Daar gingen ze weer…

Daar gingen ze weer, de goede voornemens en de logees. Kan iemand mij misschien eens leren hoe een oud mens ordelijk en rustig leeft volgens netjes opgezette planning. Mij wil het maar niet lukken.

Eerst had ik een week met verjaardagsfeesten en crematies. Daarna een lieve logee uit de USA met wie ik het prima kan vinden. Maar die zo’n ander temperament heeft, zo’n andere opvatting over vele zaken (en die van haar beter vindt) dat ik ervan moest bekomen.

Gelijktijdig had ik mijn MacOS een update van Lion naar Capitan gegeven. Noodgedwongen, want er liep iets met het netwerk. Ik ga het niet allemaal uitleggen, maar het was aanvankelijk een ramp. Mijn Epsonprinters, zowel laser als photo, werden niet meer herkend en de scanners wilden ook niet meer. Als ik ergens ziek van word dan is het van een computer zonder printer.

Geef me een halve dag om manuals te lezen, errors op te sporen en de boel weer op te bouwen. Logé zat met eigen computer in mijn werkkamer maar haar mondje bleef maar kwebbelen en er viel van alles te doen. Maar zondag kreeg ik het dan voor elkaar en mocht ik op mijn lauweren rusten.

‘s-Middags een onverwacht bericht dat een goede vriend in het ziekenhuis lag. Had aan de lunch een TIA gekregen. Gelukkig at hij met een vriend die neuroloog was. Die zag het gebeuren en heeft trefzeker gehandeld. 112 Gebeld, en hem naar het ziekenhuis begeleid. Maar hoe ernstig de schade was, en waardoor het was gekomen zou nog uit onderzoeken moeten blijken. Spannende dagen. De uitslag was gunstig. Geen uitvalsverschijnselen. De vernauwing in de halsader is nog niet erg genoeg om nu al te opereren. Samen met zijn kinderen gisteravond bij hem zijn thuiskomst en de goede afloop gevierd.

Op 11 juli komt de overval-zaak voor de meervoudige kamer. Ik ga erheen, wil de gezichten zonder masker zien en horen wat ze te vertellen hebben. Ik meldde dit gisteravond terloops en de TIA-vriend zei meteen: ik ga mee, dan maken we daar een gezellig uitje van. Lijkt me een prima idee.

Vanavond komt Ammie logeren. Oké. Bliksembezoek. Ik wil er Inge niet voor afbellen want er is buiten gruwelijk veel te doen na al die regen. Spekgladde alg op alle stoepen en tegels. Hogedrukspuitwerk nodig voordat we onze benen breken. De brandnetels groeien zonder overdrijven 10 cm per dag. Het fruit hangt onrijp te rotten in de bomen. Niets aan te doen. Maar langs de vijver staat een rij van 16 veenorchissen te bloeien. Dat is dan wel weer leuk.

 

 

 

 

Dieet?

Wat voor een dieet volg jij?, vroeg hij. Ik schoot in de lach en zei: geen! Ik krijg steeds op mijn kop van Inge vanwege mijn bruine boterhammen met kaas, omdat dit volgens de nieuwste wetten ongezond zou zijn. ‘Hij’ is mijn tandarts waarvoor ik op- en neer naar Arnhem rijd.

Half jaar geleden had hij foto’s genomen. Onderhand nodig, dacht hij. dan kunnen we over een half jaar zien hoe snel de botafbraak gaat. Nou, die ging dus helemaal niet. Of ik soms extra kalk slikte? Andere medicijnen?  Niets van dit al. Zelden pasta, piepers of rijst. Liever een bruine boterham bij mijn eten. Doorgaan zo, was zijn advies. En waarom heb je amper tandsteen? Ik zou het niet weten. Hij vulde een piepklein gaatje en dat was het weer. Over een half jaar controleren.

Hé, zei hij ineens, de ouderwetse kubus is weer helemaal in. Ik knikte voorzichtig want kon niks zeggen. Heb er laatst nog een gekocht voor Isabel omdat de hare (de oude van pappa?) tot op de draad versleten was. Heb jij die kleine boekjes nog?, vroeg hij. Ik reageerde niet want hij boorde. Toen hij daarmee klaar was herhaalde hij zijn vraag. Zal ik ze voor je kopiëren?

In Arnhem goot het pijpenstelen. Hier valt af-en-toe een beschaafd buitje. Niet voldoende om de boel eens flink te doordrenken wat hard nodig is.

