
Ha, pasar malam in de sporthal vlak in de buurt. 't Is er bloedbenauwd en ik laat me verleiden om een fles rozensiroop te kopen en rolletjes Dodol. Voor niet-kenners: ingerolde Doerian-pasta. Voor wel kenners: zodra het transparante papier er is afgerold bekruipt een verrukkelijk vuile stank de gehele keuken.
Ik snijd een plak en stop hem in mijn mond. De eerste seconden smaken weerzinwekkend maar dan voltrekt zich de metamorfose op de smaakpapillen. Keren de herinneringen terug naar ons verblijf in Menado. De dag waarop Tante Tien (de vrouw van Soeharto) overleed en wij - onwetend van dit drama - in de stromende regen met z'n zessen een tocht maakten in de omgeving. Met een chauffeur die ons wel kon villen omdat we twee doerians in zijn kofferbak vervoerden.
Vlak voordat we Menado weer bereikten stopte hij tussen twee buien. Doerians eten, gebood hij. We hadden zakmes noch bestek, maar Kick en Wallie scheurden als echte Indische jongens de vruchten met hun vingers open en we aten uit hun hand. Daarna, of het de gewoonste zaak was van de wereld, wasten zij hun handen in een plas modderig regenwater.
De nasmaak is goddelijk. Toch blij dat ik vier rolletjes kocht.

Maar natuurlijk! Morgen breng ik een flinke hap langs.
Lies, kan ik een stuk dodol proeven?
IK zou niet weten hoe het smaakt.
Je hebt me nieuwsgierig gemaakt.
Jantien