Lekker slopen

Morgen, ellende, wordt met de sloop van de kinderkamer begonnen. In alle vroegte arriveert er een grote container waar ik ook chaos in mag gooien, olé! Ik heb een jaar rondgevraagd of er iemand nog iets wilde maar dat schoot voor geen meter op. Bovendien, wat moet iemand met kapotte keukentrapjes, voortenten van een antieke caravan (vergeefs op Marktplaats aangeboden), zeilen zonder boot erbij, oude gordijnen vamme moeder, monsterlijke snuisterijen – groot en klein -, kapotte koffers, door muizen aangeknaagde kussens, honderden kerstballen, versieringen, slingers, plastic kerstbomen, parasols en vergane lichtjes. Ooit allemaal leuk, maar nu ballast geworden.

Morgen slopen, en dan? Nah, mevrouw, dan moet de boel eerst een flinke tijd drogen want anders heeft het geen zin om pleister op de muur te smeren. Dat is waar, maar wel donders vervelend. Pittig afwerken is er niet bij. De hele winter werkers over de vloer. Ik zie er niet naar uit, maar er zijn ergere dingen en het is niet anders. Het wordt dan wel weer het leukste kamertje van het huis, gelegen op de tussenverdieping. Het was tijden lang mijn ‘schildersatelier’ waar ook de naaimachine stond en zo wil ik het weer hebben. Maar dan zonder de daar jarenlang weggepropte souvenirs en erfstukken van mijn ouders. Behoud het goede en mik de rest im daip!

Eitje 100

‘Piepkleine eitjes, maar volgend jaar wegen ze 10 gram zwaarder’, zei de fokker die ik vanmorgen aan de lijn had. Of hij binnenkort. Daan mijn haan eens mag komen observeren. Hij is er nog niet uit met welk van zijn hanen hij naar de show zal gaan. Maar natuurlijk, zei ik, als je ervoor zorgt dat hij niet getraumatiseerd bij me terugkomt na zijn showavontuur. Op voorwaarde van ‘mee naar de show’ had ik deze fijne haan van hem gehad toen kleine Daantje door de marter was gegrepen.

De oorspronkelijk afspraak was dat ik Daan naar hem zou brengen. Onmogelijke opgave. Niet alleen vanwege de dakperikelen, maar ook omdat ik echt niet weet hoe ik Daan moet vangen zonder dat die eeuwig mijn vijand blijft. Het mooiste aan Daan zijn nog altijd zijn knalrode voeten, teken van opperste gezondheid en geluk. Zouden andere showhanen die ook hebben?

En als je dan toch hier komt, vroeg ik hem, breng dan een paar gekleurde ringetjes mee voor om de benen van de hennen? Ik ben er zelf nog niet toe gekomen. De hennen zijn zo rap dat ik ze vaak niet meer uit elkaar kan houden. Nou, da’s beloofd, zei hij en mijn dag begon dus vrolijk.

De bes van Gonnie

IMG_7914 Zoveel klussen binnen te doen dat ik vanmorgen mijn taken ontliep door naar buiten te ontsnappen. Eerst had ik opa’s antieke tapijtjes op het gras te drogen gelegd, daarna op een andere plek een flink eind gras gemaaid (met twee rauwe eitjes in mijn zak) en toen belandde ik spontaan bij de verwaarloosde compostbakken waar nu hoge brandnetels staan en stond ik oog-in-oog met drie wonderschone planten.

Ik wist niet meer waarvan ik de planten herkende of welke plant het was. Ik mailde een foto naar enkele vriendinnen met de vraag of ze me konden helpen. Ze gaven aanwijzingen in de trant van ‘zwaar giftige bessen waarmee je iets rood kunt verven’ maar hadden geen naam paraat. Ik probeerde de plant op internet te determineren maar kwam niet veel verder. Maar na verloop van uren wist ik het spontaan: Oosterse Karmozijnbes!

In de late herfst 2004 heeft Gonnie (die voorjaar 2005 is overleden) een Oosterse Karmozijnbes bij haar huis voor me opgegraven. Ik kan me niet goed meer herinneren welk lot hem was beschoren, maar op een of andere manier is de plant uiteindelijk in (of bij) de compostbak vergaan. Zou je tenminste denken. Maar nu, precies tien jaar later, staan er drie stevige beeldschone planten op een plek waar ze mogen blijven. En, alsof ik verder niets te doen had, heb ik brandnetels gewied.

Kwaliteitje

De loodgieter kwam, zag en… zakte bijna door het platte dak. Dit wordt niet leuk, zei hij. Niet alleen dat de afvoer is verzakt zodat het water rechtstreeks naar binnen loopt in plaats van naar de goot, maar het hele plafond is rot. Hij bede aannemer Jaap. Ik kom je morgen halen, zei hij, want ik heb je dringend nodig. Kun je niet? Dan moet je de afspraak maar even verschuiven want dit heeft haast.
Ze zijn net geweest.

Nu staan de ruimten die wel prettig opgeruimd waren tenminste ook weer vol roerend goed, terwijl de te behandelen kamer nog lang niet leeg is. Mijn werkkamer ligt vol met te drogen foto’s en reisverslagen. In de zitkamer kijken de madonna en Johannes licht medelijdend op me neer. Life must go on.

