De dag werken met Jurjen gaf inspiratie. We hadden het over de varens gehad die in de voortuin manshoog groeien en woekeren als de ziekte. Toen we in 1980 de hele voortuin met gazon en nette borders hadden laten omspitten, bracht wijlen Alexander vanuit de achterhoek vijf manshoge varens mee om de leegte te vullen. Ze zijn prachtig maar agressief en in de loop der jaren meters van hun plek gewandeld. Uitputten, zei Jurjen. Maaien of knippen. Zo begonnen we vanmorgen de dag.

IMG_8146We waren niet anders dan die woekerende varens gewend. Maar toen we eenmaal begonnen te rooien gaf dit zoveel lucht dat we er plezier in kregen. Er kwamen vanaf het pad weer doorkijkjes naar de tuin, en kijk, zei ik tegen Inge, hier liep vroeger een pad, maar dit is door varens en rhodo’s geheel overwoekerd.

rhodosnoeiMoet je net Inge hebben! Ze is de meesteresse van de paden en houdt ze prachtig schoon. Zullen we?, vroeg ze hunkerend. Jurjen had gezegd dat het snoeien van deze bol rhodo’s ooit zou moeten, en dat hij ons geleerd had hoe dit moest; dat er waarschijnlijk veel jonge scheuten zouden zitten. We keken de gesloten bol in, en ja, talloze uitlopers met jong groen blad die smeekten om lucht en licht.

De vogels zijn uitgebroed dus het kon. We vonden menig verlaten nestje. Inge ging de handzaag halen voor het zware rhodo-werk. Ik ging verder met de varens en haalde dode takken uit de zwarte bamboe.

IMG_8132Al starend naar ons werk kwam van ‘t een ‘t ander. We namen alles kritisch in ons op. Naar boven starend, naar de sparren die zeer onder de droogte hebben geleden, zag ik ineens het blootgekomen eekhoornnest waarin Fiep indertijd haar jongen had geworpen. Onze huidige eekhoorn maakt er ook nog gebruik van om te schuilen. Niet als werpnest. Het enige wat nog moet gebeuren is een rozenboog zoeken om steun te geven aan de meterslange kamperfoelieslierten die bedwelmend geuren. Zonde om weg te knippen. We benne erg zuunig op alles wat kleurt en geurt.