
Fiep heeft haar lesje geleerd. Zowel gisteren als vandaag verscheen ze al om kwart over tien toen wij koffie dronken, in plaats van rond enen bij de lunch. Waarom komt ze altijd als wij in de keuken zitten? Ze stevende rechtstreeks op de drie noten af en gunde zich geen rust voordat ze ze allemaal had ingegraven onder de witte regen. Toen kwam ze voor de vierde maal terug om op haar gemak nog eens broodjes te eten.
Opgewonden kattenkreten uit de keuken deden vanmorgen vermoeden dat er iets bijzonders gaande was. Het was kwart over tien. Toen ik nieuwsgierig kwam aangelopen zag ik Fieps staart nog net achter het kratje verdwijnen. Ze holde met noot naar een border waar ze hem vaardig begroef en kwam terug om de volgende te halen. Dit alles in een vaart die de katten met stomheid sloeg.
Waarempel daar was ze weer. Zonder zich iets aan te trekken van de vier ogen die haar wel konden verslinden, gluurde ze even naar binnen. Net of ze wilde weten of wij er ook waren. Pluis lag van opwinding te klappertanden. Floris zette een paar maal zijn poot tegen de ruit of hij vriendschap wilde sluiten. Fiep trok zich van niemand iets aan, voelde zich meester van haar domein en knabbelde langdurig en met smaak aan haar bruinbrood met kaas.
De show was nog niet over. Nadat ze voldoende van het schoteltje had gegeten huppelde ze weg, de trapjes af naar de vijver waar ze dronk. Daarna deinde ze om de vijver heen de heuvel op waar ze een aantal vreemde bokkensprongen maakte tot ze ineens verwoed begon te graven. Met een walnoot in de bek klom ze naar een knoest van een dikke den om haar toetje te eten.
