

Zoals Fiep haar noten ingraaft voor de winter, hamster ik bestanden op mijn desktop bij elkaar. Dit slaat als tang op varken, maar een dringende aanmoediging de boel eens op te ruimen kan ik goed gebruiken.
Zie ik wel, tegen een uur of vijf, hoog in de sparren twee eekhoorns komen. Ze springen samen op van tak naar tak totdat hun wegen zich even splitsen. De een zoekt het hoger op in de douglasspar, de ander daalt af - verrek zeg - naar de lage spar met het voormalige werpnest waarin afgelopen voorjaar drie jongen zijn grootgebracht.
Het gaat allemaal te dartel en te snel. Ik kan niet zien of het Fiep zelf is die het nest inspecteert. Toch moet het aantal eekhoorns dat deze goedverborgen plek kent beperkt worden tot Fiep, haar vrijer en haar jongen. De jongen zijn echter meteen op de eerste dag dat zij het nest verlieten meegenomen naar het grotere bos aan de overkant en hier niet meer teruggekomen.
Het werpnest wordt maar vluchtig bekeken. De bezoeker gaat er even binnen en meteen weer uit. De spar heeft naalden verloren zodat ik zie wat er gebeurt. Maar ik doe net of ik niet kijk.
Overal lees je dat eekhoorns solitair leven, maar Fiep heeft - zo leek het al vaker - een maatje. Ofwel, het lijkt er toch weer op dat wij twee eekjes in de kost hebben.