Schuilhut

Blij dat Inge er weer was want met twee is een stuk gezelliger dan alleen. Een van de twee enorme potten met aardbeiplanten naar de kippenren gereden en er midden in gezet. Groot succes. Zo nodig maken ze onder de bladen zelf maar een legnest als ze hun ei niet op kunnen houden. Toen Daan de houtwolsnippers (behaaglijke vulling voor leggende kippen) als lekker hapjes aan de hennen ging voeren heb ik de kattenbak als legnest weer verwijderd. Hout in de krop kunnen we niet gebruiken. De hennen zijn net tegen de leg aan. Wie wanneer het eerste ei produceert valt niet te voorspellen.

De partytent die dinsdag opzij was gezet omdat daar de kleine ren moest komen, heeft Paul zaterdag helpen verankeren toen er noodweer dreigde. De wanden, die met klittenband worden vastgehouden, had ik er toen al uit. Alleen het dak zat er nog op. Paul is niet voor niets techneut. De vier poten ingeschoven tot het geheel nog maar een meter hoog was, de tent tegen de schutting aangezet en de scheerlijnen opnieuw gespannen. Er kon geen wind meer onder komen. Poten inschuiven bij harde wind wordt ook de manier nu de tent op zijn nieuwe plek staat. Het prettige is dat ik dit op mijn eentje kan doen.

Ik wilde perse het houten bankje in de tent, en Inge mocht de nieuwe plek aanwijzen. Ik keek haar ongelovig aan toen ze gedecideerd haar vinger uitstak want daarvoor moesten we eerst vijf vierkante meter ontdoen van bramen, frambozen, varens, boompjes en wat er verder groeide. In geen tijd zagen we zwart van zweet en aarde, maar we eindigden ermee dat het bankje op zijn nieuwe plek stond met de tent er overheen. Nu alleen nog de wanden er in.

Op het moment dat wij met de lappen terugkwamen barstte de hemel open en het was niet gering. Wij hingen – beschut door het dak – de wanden op. We riepen Yoeko dat hij droog mocht komen liggen, mits hij geen kuilen zou graven en al helemaal geen vlaggen zetten in de tent. De regen roffelde op het dak, het water stroomde van de paden. Toen we klaar waren ritsten we het voorhang open, gingen droog op het bankje zitten kijken naar de zondvloed om ons heen en voelden ons – bezweet, bespat en zwart – gelukkig als kinderen op avontuur. De tent lekte niet, Yoeko lag droog aan onze voeten, we hadden zicht op beide kippenrennen, de heuvel en de bovenste verdieping van het huis, het jankende bos en de enorme plas water die de schuilplek van de kippen zou doorweken en besloten daar volgende week een zanddam op te werpen. Al doende leert men.

We bleven zitten tot de wolkbreuk was overgegaan in regen. De kippen hielden ons vanuit hun schuilhut in de gaten. Stippel, die zeer op me is gesteld, had haar afdak gezocht onder het brede gebladerte van de aardbeienplant en zag eruit als een verzopen kat. Toen de regen milder werd kwamen ze allemaal richting tent om ons plekje te bekijken. Kippen benne baaje nieuwsgierig.
Toen Inge was vertrokken ben ik nog weer een tijd in de tent gaan zitten om foto’s te nemen. Geen lekkages ontdekt. Prima schuilhut voor mens met hond om rustig te zitten mijmeren of werken.