
Had jij geen suikerkat?, vraagt hij. Ik zeg van wel. Ik zeg dat die handenbinder al vijf jaar still going strong speelt en nog geen tekenen van levensmoe vertoont. Dat wij hem tweemaal daags onder handen nemen en een prik in zijn donder spuiten.
Hij vraagt hoe oud. Bijna vijftien, zeg ik.
Sommigen kunnen met gemak wel twintig halen, grijnst hij.