Stipje aan de blauwe lucht

Isabel zit weer veilig in Frankrijk. Het was een ontzettend leuke tijd. De eerste twee dagen was het weer te slecht om een hond buiten te laten. Geen probleem, want ze is rap met de computer. Nog niet binnen of ze heeft de reservemachine al opgestart. Ze weet precies waar ze alles kan vinden en genoot van Hollandse filmpjes en Franse clips waarmee ze uit volle borst meezong. Ze heeft veel gezongen.

Eten vormde ook geen probleem. Die kleine eigen eitjes sloeg ze geen morgen over. Met een plakje gebakken bacon er onder. Eerst op een boterham met dik geitenkaas en rauwe ham, waar ze na een dag of wat vanaf zag. Doe mij alleen dat gebakken eitje spek maar. En een glaasje sinaasappelsap, en een kommetje rijstemelk met gepofte honingdingen. En een aardbeitje misschien?

In plaats van snoep alleen maar fruit gekocht: kersen, aardbeien, mango’s, avocado’s, meloen. Shakes gemaakt van fruit met een dikke bol ijs erdoor. Mmm. De beste uitvinding van de week was zelf een taartje maken van eierkoek, berg aardbeiplakjes erop, dan een een laagje poedersuiker, tot slot een mop slagroom. En natuurlijk het dessert-buffet tijdens de film, bestaande uit een dikke laag fruit, een bol biologisch vanilleijs, overgoten met vanillevla, en de onvolprezen mop slagroom. Smullen! Wèl gezond gegeten: verse groenten, aardappeltjes en vlees. Ook pannenkoeken en tosti’s gebakken. En een bio-pizza die we boordevol snoeptomaatjes hadden gelegd.

bootcampBootcamp op Soesterberg bleek een succes, hoewel zij twee zware uren had vol oefeningen: opdrukken, kikkeren, hardlopen, klimmen en zo. Ouders mochten er niet bij zijn. Het was tenminste een middag met leeftijdgenoten van 8 – 12 jaar en geen kleutergedoe. Er waren maar drie meisjes maar dat deerde niet. Hoogtepunt was het broodje bakken boven open vuur. Ze deed het – in tegenstelling tot de jongens – met beleid en geduld zodat haar broodje nog lekker smaakte ook. Het programma was flink uitgelopen. Park en museum waren al gesloten toen het bootcamp-leger weer werd vrijgelaten. Betekende dat we het hele park met klimrekken, balken, tanks en schommels voor onszelf hadden, en dat ze al die toestellen nog eens ongestoord op d’r eentje zonder haast kon uitproberen.

Soesterberg

Het NMM in Soesterberg begint leuk te worden! Het park is vrij toegankelijk en barst van de militaire klim-, schommel en balktoestellen, plus tanks waar iedereen in- en op mag. Er zijn twee grote cirkels gekomen. De een is een zandbak met stap-, klim- en glijstenen; de ander een waterbassin waar je waterlopen kunt construeren, waar douches, spuiten en pompen staan. Reservekleren meenemen, dat wel! Arme kinderen die steeds te horen kregen dat ze zichzelf niet nat mochten maken.

Erg sympathiek: er is ook een pomp met drinkwater. Er staan (overdekt) banken en tafels waar je meegebrachte bammetjes kunt eten. Natuurlijk is er ook horeca waar je iets kunt halen, maar dit is niet verplicht. Ik denk dat Soesterberg (vooralsnog?) het enige gratis toegankelijke pretpark is waar je een hele dag lol kunt hebben met kleine en grotere kinderen, want je bent ook niet verplicht het museum in te gaan dat zeer uitgebreid is en gratis voor museumjaarkaart.

Dierenpark

Dierenpark Amersfoort blijft leuk, maar is geheel gericht op consumeren. Bij de friettent werden slecht hersluitbare flesjes water verkocht voor 2,50 wat mij te gortig was. Isabel had dorst na de zoute patatten. Ik ben in het restaurant een bio flesje Schulp gaan halen met afsluitbare dop dat in mijn zak paste. Kon eventueel met drinkwater worden hervuld zonder te lekken. Met parkeren en horeca mee, (één ijsje,  één friet en het flesje) waren we dik zestig euro kwijt voor één 65+ plus kind. Gelukkig waren we goed doorvoed. We zouden eerst nog een pannenkoek blijven eten, maar na de friet was de honger weg. Thuis brocoli met gekookte jonge oppendoezen en een tartaartje gemaakt. Smaakte wel zo lekker en gezond.

