
Nu is het gebeurd met de pottenbakkerij, lange tijd het vrolijke hart van de abdij. Voor ons tenminste want oom Jan voerde daar met de broeders Mattheus en Michael de scepter. Op zijn overlijdensbericht (2001) stond de zinsnede: Na een verblijf in de abdij van Fontgombault richtte hij in 1970 onze pottenbakkerij op. Aan zijn werk en aan zijn omgeving stelde hij hoge eisen.
Hier moet ik om glimlachen want de hoogste eisen stelde hij zichzelf.
Hij had het pottenbakkersvak geleerd op de abdij van Fontgombault, maar hij kon evengoed schilderen, glazenieren of metaalbewerken. Hij stelde prijs op goede omgangsvormen en goede smaak maar of je dit veeleisend kunt noemen? Hij was erudiet, wist alles van antiek en kunst. Het valt ook niet te ontkennen dat hij zich heer en meester voelde in zijn atelier. Maar hemel, wat hebben we daar niet gelachen met hem en beide broeders.
Noem het nostalgie. Liever nog weemoed want ditt klinkt net een traantje meer.