De loodgieter zei, denk d’rom Jaap, het hoeft niet spic en span, maar het moet hier wel droog. Begroting kan nog niet worden gemaakt.Veel hangt af of de balk is verrot. Dit blijkt pas na het slopen. Van hun andere onderhoudswerken is bekend dat er bij de geluidsisolatie dikke matrassen dempend spul werden gebruikt zonder stevigheid. Regelrechte rotzooi dat lekker water zuigt.

Ondertussen hebben ze met z’n twee de vaatwasser opengehaald en met een krachtige waterstofzuiger uitgezogen. Hopen dat hij het voorlopig weer doet. Het bij vlagen verstopte riool werd meteen weer doorgeblazen. Driemaandelijkse traditie onderhand.

Toen ik gisteravond doodmoe naar boven ging, voelde ik een bobbel in de zak van mijn fleece. Dacht eerst nog dat het een walnoot was met de bolster er nog om. Het is weer jagen om er zelf ook een paar te pakken te krijgen. Maar het bleek een eitje dat ik gedachteloos uit het leghok had gehaald en in mijn zak gestoken. Kwaliteitje hoor, want ik had met dat ei op zak nog gras gemaaid en bramen uitgestoken, bakken getild en meer, zonder dat het was gebroken.

Ik en mijn voorgevoel

Wat gebeuren moest gebeurde. Allemachtig zeg, had dit niet even kunnen wachten? Toen Inge en ik de logeerkamer voor Wiesje in orde brachten, stonden we onderweg naar boven te staren naar een uitgeslagen muur vol opgezette bobbels. Die bobbels zaten er al jaren na opeenvolgende lekkages, maar nu waren ze groen en boven het schuine zachtboardplafond leek een bobbel water te staan. Driewerf shit!

Een oude kinderkamer, annex mijn schilderatelier, later opslagkamer voor alle erfenissen in de vorm van portretlijsten, souvenirs en ander ongerief. Opslagruimte voor kerstversiering waarvoor ik geen moed had het naar de vliering te slepen. Tafel met naaimachine, klaar voor gebruik. Sommige dingen half uitgezocht, andere nog helemaal niet.

We betraden de kamer en ik kreeg de slappe lach. Dacht terug aan die keer dat de oudste er woonde met zijn dierbare postzegelverzameling, veilig opgeborgen in zijn bureau. Hij had ons al een paar keer panisch geroepen toen de wolkbreuk was losgebarsten, maar wij hadden na de hete dagen buiten nog vanalles te redden.

Toen we boven kwamen stond de kamer blank. Ik vreesde lekkage naar de zitkamer en trok alle linnengoed uit alle kasten, wat ik maar kon vinden om een bel water vast te houden. JW bemoeide zich met het bureau om postzegels te redden en spreidde de Engelse vellen met gom (van zijn zakgeld in Londen gekocht) uit over de overloop om te laten drogen. We dweilden ons suf en er bleef maar water stromen, tot de jongste ontdekte dat de plastic afvalcontainer die we gebruikten om water in op te vangen een gat in de bodem had. We vielen gierend van het lachen op bed dat ook al volgezogen bleek.

De kamer werd gerestaureerd. De oudste wilde er niet in terug. De jongste – altijd jaloers geweest op de lichte kamer met twee ramen, wilde er graag wonen. We beplakten het eeuwenoude eiken bureau met een lap linoleum dat was overgeschoten van de vloerbedekking. Dit bleek nu mijn redding. Alles op het bureau stond blank. Mijn tekenmap met de oude pastels uit de Povençe (dierbare herinneringen aan de zomers bij Loek Lafeber) bleek reddeloos doorweekt. Op de lijmresten groeide schimmel. Maar alle tekenmateriaal in de laden was droog gebleven. Niet dat ik daar nog om maal, maar toch.

Ik had maar één zorg en de rest kon me gestolen worden: de antieke madonna van opa die ik vanwege mijn kat veilig had opgeborgen. We kregen oppassen in huis om voor de dieren te zorgen, en ik vertrouwde het niet. Ik heb een kat die graag zijn nagels scherpt aan hout. Ik had de madonna verpakt in dikke lagen zijdepapier en omwikkeld met een badhanddoek. Na onze thuiskomst had ik haar in haar schuilhoek laten staan en nooit meer tevoorschijn gehaald. Nu staat ze ineens weer op haar oude plek. De heilige Johannes, ook van opa – maar later troetelbeeld van mijn vader – staat nu hoog op het schap tussen de naakte bolle wijfies die wij in de loop der jaren hebben gekocht. Geen gezicht, maar wel geestig.

Inge riep vrolijk: Afvalcontainer huren, naar de Emmäus rennen, dingen weggeven of veilen en meteen de vliering onder handen nemen. Geen gezeur maar opruimen geblazen! Alles is zonde om weg te doen, zeker de mooie herinneringen aan lang vervlogen dagen, maar het zal toch een keer moeten. Zoals vaak heeft ze gelijk. Het heeft zo moeten zijn!

Ik had tegen Wiesje gezegd: Je mag komen logeren maar op 23 september moet je het huis weer uit, want dan krijg ik de loodgieter hier die de hele boel op kop gaat zetten. Ik en mijn voorgevoel. Het moet niet gekker worden. Hij komt vanmiddag naar de schade kijken en zijn planning maken. Da’s net tien dagen te vroeg, maar toch…