
ONDER HET VEE
En toen de zomer dan toch weer was teruggekeerd
en wij dus weer zaten te drinken bij de rivier.
Zijn oude armen bewogen nog, naar daar, die wereld
dat langzame, eeuwige leven van vee in de verte.
Ieder mens zou een dier moeten zijn, moeten sterven
in de herfst, en in de lente weer worden geboren.
Of, ieder mens zou een rivier moeten zijn, komen
zonder verlangen te blijven, gaan zonder heimwee.
Zo zaten we dus weer te drinken daar, tegen de tijd,
oude verhalen, oude jenever, maar de zon ging wel onder.
En hij sliep in. Omdat de wereld insliep. Zwart
zat hij bij de rivier, zwart gat in het uitzicht.
(Rutger Kopland, Geduldig Gereedschap, 1993)
Vanavond, na Het Oog een interessante herhaling van Een Leven Lang:
Rudi van de Hoofdakker (1934, Goor) tot 1995 hoogleraar biologische psychiatrie aan de Rijksuniversiteit van Groningen specialiseerde zich in depressies, kunstlicht- en schoktherapie. Hij debuteerde in 1966 als dichter onder het pseudoniem Rutger Kopland met de bundel Onder het Vee en kreeg in 1988 de PC Hooftprijs voor zijn poëtisch oeuvre. In Een Leven Lang vertelt de dichter/psychiater over eenzaamheid, het dichten, de studententijd en zijn werk als psychiater..
fregfe