
Dezefde Moesje Merel van vorig jaar (tenzij het huidige specimen een kind van haar is) is afgelopen winter in de buurt en op vriendschappelijke voet gebleven.
Zodra ik mij buiten vertoonde hipte zij opvallend mijn richting uit, keelklanken producerend die zonder twijfel wilden vragen of er al iets te bikken viel. We voerden hele gesprekken zodra ik het rode bord had neergezet (een schoteltje bleek niet meer toereikend). Terwijl ik mij dralend ophield, kwam zij, etend en kwetterend, gezellig bij bij mij op de kist.
Dat zij zich de lelijkste mannenmerel koos die in de hele provincie te kiezen viel, heb ik haar al vergeven. Wat is lelijk? Je zou hem evengoed opvallend kunnen noemen met zijn grijze vlekken en zijn gele snavel vol zwarte spetten. Hij ziet er eigenlijk niet uit maar kan prachtig zingen, pittig vechten en helpt toegewijd bij het grootbrengen van nageslacht.
Hoe dan ook, zodra er brood op de plank verschijnt - al dan niet met zaadjes, vet, kaas en ander lekkernij - pikt het tweetal mondenvol om naar het struikgewas te brengen. Het vermoeden laat zich raden, zeker nadat Moesje een vlaamse gaai zo'n klap verkocht dat die om zijn eigen as dwarrelend ijlings de vlucht nam. O zo.
Gistermiddag kwam ze ineens aanzetten met een aandoenlijk tweetal dat beter kan vliegen dan eten zoeken. Ze zijn al groter dan zij, maar hun bekken staan nog doorlopend felgekleurd en vragend open. Ze stalde haar kroost onder het rabarberblad, deed voor hoe je wormen pikt en observeerde mij. Ik keek en zag met voldoening waar al mijn eten was gebleven.
elisa op 15 juni 2005 om 09:50 uur