‘t Oortje

Dagje Utrecht werd vooral een succes door ons bezoek aan ‘t Oortje. Dit is een sieradenwinkel aan de Oude Gracht, vlak bij de Donkere Gaard. Ze hebben een grote collectie aluminium, titanium en stalen oorversierselen die ‘huidvriendelijk’ zijn. Isabel nam de tijd om de hele collectie te bestuderen, maar kwam steeds terug op haar eerste keuze. Klein pinguins in haar oren. Haar dag kon niet meer stuk.

Centraal Museum

Om eens iets anders te doen èn omdat Nijntje er tijdelijk was ondergebracht, bezochten we het Centraal Museum. Nijntje miste alle pretjes uit het oude gebouw en was gedegradeerd tot baby- en kleuterspeelzaal. Toen we de eindeloos lange zalen hadden gehad, konden we geen Nijntje meer zien. Drankje horeca en óp dan maar naar het antieke poppenhuis, waar een ernstige dame stil stond te genieten totdat Isabel langdurig de hik kreeg van haar chocomel.

Isabel is altijd de baas van de routing. Ze kan goed kaart lezen, bestudeert hoe we moeten, en draait het papier nooit rond. Toen we driemaal hetzelfde rondje hadden gelopen zei ze boos: ‘hier deugt geen klap van, de verhoudingen kloppen niet!’. Voor mij had ze groot gelijk. Er stonden lange blokken aangegeven terwijl de afstanden maar superkort waren. Toen ze dit had geconstateerd liep ze rechtstreeks naar de zaal van het oude schip, waar – helaas helaas – het licht kapot was. Ze vond de geur van gebreeuwd touw ronduit smerig en waren er zo weer weg. Al met al geen succes.

Speeldoos

Speeldoos en pierement kent ze op haar duimpje. Ze wilde er eigenlijk niet heen maar toen we er langs liepen wilde ze er in. ‘Ga jij maar lekker zitten, ik ken de weg’, zei ze. Ze wilde niet met de rondleiding mee die net begon, maar boven een melodietje knippen. Ze kwam tussendoor nog kijken of ik me buiten op het terrasje wel amuseerde en verdween meteen weer naar binnen naar de machines die ze zelf kon bedienen. Ik was blij even te zitten terwijl zij resoluut haar onafhankelijke gang ging.

La Place

Bij La Place kochten we een biologische pizza. Zin in iets lekkers?, vroeg ik, en we kozen ons smakelijk ogende vruchtengebakjes met een groot glas vruchtensap. De taartjes vielen ontzettend tegen. Veel te zoet en vet naar onze smaak, met stijve pudding eronder. Isabel grinnikte dat ze een eierkoek met aardbeien heel veel lekkerder vond en we aten de taartjes niet helemaal op. Daarna wilde ze even over de snoepafdeling lopen, alleen maar om naar al dat moois te kijken. We besloten dat we die grote schuimen nog het lekkerste vonden, maar dat we beter zelf konden maken. Hetgeen er niet meer van kwam omdat we films van ‘Mees Kees’ moesten kijken.

Stationshal, bus en vliegveld

Zondag gidste ze me – op weg naar Airport Rotterdam –  feilloos door de nieuwe stationshal naar perron 8 en in Rotterdam naar de bushalte. Lijn 33, dat had ze van vorige keren onthouden. Ze wist hoe het moest en had geen chauffeur nodig. Helaas mocht ze haar OVkaart niet voor het ruitje houden omdat kinderen op zondag gratis reizen. Uitchecken was er dus ook niet bij, wat ze jammer vond.

