
Heel wat erger dan satire over het koninklijk huis vind ik het openlijk of besmuikt besmeuren van privé personen waarvan een ambtenaar op justitie en een limburgse geestelijke recente voorbeelden zijn. Er blijft er iets smoezeligs rond deze mensen hangen, zelfs als ze worden vrijgesproken.
De satires rond het koninklijk huis zouden nauwelijks ergernis uitlokken als het 'me too' gehalte niet zo hoog was en de kwaliteit van de naäpers even hoog zou zijn. Hoe je het keert of wendt, er blijft verschil tussen plaagstootjes-met-knipoog en banaliteit. Het oeroude gezegde dat over smaak niet valt te twisten, is je reinste geborneerde onzin. Wie nooit anders dan gehaktbal eet zal nooit biefstuk lusten waarop hij moet kauwen.
Het kenmerk van goede satire, gespeeld of geschreven, is de knipoog die tussen de woorden schemert. Camus en Mulder in de Volkskrant zijn hier meesters in. Zelden wordt er gal gespuwd zonder dat ergens een draai volgt die het lachwekkende en de betrekkelijkheid van het geschrevene laat zien zodat de lezer wordt gedwongen na te denken. Vakmanschap van de bovenste plank die in een reeks van lange jaren is gevormd.
Wie, na protest van slachtoffer of lezer, verontwaardigd roept dat het maar satire was (en dat de lezer dit had moeten begrijpen) heeft het genre meer achter de elleboog dan onder de knie, om het maar even plastisch uit te drukken. Wil ik ook nog wel melden graag naar de biefstuk van Spijkerman te kijken, maar de gehaktbal van BNN te laten liggen.
elisa op 10 november 2003 om 10:12 uur
Helemaal waar!