
Dan werd ik door opa op een stoel gehesen terwijl oma mij verwijtend maande eerst mijn schoenen uit te trekken. Mag je thuis toch ook niet? Ik wierp tegen dat er thuis op het hoge buffet niks te kijken viel.
Terug op de grond peuterde ik met stramme vingers mijn hoge veterschoenen los, terwijl opa naast de stoel bleef wachten. Als ik zover was en ongeduldig de stoel op wilde moest ik mijn kniekousen optrekken. Daarmee bezig zag ze natuurlijk hoe zwart mijn handen waren en gingen we eerst naar de kraan. Het had elke keer weer heel wat voeten in aarde.
Maar dan geschiedde toch het wonder dat ik samen met opa, mijn hand in de zijne, de kleurige madonna mocht aanschouwen die boven op de hoge broodkast stond. Opa was vroom en prevelde weesgegroetjes terwijl ik alleen maar genoot van het wezenloos mooie beeld in haar blauwe mantel, in mijn herinnering bezaaid met gouden sterretjes.
Deze herinnering knalde erin toen ik de kamer betrad van overleden tante en ademloos naar haar felgekleurde madonna staarde. Die is van opa, bracht ik snakkend uit, maar neef T. zei dat het nep was. Dat ze die had gekocht op een Italiaanse reis. Ik wierp niet tegen, al zei mijn gevoel dat ik goed zat.
In de loop der maanden kwamen meer herinneringen. Hoe het beeld al onder de oorlog bij ons woonde in de kelder waar we met opa en oma leefden. De rest van hun inboedel was opgeslagen in een ruimte waar band uitbrak. Alles ging in vlammen op, behalve de madonna.
De taxateur kwam en het beeld bleek niet Italiaans, en evenmin modern. De loting is achter de rug en ik heb het gewonnen. Over veertien dagen kan ik het, deo volente, halen. Laat er geen brand uitbreken ondertussen!
elisa op 22 oktober 2003 om 18:11 uur