
Pa merel hipte met een bek vol wormen nerveus over het dak van de schuur heen en weer, pal naast de bamboe waar het nest was. Vreemd. Daar moest ik het mijne van hebben. Niet moeilijk, want het houten hok vormt een perfecte klankkast. Luid en duidelijk zat daar een kind te krijsen dat daar gisteravond per abuis was ingesloten. Met het jong klonk gelukkig niks mis.
Er hippen wel vaker dwaalgasten binnen. 't Is een bedrieglijk hok want opzij zit een raam dat ze, met nare gevolgen, voor uitgang kunnen verslijten. We weten ondertussen dat je eerst aan de buitenkant een tafellaken voor het raam moet hangen voordat je de deur openzet.
Vanuit de keuken hebben we toegekeken hoe eerst pa merel met volle bek de schuur in ging en er alleen weer uitkwam. Er volgde een reeks voederbeurten, beurtelings door pa en ma, die toen het jong voldoende had ontbeten, met haar verleidingskunst begon.
Kwikkend en buigend met vleugelgebaartjes en zoetgevooisde keelgeluidjes hipte ze telkens naar de drempel en weer enige meters meter achteruit. Aanvankelijk zonder succes, waarna ze terugging naar haar andere jongen in het vrije veld, om na een minuut of tien voor een herhaalde poging terug te keren.
Had ze het jong eindelijk tot de drempel, stoof Beer langs het pad. Zij keek daar niet van op, maar de kleine vluchtte terug in het donker en zette een zielige keel op. Kon de hele lokmanoeuvre van voren af aan beginnen.
Eindelijk kwam dan het kleine ding schoksgewijs de drempel over. Een donkerbruin eitje dat plompverloren op de tegels bleef zitten alsof het niet bereid was nog één stap te verzetten. Het duurde nog minstens drie kwartier voordat ze hem veilig onder de hei had gekregen.
Wat een volharding!
elisa op 30 mei 2004 om 11:46 uur