
Gelukkig regen, al had ik liever zon voor mijn eigen humeur. Maar bomen en rhodo's zijn na de voorbije zomer toch al een beetje pieterig en hard aan vocht toe. Er valt nauwelijks te planten zo droog als het is, en de vijver staat centimeters onder gebruikelijk niveau.
Van het paddensnoer in de kleine tobbe is niets terecht gekomen. De zwarte stipjes hangen nog altijd bewegingloos in dril dat steeds troebeler en vuiler wordt. In de grote vijver gaat het nieuwe leven wel voor de wind. Een duizendkoppig legioen zwarte erwtjes (extra fijn) heeft zich met transparant staartje naar de ondiepten geroeid waar de watertemperatuur behaaglijker is. De gevaren zijn daar ook groter want eksters en merels hebben op hun jacht naar waterslakken al gezien dat Eldorado in aantocht is.

In het spiegelbeeld van de bomen spartelen zij hun solitaire gang.
Ontroerend om te zien hoe die speldenknoppen op hun eentje de grote plas overzwemmen. Dikkop staat tot vijver als Kaaskop tot IJsselmeer. Terwijl ze geen ouders hebben of iemand om op hen te passen. Bootsmannen, kevers en salamanders lusten hen rauw. Slechts een dozijntje van dit duizendtal zal de volwassenheid bereiken. De rest groeit op als hapje voor de lekkere trek. Hoewel ze nu nog allemaal een eigen zieltje hebben en een veelbelovend leven voor de boeg. Voer voor filosofen.
Mijn eigen merel, die deze winter weinig verlegen naast me kwam zitten eten, heeft een stomme plek gekozen voor haar nest. Wilde ik gisteren een draad spannen, schoof ik met wijds gebaar de slappe bamboe opzij die groeit voor de gouden bamboe met dikke stammen, en kijk ik recht in haar ogen en nest. Ik schrik me wezenloos maar zij blijft gelukkig rustig zitten en ik hang het bamboegordijn weer terug. Blijf wel wieden en vegen op en rond de stenen stoep bij de tobbe. Hoor haar een paar keer ritselend vertrekken en weer komen. Die droge bamboebladen maken voor mensenoren al een helse herrie.

Boos naar de blauwe regen turend die alweer niet bloeit - terwijl de witte wie immer een waterval bloemen produceert - zie ik dat Fiep een walnoot heeft verstopt in het uitgewoonde nest dat daar al jaren zit.

De eerste jonge zanglijsters hippen rond, maar de jacht op babyvogels is nu ook geopend. Van eentje heb ik alleen maar vleugels teruggevonden die via ragdunne beentjes nog met elkaar verbonden waren. De rest was er tussenuit gegeten. De natuur zelf fokt scharrelkip om verorberd te worden door hogere soorten in de voedselketen. Niets menselijks is de dieren vreemd.
elisa op 07 mei 2004 om 10:54 uur