

Zes uur gereisd om drie uur over een tentoonstelling te zwerven. Nooit eerder gedaan, maar het is geweldig bevallen.
Rond kwart voor tien stapten we op de ICC naar Keulen. Omdat de Hollandse dienstregeling in de prak lag kwakkelden we tot aan de Duitse grens, waarna we op enkelspoor achter een boemeltje raakten. We waren met z'n zessen dus het mocht de pret niet drukken. Zo'n Duitse trein is reuze comfortabel en ook nog prettig om te zien.
In Keulen overgestapt op de trein naar Bonn en tot slot per metro (lijn 66) naar de Kunst- und Ausstellungshalle der Bundesrepublik Deutschland waar we rond twee uur arriveerden om de Schätze der Himmelssöhne" tot ons te nemen, de Keizerlijke verzameling Chinesche kunstschatten die - na jarenlang verstopt te zijn geweest - ooit in Taipeh weer was opgedoken en daar wordt bewaard.
Een prachtige, gevarieerde collectie die nog tot 15 februari a.s. in Bonn is te zien. Te beginnen bij het bronzen vaatwerk uit de Neolithische tijd (stukken uit 1200 voor Chr.) en eindigend in de negentiende eeuw toen Chinees naar mijn smaak tamelijk overdadig begon te worden. Tapijten, borduursels, roltekeningen, schilderwerk, steengoed, jade, houtsnijwerk, potterie, porcelein. Van alles liggen, staan en hangen er de beste stukken ooit bewaard.
Na alles gezien te hebben vond ik het aardewerk uit de Sung Dynastie (960-1279) het meest indrukwekkend. Eenvoudige schalen en kommen in effen glazuur. De schotels en kommen perfect van vorm en nog stralend van kleur na zoveel eeuwen. Het aandoenlijke jongetje stamt uit dezelfde periode.
elisa op 10 december 2003 om 19:52 uur