De vijver knort

Alle goede voornemens ten spijt, lijd ik aan tijdsgebrek. De dagen zijn voorbij voordat ze zijn begonnen. Om half acht open ik het kipjeshok, voer ik de kips, loop ik een erfje rond met de hond. Al lopend signaleer is waar de bramen opkomen, de hulsten, de paardebloemen en brandnetels die er liefst zo snel mogelijk uit moeten.
Ik voer de hond en neem een momentje voor mezelf om de dag te beginnen met uitgeperste sinaasappels in plaats van met koffie; ook al om te overdenken en plannen wat er gebeuren moet. Op een flat wonen met huisbewaarder die lastige klusjes doet is ongetwijfeld veel makkelijker.
Het is werken voor twee, want alles wat JW vroeger deed komt erbij. Kapotte lampen, lek kruiwagenwiel, gebroken steel van de hark, winterbanden laten wisselen, belastingen invullen, het kost allemaal tijd, ook al omdat ik hier (nog) niet handig in ben.

Maar de vijver knort met zilveren bruiloftsgeluidjes. De eerste paddensnoeren zijn vanmorgen gelegd. De afgelopen avonden moest ik goed voor mijn voeten schijnen om in het donker geen padden en kikkers te vertrappen die over de bospaden komen aangezet. Kikkerbruiloft komt altijd na die van de padden. Yoeko weet onderhand dat hij ze met rust moet laten.

Daan de haan, vorig jaar nog een bedeesde kraaier, zingt nu uit volle borst. Hij stapt beretrots rond als opperbevelhebber van zijn harem en lijkt het naar zijn zin te hebben. Mijn kips leggen onwaarschijnlijk veel eitjes, gemiddeld raap ik er drie per dag. Vanaf half januari heb ik er 200 binnen. Barbara, de fokster van Yoeko, heeft er woensdag 30 meegenomen voor in de broedmachine. Lijkt veel, maar als 3/4 haantje is (wat maar zo zou kunnen) en een paar eieren niet uitkomen, dan is 30 stuks niet overdreven. Het zal mij benieuwen wat ervan komt. Erven de kuikens het overvloedige leggen van mijn kipjes over?
In ruil voor mijn eitjes bracht zij weer eieren van haar kippen mee. Grote eieren, wel te verstaan van grote kippen. Ben zo aan de 40-grams eitjes van mijn eigen krielen gewend, dat ik die grote een hele hap vind, en de eigen eitjes natuurlijk het lekkerst. De biologische eieren die ik noodgedwongen kocht toen ik voor Barbara ‘spaarde’, hadden kraak noch smaak.

Na alle sloop- en bouwwerkzaamheden bleek het wiel van de oude ijzeren kruiwagen lek. Na lang overwegen vanmorgen een nieuwe kruiwagen besteld van een goede kunststof die dieper is maar veel lichter rijdt. Het lekke wiel ga ik wel vervangen. De oude kruiwagen blijft voor de zware klussen.
Loodgieter gebeld want alle buitenkranen lekken als een gieter en moeten worden vervangen. Bleek in het najaar al. Er is ook altijd wat!

Het ritueel van samenzang

In de loop van de morgen breekt dikwijls de pleuris uit. Drie kippen staan uit volle borst te schreeuwen en het is een herrie van jewelste. Aanvankelijk holde ik naar achteren om te zien wat er loos was. Nu weet ik dat Katje haar ei legt of net heeft gelegd. Daan houdt haar gezelschap in het hok, en de andere drie meiden staan onder aan de trap te joelen.
Katje blijft een moeizame legster, hoewel ze –net als de anderen– dagelijks haar eitje produceert. Rollen de eitjes bij de drie anderen plop! uit het gat, bij Katje gaat het nog steeds met misbaar. Daan weet feilloos hoe haar vlag staat en lokt haar, al gakkend, steeds weer het leghok in tot de plicht is volbracht. Zijn de andere dames jaloers, of leven ze aanmoedigend met haar mee?
Vanmorgen was het anders. De hele winter had ik stro in het legnest gelegd. Dit wordt ineens niet meer gewaardeerd. Daan is de hele week bezig geweest al dit stro door een kier eruit te duwen. De dames willen met hun warme buik weer op de koelte liggen. Toen ik zojuist keek, was tot het laatste strootje weggewerkt, terwijl de meiden zich onder aan de trap verdrongen om te gaan leggen.
Waarom ik kippen zo leuk vind? Ik zou het niet weten…

