
Een Belg eet taartjes en een Hollander gebak.
Taartjes zijn reuze lekker gesoesde, gebladerdeegde of geschuimde frivoliteiten vol gele room, eiwitgedoe en andere doorluchtigheden. Het ziet er prachtig uit, elk hapje is een verrassing en huppelt over de tong.
Gebak daarentegen is meesttijds opgebouwd uit plompe lagen cake waartussen hetzij smakeloze slagroom (al dan niet met een zuinig vruchtje erop), hetzij moddervette botercrème. Al naar gelang de smaak die verbeeldt moet worden, is de botercrème beige, bruin of roze. In alle gevallen smaakt hij noch naar mokka, noch naar chocolade. En al helemaal niet naar roze.
Bij extra feestelijk gebak is de hele mop cake, inclusief smeuiigheden, in een (vaak rose) marsepeinen deken gewikkeld die uitsluitend naar zoet smaakt.
Hoe ik hierop kom? Omdat ik uitgerekend voor de kerst heb besloten uiterst zuinig taartjes te eten, en al helemaal geen gebak.
Of oliebollen.
Of kerstballen met slingers.
wat een wereld-idee!
en dat zegt ze nóú pas...