Racisme

Leunend op de onderkant van mijn deelbare keukendeur, laat ik de weldadige, eindeloze stilte van de tuin tot me doordringen. Windstil; zwaarbewolkt; geen zingenden vogels meer; omwonenden weg; geen bladblazers of maaimachines; geen luidruchtige bouwactiviteiten, zelfs geen ritselend blaadje. In deze tijd van het jaar, als heel Holland weg is, ben ik hier met geen stok van het erf te slaan. Mijn ‘vakantiegeld’ heb ik geïnvesteerd in een accu-maaimachine die op dezelfde batterijen werkt als de bosmaaier en de lange heggeschaar die ik eerder kocht. Het tuinwerk begint me zwaarder te vallen, dus het gereedschap moet uitgekiender worden.

Hangend over de onderdeur, een van mijn laatste sigaretten rokend waarmee ik opnieuw wil stoppen, vergleden mijn gedachten naar het bloedbad in Nice en het bijbehorende, tenenkrommende geouwehoer van verslaggevers die hun tijd vol moeten kletsen. Inclusief hun eindeloze rij deskundigen die in te korte tijd de stomste vragen krijgen voorgeschoteld. De verslaggever is vooral uit op suggestieve speculaties, gewenst voer voor kijker en luisteraar die opwinding wenst. Als de deskundige al iets dieper zou willen ingaan, wordt hem met een nieuwe onbenullige vraag de mond gesnoerd. Ik erger me. Er valt geen veiligheid te garanderen tegen eenzame gekken die naar voorbeeld van IS hun daden volbrengen om zichzelf belangrijk te wanen. Ondoordachte journalistiek leidt alleen tot grotere verdeeldheid tussen moslims – die hier part noch deel aan hebben – en de rest.

Wij zijn allemaal racisten, las ik in De Volkskrant. Na een eerste ’nou nou’, besefte ik dat dit waar is. Maar ik kan alleen voor mezelf spreken. Opgegroeid in een gezin waar vanaf 1946 vaak pikzwarte zwarten verbleven (twee broers van mijn moeder zaten in Ruanda en stuurden herhaaldelijk vrienden door om te logeren) heb ik nooit staan kijken van andersgekleurde huiden, hoewel ze in die tijd nog op straat werden nagekeken. De donkeren uit ‘De West’, waarheen mijn zus werd uitgezonden, heb ik ook altijd aangenaam gevonden, evenals de mix aan kleuren die tegenwoordig ons land bevolkt. Tot zover geen racisme. Ik vind ook dat heel wat ‘andersgekleurden’ een positieve bijdrage leven aan onze multiculti samenleving.

Ik neig tot boos racisme, als ik te horen krijg dat ik de schuld van slavenhandel en uitbuiting op mijn schouders krijg geschoven; dat ik een onmens ben omdat ik met zwarte piet ben opgegroeid. Alsof het mij ene biet kon schelen of piet groen, geel of blauw was. Als ik Prem op zondagnacht hoor schreeuwen die het potdorie bestond om JP Geelen op de buis van pedofilie te betichten en nu op radio liegt over de reden van zijn ontslag; als ik de gewichtig geworden mevrouw Simons tegen Martin Šimek hoor uitvallen, dan bekruipt mij een racistisch gevoel: Dan zou ik van de daken willen schreeuwen: “Als het hier allemaal zo slecht voor je is, sodemieter dan in godsnaam op naar waar je vandaan kwam, in plaats van de boel te verzieken door je scheldpubliek op te naaien”. Of woorden van gelijke strekking.

Daar gingen ze weer…

Daar gingen ze weer, de goede voornemens en de logees. Kan iemand mij misschien eens leren hoe een oud mens ordelijk en rustig leeft volgens netjes opgezette planning. Mij wil het maar niet lukken.

Eerst had ik een week met verjaardagsfeesten en crematies. Daarna een lieve logee uit de USA met wie ik het prima kan vinden. Maar die zo’n ander temperament heeft, zo’n andere opvatting over vele zaken (en die van haar beter vindt) dat ik ervan moest bekomen.

Gelijktijdig had ik mijn MacOS een update van Lion naar Capitan gegeven. Noodgedwongen, want er liep iets met het netwerk. Ik ga het niet allemaal uitleggen, maar het was aanvankelijk een ramp. Mijn Epsonprinters, zowel laser als photo, werden niet meer herkend en de scanners wilden ook niet meer. Als ik ergens ziek van word dan is het van een computer zonder printer.

