
Een zee van gevallen bloemen ligt onder de notenboom. Ik verdenk die verdraaide parelhoenders van een eind verder. Die rauschen hier vaker over het erf en kunnen de boom in vliegen omdat ze niet gekortwiekt worden. Krengen zijn het.
Fiep doet zoiets niet. Die weet instinctmatig dat elke bloem een noot kan worden. Maar die parelhoenderloeders happen in alles wat ze te pakken kunnen krijgen. Als ik ze te pakken krijg gaan ze de pan in! Er waren er trouwens ooit acht. Waar zouden die andere zes zijn gebleven?
Aan Beer heb ik niks. Want als ze hun krijserd opentrekken verdwijnt de hond met zijn staart tussen de benen.
elisa op 12 mei 2004 om 21:43 uur