Hij is blijven staan

IMG_7984Links onder zie je de schoorsteen van het huis. De douglasspar torent er hoog bovenuit. Er zijn geen takken uitgebroken (mijn grote angst) en de kluit is niet ontworteld (wat het schrikbeeld van de bomensnoeiers was).

Lesje bosbouw

Toeval bestaat, las ik vorige week in en professoraal exposé in de NRC. Toeval of niet: precies op mijn broodnodige rustdag belde de oude boomverzorger of hij om 13 uur kon komen om de douglas onder handen te nemen. Ze hadden ‘s-morgens een klus in de buurt dus de middag bij mij sloot mooi aan.

Ze kwamen met twee. Ik herkende de ‘klimaap’ die begin december 2013 bij windkracht 6 (met uitschieters naar 8) in de dode dennen pal naast de garage was geklommen. Meter voor meter zaagde hij takken en stammen af om ze aan een touw naar beneden te laten zakken. De bomen zwiepten heen en weer en ik durfde niet te kijken. Maar de jonge man (zelf ook verankerd aan touwen) was zeer bedreven. Zijn vak is om voor waterstaat of provincie gesneuvelde bomen te rooien na zware storm.

Ze namen samen mijn douglas op en maakten een werkplan. De boom stond er vermoedelijk al toen het huis in 1917 werd gebouwd. Als twee volwassen mannen de douglas omarmen, kunnen ze net elkaars polsen pakken, zo dik is zijn stam. Toen wij hier in 1978 kwamen hoorden we in de buurt dat deze boom als baken diende voor Soesterberg. De toen nog F15’s moesten recht over zijn kruin vliegen om goed op de baan te landen. Soms ging dit mis. Dan moest het toestel nogmaals overkomen nadat het een rondje had gevlogen. De F15 maakte aanzienlijk meer herrie dan de F16 ooit heeft gedaan. Je moest je vingers in je oren stoppen want anders leken je trommelvliezen te scheuren.

Bij de koop van dit huis begon het mij te dagen dat ik in 1960 als beginnend journalist naar deze boom was gestuurd omdat een F15 per ongeluk voortijdig een ketting had uitgeworpen. Deze had de schoorsteen van de overburen gemold en de top uit de douglas geslagen. Ik had er toen nog geen weet van dat deze douglas later mijn douglas zou worden. 20 Jaar na dit voorval bezaten wij deze gigantische boom waarin twee takken om het hardst streden de plaats van de top in te nemen. Nog weer 35 jaar later heeft een van deze takken duidelijk gewonnen. De tweede staat er nog altijd als reserve bij. Maar dit terzijde.

De douglas heeft de zwaarste takken met het meest broze hout van alle sparren. In het begin zijn er wel eens gigantische zijarmen uitgewaaid die de rhodo’s vernielden. Later braken er tijdens stormen wel eens takken die niet vielen maar op het levende hout bleven liggen. Tijdens storm ben ik altijd op mijn hoede, maar er is lang niets gebeurd. Ik vroeg dan ook naar de reden dat ze er iets aan moesten doen. Het antwoord leek logisch.

Die dode takken vormen, verward met het levende hout, onderhand één dikke ondoorlaatbare prop die zeer windgevoelig is geworden. Dat er een levende tak breekt (en valt) kan schade geven, maar als de hele boom, op 2,5 meter van het huis, ontworteld raakt is de ellende niet te overzien, ook bij de fundamenten van het huis. De stam zal niet breken dus de top komt voorbij het kippenhok terecht, als hij tenminste netjes op het pad valt. We moeten lucht in de kruin gaan brengen zodat de wind er doorheen kan blazen in plaats van er tegenaan. Ik vroeg nuchter of het niet beter zou zijn de hele boom te rooien, maar ze keken me aan of ik een barbaar was.