Geef me een halve dag om manuals te lezen, errors op te sporen en de boel weer op te bouwen. Logé zat met eigen computer in mijn werkkamer maar haar mondje bleef maar kwebbelen en er viel van alles te doen. Maar zondag kreeg ik het dan voor elkaar en mocht ik op mijn lauweren rusten.

‘s-Middags een onverwacht bericht dat een goede vriend in het ziekenhuis lag. Had aan de lunch een TIA gekregen. Gelukkig at hij met een vriend die neuroloog was. Die zag het gebeuren en heeft trefzeker gehandeld. 112 Gebeld, en hem naar het ziekenhuis begeleid. Maar hoe ernstig de schade was, en waardoor het was gekomen zou nog uit onderzoeken moeten blijken. Spannende dagen. De uitslag was gunstig. Geen uitvalsverschijnselen. De vernauwing in de halsader is nog niet erg genoeg om nu al te opereren. Samen met zijn kinderen gisteravond bij hem zijn thuiskomst en de goede afloop gevierd.

Op 11 juli komt de overval-zaak voor de meervoudige kamer. Ik ga erheen, wil de gezichten zonder masker zien en horen wat ze te vertellen hebben. Ik meldde dit gisteravond terloops en de TIA-vriend zei meteen: ik ga mee, dan maken we daar een gezellig uitje van. Lijkt me een prima idee.

Vanavond komt Ammie logeren. Oké. Bliksembezoek. Ik wil er Inge niet voor afbellen want er is buiten gruwelijk veel te doen na al die regen. Spekgladde alg op alle stoepen en tegels. Hogedrukspuitwerk nodig voordat we onze benen breken. De brandnetels groeien zonder overdrijven 10 cm per dag. Het fruit hangt onrijp te rotten in de bomen. Niets aan te doen. Maar langs de vijver staat een rij van 16 veenorchissen te bloeien. Dat is dan wel weer leuk.

 

 

 

 

Dieet?

Wat voor een dieet volg jij?, vroeg hij. Ik schoot in de lach en zei: geen! Ik krijg steeds op mijn kop van Inge vanwege mijn bruine boterhammen met kaas, omdat dit volgens de nieuwste wetten ongezond zou zijn. ‘Hij’ is mijn tandarts waarvoor ik op- en neer naar Arnhem rijd.

Half jaar geleden had hij foto’s genomen. Onderhand nodig, dacht hij. dan kunnen we over een half jaar zien hoe snel de botafbraak gaat. Nou, die ging dus helemaal niet. Of ik soms extra kalk slikte? Andere medicijnen?  Niets van dit al. Zelden pasta, piepers of rijst. Liever een bruine boterham bij mijn eten. Doorgaan zo, was zijn advies. En waarom heb je amper tandsteen? Ik zou het niet weten. Hij vulde een piepklein gaatje en dat was het weer. Over een half jaar controleren.

Hé, zei hij ineens, de ouderwetse kubus is weer helemaal in. Ik knikte voorzichtig want kon niks zeggen. Heb er laatst nog een gekocht voor Isabel omdat de hare (de oude van pappa?) tot op de draad versleten was. Heb jij die kleine boekjes nog?, vroeg hij. Ik reageerde niet want hij boorde. Toen hij daarmee klaar was herhaalde hij zijn vraag. Zal ik ze voor je kopiëren?

In Arnhem goot het pijpenstelen. Hier valt af-en-toe een beschaafd buitje. Niet voldoende om de boel eens flink te doordrenken wat hard nodig is.

Papieren binnen van het OM met allerlei vragen. De boeven zijn, na nog twee gewapende overvallen, gepakt en gaan daadwerkelijk voor de rechter. Knap en volhardend werk van de recherche, dat mag ook wel eens gezegd. Ik heb slechts een glimpje gezien van wat deze mannen allemaal doen en neem er mijn pet diep voor af. Ik ben al het gekanker in dit land over alles en nog wat meer dan zat.

Drukke week achter de kiezen. De eeuwig verstopte afvoer in de keuken lijkt voorgoed verholpen, wat een luxe! Aannemer en elektriciën zijn geweest maar nog niet klaar. Een vriend gecremeerd en van een ander zijn einde vernomen, twee verjaardagen gevierd met grote feesten en nóg weer een drukke week in het verschiet. Waar anderen niet weten wat ze met hun tijd aanmoeten, kom ik tijd tekort.

