
Een uil kan z'n kop helemaal achterstevoren op z'n nek zetten. Dat zag ik gisteren in de Amersfoortste dierentuin. Wat ik overigens altijd een wat deprimerend beestenverblijf heb gevonden. Teveel leven op te weinig grond.
Die uil dus, een oehoe in dit geval, een kolos die verveeld op een kei zat te suffen deed het een paar maal voor hoe je achterwaarts moet kijken. Nog indrukwekkender deden het zijn buren, heer en vrouw sneeuwuil, met hun onsympathiek gele priemogen. Even geel als de vele dode eendagskuikens die als voedsel lagen verspreid en waarnaar ze niet omkeken. Een dier dat niet omkijkt naar eten deugt eigenlijk niet.
De witte siberische tijgers, sjok sjok sjok, wel imposant en prachtig, horen al helemaal niet met hun klatten in de hollandse klei te zakken. Stinkend naar katte(n?)pis in het kwadraat en te goed doorvoed.
Ergens anders, bij de luipaarden geloof ik, was een half schaap in de boom gehangen. Het was al wat afgehapt. Pa-beest lag er onder te maffen, zodat niemand er verder nog bij kon. Als iemand tenminste al honger had want ook deze dieren waren te vet.
Wat ik in die dierentuin deed? Ach, je ben jong en je wil wellis wat, desnoods met de olifanten.
elisa op 14 mei 2005 om 09:52 uur