
Uitgemergelde snuiten met wallen onder ogen, bottige plekken waar sappig vlees hoort te zitten. Dwars door de knieen klappend, vertwijfeld naar het hoofd grijpend, wankelend op de poten gestut moeten worden. Afzien. Verzuren. Niet alleen spieren, ook sociale contacten. Alles in dienst van de overwinning. Dit nu wordt sport genoemd en gezond.
Als je dalijk je medaille kunt ophalen dan is dat historisch, zegt de verslaggever, want dit is een koningsnummer.
Mij is ontgaan hoeveel koningsnummers er ondertussen zijn, maar ik heb deze term om de haverklap gehoord. Modeverschijnsel misschien.
Weet je wat ik nou mooi vind? Ankie met paard. Niks verzuring, moede benen of uitgemergeld naar adem snakkend achter de reclameborden liggen kotsen.
Zij kan niet buiten hem, hij kan niet buiten haar. Zij is de hersens, hij de benen. Zij legt verleidingskunst in de strijd, hij het protest als iets hem niet zint. En dan toch in perfecte samenspraak daar komen waar ze willen wezen. Zij bij de medailles en hij bij de suikerklonten. Bleek van spanning maar toch niet schuimbekkend van ellende.
Hm. Ik geloof niet dat sport ooit mijn geloof zal worden.
En wat dacht je dan van Inge de Bruijn, die naar haar overwinning zei, dat ze "onsterfelijk" en "legendarisch" was geworden door haar prestatie.Vlak na je overwinning zoiets zeggen, allá, maar úren later zei ze het nog een keer. Dan lijkt sport me niet goed voor je karakter.