Uitgewoond hoofd

Het snippert hier nog altijd, map na map na map. Zo te meer er weggaat, zo te meer lijkt er nog te doen. Ik laat geen uur onbenut. Mappen van vreemden waren niet moeilijk. Uitsorteren wat versnipperd moest worden en wat verscheurd. Maar toen kwam de gigantische bulk ‘eigen’ bewaarsels. Belastingopgaven vanaf 1964, alles met nota’s erbij. Vijftig jaren trokken voorbij. Verzekeringen, hypotheken, mappen met vakanties, uitnodigingen, overledenen, krantenknipsels, geboren kinderen en wat niet meer. En alles moest worden nagekeken want – verdwaald in die vele omslagen – vond ik natuurlijk terug waarnaar we ons indertijd te pletter hadden gezocht zoals kwijtgeraakte paspoorten of rijbewijzen. Want voordat we op reis gingen maakte mijn lieverd ‘clean desk’ en wilde er in de haast nog wel eens iets onmisbaars als sneeuw voor de zon verdwijnen. Ik vind nu alles terug.

In de diverse mappen met notulen vond ik, behalve de verslagen, ook sigarenbandjes van de dure paffers die hem tijdens de lange vergaderingen waren aangeboden, alsmede de bijbehorende suikerzakjes, lucifersdoosjes en bierviltjes. Het had iets aandoenlijks, maar ik stelde mij telkens de vraag: Stel dat ik een heup breek en acuut moet verhuizen, neem ik dit dan mee? Neen! Hier is geen beginnen aan. Maar emotioneel vraagt dit herbeleven enorm veel energie. Als Inge er niet was geweest, dan had ik die kamerdeur -tig maal weer gillend achter me dichtgetrokken. Ze moedigt me telkens weer aan. Kom op! Er staat nu een container, nu moet je er drastisch doorheen.

En dus zit ik ‘s-morgens om half negen op dat keiharde kinderstoeltje met mappen op mijn schoot de boel uit te vlooien. Archieven van vader en moeder S hebben we geheel gehad, evenals tante L en verdere familieleden van zijn kant. Toen de kast eindelijk open kon, kwam daar nog een omvangrijke boel van mijn vader tevoorschijn, van grootouders en tantes. Omdat ik de laatst levende ben van mijn mijn vaders tak, heb ik alleen de belangrijkste dingen van mijn ‘roots’ bewaard.

Om half een neem ik met vierkante billen en een uitgewoond hoofd pauze. Eten om alle slechte geesten eruit te krijgen, lacht Inge. Ze dwingt me ook om de voordeur wijd open te zetten als ik in het halletje scheur en snipper, want de hoeveelheid (papier)stof die daar dwarrelt is niet gering.

Geloof me, als ik zeg dat het uitmesten van kattenbak en kippenhok zojuist een aangename onderbreking was. De tuin verloedert waar ik bij sta, het gras groeit tot m’n kuiten, de vijver moet nodig geschoond. Geen tijd. Hond, kat en kippen krijgen te weinig aandacht om van mezelf niet te spreken. Om negen uur plof ik uitgeput in bed, om bij de tv in te slapen en mezelf de volgende morgen terug te vinden met lamp en tv nog aan. Inge zegt: mens, wees blij dat je nog helder van geest bent en je alles precies kunt herinneren! Ze heeft gelijk. In de vakantiemappen die ik blaadje voor blaadje uitvlooi (alle nota’s van hotels, restaurants en winkels zijn bewaard, alsmede plattegrondjes, reclamefolders en zo) heb ik aankoopnota’s teruggevonden van traveller cheques, die ik nergens kon vinden. Niet in één map natuurlijk, maar in alle afzonderlijke mappen van Indonesië, India, Sri-Lanka, Rusland en zo. Dit wordt nog een hele uitzoekerij. Zodra de kamer leeg is.