
Nou, die kinnesinne van Ros naar Mak heeft voornamelijk te maken met het veelvuldig verschijnen van Mak z'n kop op tv. Gelukkig is hij in het bespreken van het Europaboek wat tweeslachtiger, zoals hij zelf zegt. Wat neerkomt op één grote, ademloze lofzang.
Hij vergelijkt hem met PJ Bouman (Revolutie der eenzamen, 1953) die de geschiedenis trefzeker neerzette louter aan de hand van documenten. Behalve dan dat Mak zoveel heerlijker schrijft en journalistiek onderhoudendender is, iets wat Bouman in zijn tijd eigenlijk ook al deed.