
Wat ons in Moskou aangenaam trof was hoe relaxt de mensen zich daar voortbewegen. Nergens hollen, haasten, trekken, duwen, botsen of de pas afsnijden. Niet op straat, niet in een wachtende rij, niet in de metro. Hoogstens in een museum waar de duwers zonder uitzondering Spaans zijn of Italiaans, Frans, Duits, Amerikaans of Hollands. De meeste toeristen waren gelukkig Russen in eigen land.
Moskou is nog niet ingesteld op buitenlanders. Van mij mag dit zo blijven. Het puzzelen op straatnamen en uithangborden heeft zo zijn eigen charme. Met handen en voeten je bedoeling duidelijk maken aan een stugge Rus vereist een hoge vorm van mime. H. was hier na zijn omgang met Chinezen een ware meester in. De Rus is trouwens niet zo nors als hij wordt opgediend. Hij blijkt bij brekend ijs spontaan te lachen en ontdooit dan snel.
Maria, onze Karelische gids (waarover later) zei dat we best Russen hadden kunnen zijn hetgeen wij als compliment ervoeren. Het enige verschil tussen ons en de Russen, zei zij, is dat wij weten wanneer we met drinken moeten stoppen en de Russen niet. Persoonlijk vond ik wodka smerig brandende spiritus met een verholen dropsmaak. Geen wonder dat hele volksstammen het mixen met tomatensap of jus d'orange. Doe mij maar Aquavit maar dat hadden ze natuurlijk niet.
Drinkers laten hun lege flessen of blikken op straat staan. Armen verzamelen dan glas en blik en vangen het statiegeld. Zie je hier niet gebeuren. Zijn we te zuinigjes voor.
Ze hebben een ordelijke manier van bier klassificeren. Nul is alcoholvrij, en drie, vijf of zeven duidt een oplopende hoeveelheid alcohol aan. Russisch heerlijk helder!