
Neem Vader Campert. Na zoveel jaren voetstuk er ineens postuum afgesodemieterd. Op grond van door anderen van horen zeggen want Campert zelf kan er niet tegenin en kind Campert was nog piep.
Hadden ze dit niet eerder kunnen ontdekken? Het had toch allemaal ook in Lou z'n tijd wel opgediept kunnen worden? Maar nee. Hier en Nu. Drastisch. Dramatisch. Hoera. Broodnodige sensatie. De Campertstichting overweegt naamsverandering.
Neem nou Lubbers. Wie zal het zeggen. Wat voor een lijflustig tiep als Lubbers een peuleschil is, lijkt voor Amerikaanse dames (men spreekt over vijf) aangebrand, aangerand en machtsmisbruik. Wat vorig jaar voor Kofi Anan een te schillen appeltje leek, is een struikelzuchtige bananenschil geworden. Zat Kofi zelf ook niet knel vanwege verdachte of verdachtgemaakte zoon? Beetje druk links, kleine massage rechts en er slaan mindere goden aan het tollen. Wat is krom, wat is recht, wat is goed, wat is slecht?
Een ding blijft. Tenzij men morgen anders beweert. Van Jan Campert blijft het indrukwekkende lied der achttien doden
Een cel is maar twee meter lang
En nauw twee meter breed,
Wel kleiner nog is het stuk grond
Dat ik nu nog niet weet,
Maar waar ik naamloos rusten zal,
Mijn makkers bovendien,
Wij waren achttien in getal,
Geen zal de avond zien.
Zelfs de wereld is niet meer wat hij altijd heeft geleken.
elisa op 21 februari 2005 om 09:01 uur
Jawel, want dat gedicht staat ondanks alles. Aan welke kant hij dan ook zou staan. Het verwart me, maar het gedicht staat. Ik heb het vaak gebruikt als illustratie in mijn lessen over de oorlog. Daaraan mag niet getoornd worden. Het gedicht staat,