Papieren binnen van het OM met allerlei vragen. De boeven zijn, na nog twee gewapende overvallen, gepakt en gaan daadwerkelijk voor de rechter. Knap en volhardend werk van de recherche, dat mag ook wel eens gezegd. Ik heb slechts een glimpje gezien van wat deze mannen allemaal doen en neem er mijn pet diep voor af. Ik ben al het gekanker in dit land over alles en nog wat meer dan zat.

Drukke week achter de kiezen. De eeuwig verstopte afvoer in de keuken lijkt voorgoed verholpen, wat een luxe! Aannemer en elektriciën zijn geweest maar nog niet klaar. Een vriend gecremeerd en van een ander zijn einde vernomen, twee verjaardagen gevierd met grote feesten en nóg weer een drukke week in het verschiet. Waar anderen niet weten wat ze met hun tijd aanmoeten, kom ik tijd tekort.

Wilde tuin

Het mooiste weer van de wereld vandaag. Zonnig maar niet te warm zodat we hard konden werken. Jij hoeft toch niks aan die tuin te doen?, vraagt iedereen. Niet in de gebruikelijke zin nee, maar alle zaailingen van bramen, eikenbomen, hulsten, tamme kastanjes, linden, essen, kardinaalsmuts, hazelnoten en klimop moeten eruit als ze op plekken staan waar je geen bomen of prikspul wilt hebben. Niet trekken, maar uitsteken met de schop. Laat je iets van de (pen)wortel achter, dan krijg je een dubbele boom terug. Heb je veel vogels, eekhoorns of andere beesten die dol op boomvruchten zijn dan helpen die je als een gek met ‘zaaien’. Vergeet ik voor het gemak nog kleefkruid en zevenblad. Frambozen, fruit- en notenbomen doen het prachtig op kippenpoep, maar de brandnetels ook. Niks doen is er hier zelden bij.

De zelfgezaaide grote blauwe hosta’s uitgeplant die ik twee jaar in grote bakken heb opgekweekt. In de loop der tijden ontdekt dat ze heel goed te zaaien zijn. Op de kwekerij betaal je er makkelijk 10 euro voor, en 30 planten is hier helemaal niks. Bijkomend voordeel is, dat ze zijn opgegroeid in de atmosfeer waar ze komen te staan. Samen met de groene, zilveren en goudkleurige planten (die ook goed te zaaien zijn) vormen ze prachtige bosschages die met hun grote blad het onkruid tegenhouden. Prima schuilplaats voor muisjes en ander klein gedierte dat door de uilen wordt bejaagd. De slakken zijn er ook dol op, maar de zanglijsters zijn weer verzot op de slakken. Zo begint er hier een mooie kringloop te ontstaan.

Dit jaar staan er al vijftien veenorchissen langs de vijver. De eerste is ooit spontaan komen aanwaaien. Ze goeien bij voorkeur in ruigten, en ruig is het hier want ik heb geen tijd en puf om alles preciesjes bij te houden. Vanmiddag de eerste grote blauwe libelle uit zijn velletje zien klimmen. Gisteren probeerden twee zeer jonge zanglijsters vergeefs binnen de kippenren te komen. Ze waren woedend want de roodborsten kunnen wel door de tralies heen en eten mee met de kippen. Die zullen wel gezonde jongen hebben vanwege de legkorrel die ze de hele dag bietsen.

Eitje 300 is gelegd vanaf half januari, terwijl ik maar 4 kippen bezit. En een haantje dat niet overmatig kraait, maar wel als er een eitje is geled. Dan jubelt hij het uit en de drie kipjes zingen mee uit volle borst, waarna de legster als een queen het hok uitschrijdt. Gekke beesten. Bij het krieken van de dag doet hij dapper met de vogels mee. Nog geen klachten gehad. De buren hebben nu ook kippen en achter lopen twee mekkerende geiten. Deze geluiden zijn heel wat aangenamer dan bladblazers en zitmaaimachines.

 

Magnum ijsjes

Hoe vies ze zijn zal ik haarfijn uit de doeken doen uit eigen ervaring. Omdat mijn afvoer tot gisteren nog altijd ellende gaf, had ik geen moed om zelf ijs te maken. Het was prachtig weer en, kieskeurig geworden, besloot ik magnums te kopen. Da’s toch een uitgesproken luxe vernapering.

