
Zoals de Barbaar in China beloofd, inspecteerden wij gisteren de kattenbak terwijl we prijzende woordjes en zachte aai rondstrooiden naar de levende have, die ons minzaam ontving. De bak was schoon, er stonden brokjes en de katten zagen er glanzend en opgewekt uit.
Er wordt dus goed gezorgd, maar de speciale opdracht luidt om ze een portie liefde te verstrekken. Thomas zat in het zonnetje op tafel toen we kwamen, Floortje lag soezerig op de bank maar Chris de logeerkat was nergens te bekennen. Opgehaald?
Zo zaten wij geruime tijd ieder op een bank met een kat te converseren. Thomas vroeg nog beleefd of hij thee moest zetten maar dit sloegen we maar af. Hij heeft een goede opvoeding genoten. Aan heel zijn houding was te merken dat hij zich gastheer voelde die het ons naar de zin moest maken.
In hun jeugd hebben ze meerdere keren bij ons gelogeerd. Daar kwam een eind aan toen onze Floris tijdens de laatste logeerpartij een felle irisontsteking kreeg. Via de angstige grenzen op leven en dood eindigde zijn boze rode oog na lange tijd pas in de diagnose: suikerziekte.
De logees vormden aanvankelijk geen probleem, maar de ellende wilde dat Thomas, oerkater in hart en nieren, meteen bij de eerste sporen van Floris' zwakte met scherpe klauwen de macht greep. Dit ging zo ver dat Floris verre van zachtzinnig uit z'n eigen kamer werd gemept, van zijn bed, uit zijn mandje en uit zijn eigen stoel. Sindsdien kan Thomas er hier niet meer in.
elisa op 22 september 2003 om 12:56 uur