Wilde tuin

Het mooiste weer van de wereld vandaag. Zonnig maar niet te warm zodat we hard konden werken. Jij hoeft toch niks aan die tuin te doen?, vraagt iedereen. Niet in de gebruikelijke zin nee, maar alle zaailingen van bramen, eikenbomen, hulsten, tamme kastanjes, linden, essen, kardinaalsmuts, hazelnoten en klimop moeten eruit als ze op plekken staan waar je geen bomen of prikspul wilt hebben. Niet trekken, maar uitsteken met de schop. Laat je iets van de (pen)wortel achter, dan krijg je een dubbele boom terug. Heb je veel vogels, eekhoorns of andere beesten die dol op boomvruchten zijn dan helpen die je als een gek met ‘zaaien’. Vergeet ik voor het gemak nog kleefkruid en zevenblad. Frambozen, fruit- en notenbomen doen het prachtig op kippenpoep, maar de brandnetels ook. Niks doen is er hier zelden bij.

De zelfgezaaide grote blauwe hosta’s uitgeplant die ik twee jaar in grote bakken heb opgekweekt. In de loop der tijden ontdekt dat ze heel goed te zaaien zijn. Op de kwekerij betaal je er makkelijk 10 euro voor, en 30 planten is hier helemaal niks. Bijkomend voordeel is, dat ze zijn opgegroeid in de atmosfeer waar ze komen te staan. Samen met de groene, zilveren en goudkleurige planten (die ook goed te zaaien zijn) vormen ze prachtige bosschages die met hun grote blad het onkruid tegenhouden. Prima schuilplaats voor muisjes en ander klein gedierte dat door de uilen wordt bejaagd. De slakken zijn er ook dol op, maar de zanglijsters zijn weer verzot op de slakken. Zo begint er hier een mooie kringloop te ontstaan.

Dit jaar staan er al vijftien veenorchissen langs de vijver. De eerste is ooit spontaan komen aanwaaien. Ze goeien bij voorkeur in ruigten, en ruig is het hier want ik heb geen tijd en puf om alles preciesjes bij te houden. Vanmiddag de eerste grote blauwe libelle uit zijn velletje zien klimmen. Gisteren probeerden twee zeer jonge zanglijsters vergeefs binnen de kippenren te komen. Ze waren woedend want de roodborsten kunnen wel door de tralies heen en eten mee met de kippen. Die zullen wel gezonde jongen hebben vanwege de legkorrel die ze de hele dag bietsen.

Eitje 300 is gelegd vanaf half januari, terwijl ik maar 4 kippen bezit. En een haantje dat niet overmatig kraait, maar wel als er een eitje is geled. Dan jubelt hij het uit en de drie kipjes zingen mee uit volle borst, waarna de legster als een queen het hok uitschrijdt. Gekke beesten. Bij het krieken van de dag doet hij dapper met de vogels mee. Nog geen klachten gehad. De buren hebben nu ook kippen en achter lopen twee mekkerende geiten. Deze geluiden zijn heel wat aangenamer dan bladblazers en zitmaaimachines.

 

Magnum ijsjes

Hoe vies ze zijn zal ik haarfijn uit de doeken doen uit eigen ervaring. Omdat mijn afvoer tot gisteren nog altijd ellende gaf, had ik geen moed om zelf ijs te maken. Het was prachtig weer en, kieskeurig geworden, besloot ik magnums te kopen. Da’s toch een uitgesproken luxe vernapering.

Gisteravond kwam straatgenote Anne langs om te vragen hoe het me verging. We hadden elkaar een tijd niet gezien en heel wat bij te praten. Ik haalde twee magnums uit de vriezer, holde naar binnen omdat de telefoon ging, en toen weer naar buiten met koffie. Vanmorgen trof ik naast de telefoon het bordje met twee magnums aan.

Er lag geen gesmolten kledder op het bordje. Ze waren keurig ingeseald. Ik voelde voorzichtig maar stuitte op de harde, dikke chocoladekorst. Toch moesten ze na een warme nacht binnen gesmolten zijn. Ik besloot het experiment te wagen en legde ze in de diepvries. Zojuist heb ik er een geprobeerd. Niet van echt te onderscheiden.

Makkelijk voor winkeliers die soms last van stroomstoring hebben, was mijn eerste gedachte. Aan de structuur van het ijs was niet te merken dat het geheel ontdooid en weer ingevroren was. Dit geeft mij in elk geval te denken. Wat voor een rotzooi zit er in? Wat werken we met dit prijzige ijsje nog meer naar binnen? Het ooit zo heerlijke Hertog ijs wil ook niet meer behoorlijk smelten. Als je dat een keer vergeet, blijft er een papperige kledder over, maar dit terzijde.

Magnums kun je dus rustig kopen bij 30 graden als je nog een half uur moet rijden. Gewoon in de vriezer en niemand merkt er iets van. Die dikke chocoladekorst is dus geen extra tractatie, maar een misleidende korst om – eerste hulp bij ongelukken – de modder bij elkaar te houden.