
Zo'n heerlijke dag om het poeltje eens op te schonen en er rottend blad uit te vissen. Doe ik uren over want ik ben zo'n softie dat ik het levende uit het schepnet weer terugzet. Elk kriebelend gevalletje is weer voedsel in de keten. Er blijken ook salamanders te zitten en dat is op deze plek nieuw.
Oke, niet teveel onrust stoken in die halve kuub water. Dan maar dor blad wegharken uit de planten eromheen. Het ijzeren harkje bevalt niet. Beter een takkenbosje genomen. Ik peuter meteen de bronzen kikkers weer uit de grond, jaren terug in Indonesie langs de weg voor een riks per stuk gekocht. Ik fatsoeneer de planten en veeg met forse halen het dorre blad weg uit de wintergroene varen (nouja, wintergroen) die goed begin uit te lopen.
Wie heeft die bronzen pad helemaal vanaf de andere kant hierheen gesleept? Ik strek mijn hand uit om hem op te pakken en zie hem ineens loom met zijn ogen knipperen. O jee, pardon, stamel ik beleefd. Tuin er ook altijd weer in. Gelukkig dat ik geen hark gebruikte.
Er gaat me een lichtje op. Die meters en meters eiersnoeren in de grote vijver, zijn die soms van jou? Ik wacht het antwoord niet af leg een flinke hand varentakken over hem heen. Hij is werkelijk niet van namaak te onderscheiden.
elisa op 17 april 2004 om 16:26 uur