
De jacht is geopend. Exact 18 dagen later dan vorig jaar zie ik bij het buitenkomen dat iemand door mijn walnoot springt. Alleen is, alsjemenou, die iemand niet Fiep maar haar donkergekleurde zusje (of broer) met wie ze vorig jaar ook kwetterend de oogst aan noten, eikels en tamme kastanjes deelde. Ik heb het zwartbruine ding verder de hele zomer niet gezien, maar het is evenals Fiep alive and kicking.
Hoewel ik mij voornam nooit een snik om Fiep te laten mocht zij ooit verdwijnen zonder afscheid nemen raak ik ongerust. Waar is Fiep verdorie? Dit is haar hoogtepunt van het seizoen. Bij een tweede ronde door de tuin zie ik haar, ondanks haar grijzende vacht in het grauwe morgenlicht, roodvlammend in de weer. Met die sleetse staart die zo typerend voor haar is en een zwaar leven verraadt.
Ik ren van verre af op de boom en Fiep laat zich totaal verrassen. Ze begint oud te worden en minder alert. Ze blijft als vastgenageld zitten op de tak waar ik haar betrap. Als ik een havik was kon ik haar pakken. Dan herstelt ze zich zo goed en kwaad als gaat om een goed heenkomen te zoeken. Gelukkig voor haar ben ik geen rover want nergens biedt het naaldengroen meer dekking.
Er is na de droge zomer van vorig jaar geen naaldboom meer over die beschutting biedt. In de loop van deze zomer is de schade pas duidelijk geworden. Het zo goed verborgen nest waarin zij in het voorjaar jongen baarde hangt er wanhopig zichtbaar bij, evenals het speelnest dat zij voor haar vrijer bij de vijver bouwde.
Het is niet vanzelfsprekend meer dat hier een eekhoorn woont. Ai.
elisa op 20 september 2004 om 10:55 uur