
Gezeten op een comfortabele bril in een verwarmde ruimte, dacht ik terug aan vroeger jaren. Mijn herinneringen dwaalden naar dat fantastische kakhuis buiten. Jas aan en de muts eerst op. Dan liepen we hand-in-hand door de kou in het duister naar het verderop. Werd de kromgetrokken deur ontgrendeld en een kaarsje aangestoken. De ton waarop een hele brede houten bril lag met een klep erop. Broek onhandig naar beneden door de jas, en dan werd ik op het hout getild. De witte deur waaruit een hartje was gesneden ging op mijn verzoek dicht. Door het hartje kwamen ze steeds vragen of ik klaar was. De mixte geur van alle poepen daar beneden stonken als acht varkens in het hooi. Je ging er helemaal naar ruiken.
Jaren later een tegen het huis aangebouwd toilet met spoeling. Het huis had slechts één verwarmde kamer. We gingen te bedde met petjes op onze kop en geitenwollen sokken aan. Bij zware vorst trok je voor het pissen laarzen en de jas aan. Als je op het plastic ging zitten vroor je eraan vast. Er moest een krantje tussen bil en bril.
Comfort is maar comfort en heeft nul komma nul om te lachen of creatief te zijn. Comfort is zo geestdodend als de pest.
elisa op 06 januari 2004 om 23:23 uurComfort geeft U de tijd na te denken over een plezierig leesbare log!
Comfort geeft mij tijd om met iets anders bezig te zijn dan me zelf warm te houden!