
Gatsie. Binnen. Muf. Duf. Lampen op.
Hele volksstammen hebben hiernaar uitgezien omdat ze dit gezellig vinden.
Ik kon nog net buiten mijn eerste kop koffie drinken. Staand, want alles was zijk. Ik zag mijn eek de eik inklimmen. De pot met lathyrus bleek op zijn snufferd te zijn gewaaid. Brrr, tien graden met strakblauwe lucht. Sombere wolken die uit het noorden kwamen aangestoven en een scherpe zon die nog net zijn gezicht liet zien.
Onder het afdak een sjaggie roken wordt minder genoeglijk, al kijk ik nog altijd liever naar het natte bos dan naar de muren. IJskoude poten in zomerschoenen met gesleten zolen. Dunner rollen en uiteindelijk weer stoppen?
De roos heeft nog zo'n twintig knoppen te gaan mits er geen nachtvorst komt. De tamme kastanjes zijn dikker dan ooit maar nog niet rijp. De eekhoorns geven wel aan als ze gaar zijn.
Alles wat rest van de gouden zomer is een onopvallende verzameling kleine zangers dat het erf door dik en dun trouw blijft. Roodborst, winterkoning, boomkruipers/klevers, mezen, enkele merels en de bonte specht.
elisa op 23 september 2003 om 10:42 uur