
Polman praat vanuit grote betrokkenheid en uit eigen ervaring over de eenzijdige berichtgeving. “Ik stel me dat wel eens voor: als je Amerikaanse journalisten naar Amsterdam haalt op uitnodiging van het Leger des Heils en ze worden van het ene slaaphuis naar het volgende tehuis voor daklozen gebracht, en je ziet allemaal zwervers met een kopje soep zitten. Als dát jouw informatie is over Nederland dan krijg je een heel raar beeld over Nederland. Dat is met Afrika ook zo. Als kranten zich alleen maar vullen met persberichten van hulporganisaties dan krijgen wij dus het idee dat heel Afrika doodgaat van de honger of van de AIDS.”
Het was een herhaling van 28-12-2002, dit gesprek tussen Simek en
Linda Polman. Het gaf een ontnuchterende kijk op hulporganisaties, journalisten en hulp in het algemeen, met name uit Europa. Door het dumpen van onze overschotten (winkels zijn bijvoorbeeld vergeven van de diepvrieskippen) maken wij de Afrikanen werkeloos.
Herinner ik mij de verhalen van mijn moeders twee broers die hun leven als Witte Pater in Ruanda verbrachten. Die hadden in de jaren zestig voor hulp uit onze contreien weinig goede woorden over, maar wel veel anecdotes. Van ontwikkelingsgelden werden op zeker moment hutten van sanitair voorzien om de hygiëne te bevorderen, wat op zich een nobel streven was. De bewoners die dit westerse cadeautje ten deel viel gebruikten het naar eigen inzicht. Wc-brillen werd van de pot gesloopt en als schilderijlijsten aan de wand gehangen en in de badkuipen werden de zoete aardappels bewaard.
elisa op 24 augustus 2003 om 09:24 uur