
Suikerkater Floris is nooit een jager geweest, eerder een vriendschapsluiter met alles wat leeft en beweegt. Ik had me dan ook niet hoeven verbazen maar deed het niettemin. Terwijl ik in de keuken met één oog de krant stond te lezen en Floris vanaf de vensterbank naar Dagmeid tuurde die al pikkend rondschommelde bij de vijver, hipte Fiep onverwacht de kist op: eerst naar het rode bordje voor een korstje kaas, dan naar haar notenbak om er een mee te grissen. Alles in grote rust alsof Floris die op haar neerkeek niet meer dan een beeld was.
Terwijl Pluis van dit tafreel klappertandend in alle staten van opwinding zou geraken, zag Floris welwillend toe hoe Fiep zich tegoed deed aan de kaas. Het enige aan hem dat emotie verried was zijn rechter witgesokte voorvoet die hij aarzelend hief en tegen het glas aan drukte. Alsof hij 'hallo' wilde zeggen en vriendschap sluiten zonder de eekhoorn kwaad te doen. Fiep op haar beurt vertrok ongeschrokken met de voorlaatste noot om in de border in te graven en kwam ook de laatste halen. Floris had zijn gangen gevolgd en zag hem weer komen. Opnieuw drukte hij een fluwelen voetje tegen het glas. Fiep keek er niet van op. Ik wel.
elisa op 19 mei 2005 om 11:30 uur