
Krabbescheer uitgedund en de overtollige planten in de wilde vijver op het voorerf gedumpt die het met restjes van achter en zonder verzorging moet doen. Ook daar veel libellen, salamanders, slakken en kikkers. Het water is opmerkelijk helder.
De wat miezerende witte waterlelie dieper gezet wat nog een heel gedoe was omdat de wortels zich aan de steentjes van het afdekspul hadden vastgezogen. Toen ik de pot met een hark wilde wegduwen, trok ik de hele afdekflap mee.
Met gevaar voor leven zaaddozen geplukt van de gele lis die alleen in de rietpoel mag groeien. De tak hing over naar de vijver en liet al zaden vallen. Nat pak vind ik geen ramp, maar die bloedzuigers vind ik niet lekker.
Tot m'n verrassing zag ik tubifex in de vijver. Het krioelende goedje dat we vroeger - in aquariumtijden - bewaarden in de spoelbak van de wc. Geen wonder dat de levende have het zo goed heeft.
Het zwartverdroogde blad tussen de schoenlappersplanten geruimd. Toen ik op een schaduwrijk plekje een blad optilde, lag daar in een kuiltje Ploepje de Pad te pitten. Verbazender was, dat er om hem heen ook kleine salamandertjes lagen. Door het oplichten van het blad werd het hele boeltje wakker. Sorry, zei ik. Blad teruggelegd en met een tweede blad toegedekt.
Dat grote salamanders aan de wandel zijn, oke. Maar dit was al de tweede keer dat ik hele kleintjes tegenkwam aan land. En een pad eet geen salamanders, was mijn volgende gedachte.
elisa op 21 september 2003 om 11:53 uur