
Op 't dorp verderop is een gewichtige bakker die moet optornen tegen een nog gewichtigere banketbakker. De broodbakker is voor de zoveelste keer aan het verbouwen en verhandelt nu bakkerswaren in een noodonderkomen met nooddames die de toko op hoogstaande wijze draaiende houden. Ik bedoel dat je daar het ordinaire woord 'brood' amper hardop durft uitspreken.
Ik vraag de Marilyn die wacht loopt een half pond koekjes.
Ze kijkt me met haar volmaakt opgemaakte koeienogen vanuit de hoogte aan. Haar mond zakt een beetje open en ze bevochtigt haar lippen.
Wat zei u?
Half pond van die koekjes alsjeblieft.
Ze tuit haar glossy mondje, strijkt een lok achter haar oor, kucht, gunt mij blikken die kunnen doden en stamelt : hoeveel is dat ook alweer?