
De ogen maar eens naar binnen gericht. In elk vertrek knarst onder elke voetstap zand. Het stof op tafels en kasten ligt er ontvankelijk bij; uitnodigend om er mijn naam in te schrijven. Ik ben vies zou onderhand ook kunnen.
Zomergoed zwerft in wasbare hoopjes rond. De strijkplank moet worden onthaard; want is alleen nog door de katten gebruikt om op te slapen. Zodra het regent ga ik doen. Ik wacht op regen.
Ik zie de wolken overzweven, samenklonteren, van wit tot grijs verkleuren en zich weer scheiden van elkaar, maar druppels kunnen ze niet missen. De wind is om. Ik wacht op regen. Ik had geen plannen iets te doen voordat het gutst.
Geen nood, hier in België regent het al stilletjes maar zeker. Het is trouwens een goed idee, strijken als het regent! Ik ga er meteen aan beginnen...