Met een schietlood werden touwen in de boom geschoten, wat een precisieklus bleek te zijn. Het duurde voordat de jongen naar boven kon klimmen en ik prees zijn moed want elke stap kraakte of het brak. Het was ook nog glad, nat en waterkoud. Er kwam een onvoorstelbare hoeveelheid dood hout neer, in afgezaagde stukken van hooguit 50 cm die zwaar als beton naar beneden vielen. Ze zouden een beste hersenschudding kunnen geven. Waren de takken dikker, dan werden de stukken aan touwen neergelaten. Het karwei was pas klaar toen er al diepe schemer hing en het tijd was geworden voor soep. En nee, er kan geen hoogwerker bij deze boom. ‘t Is alles handen- en voetenwerk.

Maar ik kon vanmorgen door de douglas heen, de wolken voorbij zien zeilen tegen de blauwe lucht.

Vorderingen

Brekebeentje Puk blijft een bijzonder stuk. Geen die zo vinnig en aandoenlijk is omdat ze zich nooit laat kisten. Een levenskracht van heb ik jou daar. Ze was de speciale lieveling van Daan en mocht als enige luisjes uit zijn veren pikken wat ze o zo behoedzaam deed.

Ze heeft het nieuwe haantje de weg naar het nachthok gewezen, de weg naar de voerverschafferij en het water. Maar toen hij haar wilde wippen gilde ze moord en brand, waarna ze door haar soortgenoten werd ontzet en en een reuze chaos volgde. Dat was vrijdag.

Vanmorgen stond Daantje van drift te trappelen toen ik de toom uit het nachthok liet. De hennen stoven alle kanten op want geen gelazer voor het ontbijt! Grote Daan wist dit, maar deze nog niet.

Met de buik vol wordt iedereen milder. Daantje begon capriolen uit te halen en vloog een rondje door de ren om tussen de hennen te landen. Ze zagen hem niet staan en gingen rustig door met veren fatsoeneren. Hij schudde zijn eigen veren op en beende op hoge poten met hangende vleugel Puk’s richting uit die in de kleine ren verbleef, terwijl hij zachte keelgeluidjes maakte. Hetgeen zoveel betekent als: ‘mag ik u benaderen, mevrouw?’. Hij maakt vorderingen, dacht ik nog, maar toen had hij Puk al bestegen. Het duurde maar kort, maar ze gaf geen krimp. Hij had zijn scherpe klauwen kennelijk thuisgehouden.

Om half een aten Inge en ik brood bij de kippen. Zelfde tafereel. Hij liep nog steeds blauwtjes bij de grotere hennen en beende daarna naar Puk, de individualiste die zelden doet wat de anderen doen maar compleet haar eigen plan trekt en vaak apart loopt. Hij mompelde iets. Ze vond het nog niet jofel, maar duldde hem wel. Hij bezeerde haar niet.

Na al mijn verhalen moeten jullie snappen dat de laag in de rangorde staande Puk met haar jaloerse zusters van doen kreeg. De sloerie werd achterna gezeten en kreeg een paar stevige pikken. Ook een kip kan het in haar gezin nooit goed doen.

Uur later ontbraken Puk en Daantje in de ren. Ze zaten samen binnen en ik moest lachen. Als er eentje een makkelijke legster is die haar mini-eitjes soepel uit haar gat laat rollen, dan is het Puk wel. ”t Zal mij benieuwen of ze zijn gezelschap bij het leggen op prijs stelt’, dacht ik, en daar hoorde ik haar al snauwen. Daantje buitelde naar buiten terwijl zij al scheldend binnen bleef.

Het voordeel van de zeilen over de ren is dat ze, nu het regent, niet meer onder het hok hoeven te zitten klitten, maar hun gewone ding kunnen blijven doen. Stofbad nemen, hollen, elkaar achterna zitten, babbelen en kibbelen. Weer of geen weer, ze blijven in beweging en houden zichzelf warm, maar dit terzijde.