokken, we zijn weer onder elkaar en ik ken alle pappenheimers die hier pikken uit de volle ruif.
Gisteren trof ik aan de vijverrand een kleine glazenwasser die om welke reden ook het loodje had gelegd. Hij was ten prooi gevallen aan minuscule zwarte mieren die veel vraatzuchtiger zijn dan grotere soortgenoten. Toen ze de ogen uit zijn kop gevroten hadden lieten ze hem verder liggen, waarna mijn merel zich over het restant ontfermde. Jammer dat ik geen foto kon nemen want als een reuzensnor krulde aan weerszijde van zijn snavel een vleugel op.
Bij de kleine tobbe van 1 meter doorsnee, 40 centimeter diep, ontwaar ik elke avond weer kikkertjes in de maat van een bromvlieg. Geen idee of dit nieuwe oogst is dat net uit het water is geklommen, of miniatuurtjes die een zwemmertje komen maken. Mijn hemel, wat een smakelijke hapjes! Als daarvan iets volwassen wordt mag dat wonder heten. Geen ouder die over hen waakt of hen de weg wijst.
elisa op 01 augustus 2003 om 11:20 uur