Gisteravond kwam straatgenote Anne langs om te vragen hoe het me verging. We hadden elkaar een tijd niet gezien en heel wat bij te praten. Ik haalde twee magnums uit de vriezer, holde naar binnen omdat de telefoon ging, en toen weer naar buiten met koffie. Vanmorgen trof ik naast de telefoon het bordje met twee magnums aan.

Er lag geen gesmolten kledder op het bordje. Ze waren keurig ingeseald. Ik voelde voorzichtig maar stuitte op de harde, dikke chocoladekorst. Toch moesten ze na een warme nacht binnen gesmolten zijn. Ik besloot het experiment te wagen en legde ze in de diepvries. Zojuist heb ik er een geprobeerd. Niet van echt te onderscheiden.

Makkelijk voor winkeliers die soms last van stroomstoring hebben, was mijn eerste gedachte. Aan de structuur van het ijs was niet te merken dat het geheel ontdooid en weer ingevroren was. Dit geeft mij in elk geval te denken. Wat voor een rotzooi zit er in? Wat werken we met dit prijzige ijsje nog meer naar binnen? Het ooit zo heerlijke Hertog ijs wil ook niet meer behoorlijk smelten. Als je dat een keer vergeet, blijft er een papperige kledder over, maar dit terzijde.

Magnums kun je dus rustig kopen bij 30 graden als je nog een half uur moet rijden. Gewoon in de vriezer en niemand merkt er iets van. Die dikke chocoladekorst is dus geen extra tractatie, maar een misleidende korst om – eerste hulp bij ongelukken – de modder bij elkaar te houden.

 

Wie wat bewaart (2)

De mannen kenden elkaar door en door want hadden samen gestudeerd, soms in hetzelfde huis gewoond en samen dus in de kroegcommissie gezeten. Hun latere beroepen liepen nogal uiteen. Jan zat jarenlang in het buitenland. Aan hem was te danken dat de vriendschap nooit is verwaterd. Hij stuurde rondschijfbrieven en telkens als hij met verlof kwam trommelde hij de club bij elkaar voor een borrel aan huis, met een kopieuze Indonesische maaltijd waarbij alles aanwezig moest zijn. Driedubbele porties sateh bijvoorbeeld: ajam, kambing  én babi. Hete boontjes met kleine garnalen, sajur lodeh, gado gado, sambal goreng tempéh, smoor djawa. Alles moest er zijn en alles ging schoon op. Wallie, Kick en Jan Karel hadden dit Indonesisch erin gebracht, en het was traditie geworden. Jan zelf liet zich ook niet onbetuigd, al at hij – als puntje bij paaltje kwam – liever witte rijst met boter en bruine suiker.

De vrouwen kenden elkaar minder goed, ook al omdat de helft van de huwelijken na jaren op de klippen was gelopen. Wat de mannen betreft: toen ik de club voor het eerst ontmoette (1964) viel ik van mijn stoel over zoveel onbeschaamdheid. Wat ze elkaar naar de hersens gooiden, hoe ze elkaar bejegenden, hoeveel ze konden zuipen en bunkeren. Hadden ze zich zesmaal bediend, was de tafel afgeruimd, en stonden ze voor vertrek in de keuken de koude resten nog eens van de schotels weg te happen. Met deze groep wekenlang door Indonesë trekken was een grote gok. De mannen kenden elkaar door-en-door en konden geweldig ruzie maken als ze dit nodig vonden, maar met de meiden erbij? Jan Karel en Kick hebben door omstandigheden hun dames nooit meegenomen, Els en Maaike waren nog nieuw en ik was de oude rot die iedereen had gekend. Ik heb nooit één dag spijt gehad van mijn besluit om mee te gaan.

Wally en Els waren luxe paarden: veel en lekker eten in de duurste restaurants. De anderen waren minder kieskeurig mits er maar veel was. Kick en ik, de fruitliefhebbers, aten het liefst ‘van de straat’, wat de anderen niet durfden. Wallie was hier (als bacterioloog) niet op tegen, mits de boel goed was doorbakken en op een bananenblad werd aangereikt in plaats van op een smerig bord dat vaak door de honden was schoongelikt. En nooit bestek gebruiken, voegde hij er streng aan toe, maar met je handen eten! Ik heb door Kick de raarste inheemse vlezen, snoepjes en vruchten gegeten die ik anders nooit had leren kennen. Als de anderen hun siësta hielden slopen wij soms weg om langs de weg iets nieuws te proeven. We zijn er nooit ziek van geworden.