
De prooiresten van de Havik zijn te herkennin aan de aanwezigheid van de geheel kaalgevreten schoudergordel met de beide vleugels en wat handpennen er nog aan
Klik op de foto voor brok in de keel. Het bloed was nog lichtrood en het vlees rook nog fris. We vrezen dat dit de restanten zijn van Dag Meid, de oude matrone die ons erf tot het hare had verheven. Links en rechts graantjes en groentjes pikkend schreed zij waardig door de dagen, nam een bad in de vijver voor, dronk uit de vijver achter, at een broodje van de keukenplank en werd uiteindelijk door haar nageslacht geduld.
De lange hete zomer van 2003 was vol van Dag Meid die op eenzelfde dag een jong verloor en haar vent. Dagen heeft ze vergeefs zitten wachten. Uiteindelijk stalde ze het overgebleven jong in de dichtbegroeide kruin van de tamme kastanje terwijl ze ver weg mais voor hem haalde. Je kon er de klok op gelijkzetten. Om 12 en 19 uur plofte ze uitgedroogd bij de vijver neer. Eerst drinken, dan het jong voeren en wij mochten toezien.
We raakten bevriend, al was ze na een winter zwerven weer verwilderd geraakt. Afgelopen winter, duidelijk een dagje ouder, trok ze niet meer weg maar bleef hier. Ze werd zwaarder, minder goed ter been en verloor haar wendbaarheid in de vlucht.
Aan de vlerken die over zijn kan ik haar niet herkennen, maar ze was een makkelijke prooi en ongetwijfeld zeer smakelijk. Ik heb nog even Dag Meid! tegen die vleugels gepreveld voordat ik ze bij het afval deponeerde, maar ze had geen oogjes meer om terug te kijken.
elisa op 23 april 2005 om 20:37 uur