
Voor het eerst na lange stille maanden het houtduivenpaar uitbundig horen koeren terwijl zij, hoog in de eik gezeten, rustig neerkeek op haar wereld en op mij. Een weduwduif heeft niks te koeren, gaat geen nieuwe verbintenis aan en zal geen nest meer bouwen. Ze existeert en wordt hoogstens geduld. Misschien dat we de komende maanden weer vriendschap kunnen sluiten.
Een troep kraaien heeft zitten vergaderen in het sleetse dennetje boven H's range rover. Gelukkig dat mijn auto gewoon opzij in het gras is blijven staan. De zijne lijkt nu op een donkerblauwe vliegenzwam.
Al een tijd huist hier een vogel die zingt alsof het alarm bij de buren afgaat. Je zou hem ook voor kookwekker kunnen verslijten. Het zou een draaihals kunnen zijn.
Van het schoteltje walnoten verdwijnt er elke avond eentje. Eekje opereert niet in het donker, dus ik heb zware verdenking tegen de muisjes die na zonsondergang het vogelbordje komen schonen. De kist bij de keuken helt een beetje. Als ze een noot uit het bakje wippen rolt die eraf.
Ik heb eens een noot vertrapt in het donker. Vroeg me af wie die had laten vallen. Doppen terug in het bakje. Waren de volgende morgen leeg.
De dagen lengen en de vogels oefenen hun kelen om straks op vrijersvoeten te gaan. Behalve waarschuwingsroepjes klinken nu ook geleidelijk de voorjaarsmelodietjes door. Wat mij betreft mogen de weermannen en -vrouwen die ons al weken sneeuw beloven die koude troep wel houden.
elisa op 25 januari 2004 om 10:44 uur