Als een routinier stoof ze op het vliegveld meteen naar de juiste balie en kwakte haar reispapieren op de desk. Wel een nieuw tasje graag, sprak ze tegen de dame. Van het oude had ze het halslint voor iets anders gebruikt. Ze werd op haar wenken bediend.

En toen vloog ze weer zwaaiend uit mijn leven tot ze nog maar een wit stipje was in de grote blauwe lucht.

Problemen lossen zich vanzelf op

Om twee uur komt Isabel(10) logeren. Weer op d’r eentje uit Frankrijk gevlogen. Ontzettend gezellig, ik kijk er naar uit. We improviseren van dag tot dag wat we doen. Samen shoppen, kleren kopen, museumpje pikken, filpjes kijken in de ‘huisbioscoop’ zoals zij dat noemt. Te streamen films van Netflix die je even kunt stoppen als het haar te spannend wordt, of als ze moet plassen of iets lekkers pakken. Allemaal niets bijzonders, maar reuze knus.

Afgelopen dinsdag belde A, die hier de hele maand mei logeerde. Ze moest gisteren van haar onderkomen weg, zou een dagbehandeling krijgen in mijn woonplaats en of ze hier weer mocht verblijven omdat ze nog steeds niet alleen kan wonen. Nog vers in mijn geheugen hoe beperkend het was om geen stap te kunnen zetten zonder gezelschap voor haar te organiseren, mijn vrienden op afstand te houden om haar niet te overprikkelen, niet te gaan of staan waar ik wilde, niet mijn eigen radio en tv te kunnen kiezen, heb ik nee gezegd. Ik had vorige keer drie weken nodig om weer bij te komen van het me continu beheersen.

Merkwaardigerwijs lossen problemen zich vaak vanzelf op. Er waren twee dingen die al een hele tijd moesten. Ten eerste: dit weblog technisch updaten omdat er veiligheidslekken waren verholpen. Kwam er niet van. Ik stelde steeds uit. Tot Isabel’s paps gisteren belde, dat hij een nieuwe website ging maken, en waarmee hij dit zou gaan doen? Zijn vorige software werd niet meer ondersteund, een goed alternatief bleek er niet te zijn (of behoorlijk prijzig). We kwamen uit op WordPress, waarmee je tegenwoordig naast blogs ook websites kunt maken. En zo kwam het, dat ik gisteravond ook maar eens tijd besteedde aan het backuppen en updaten van mijn eigen spul. Gaf een goed gevoel.

Ten tweede: al weken loop ik met het voornemen een heleboel overtollige attributen van voorouders naar de veiling te doen, maar telkens schoof ik het voor me uit. Tot de veilingman gisteren belde, dat ze een prent gevonden hadden die al jaren in hun opslag stond om te veilen, maar die door iedereen vergeten was. Aha, komt dat mooi uit! Afspraak gemaakt. Nu komt er weer schot in het ruimen.

Als een euro in mijn open hand…

HEGGENSCHAAR OP STEEL

De eerste week augustus is verdwenen als een euro in mijn open hand. Nu ik mijn Klokhuisblad eraan heb gegeven kan ik volop genieten van de zomerse dagen. De eerste augustus sinds jaren dat ik geen acht-urige werkdag achter mijn bureau maak, weekends inbegrepen.

Denk niet dat ik stil zit. Toen Esfahan niet doorging stapte ik meteen naar Kok in Soest, met de oude benzine-maaimachine die we nooit meer gebruiken. Na elke zoveel meter loopt hij vast omdat de opvangbak vol is, mede door alle varens die we van het pad wegmaaien. Als we geen verse benzine gebruiken slaat hij trouwens af. Telkens leeghevelen en weer verse benzine halen vond ik stomvervelend. Als niet gebruikte erfenis nam hij behoorlijk veel plaats in.

Kok in Soest is een topzaak. Ik heb al eerder reclame gemaakt toen ik de accu-bosmaaier kocht. Die nam ik ook naar ze mee, want zij zijn handig in draad inzetten, terwijl ik daar een uur op zit te prutsen. Ik kreeg een zinnig bedrag terug voor de oude maaier, en kocht een accu-heggenschaar op steel van Stihl. Werkt voor mijn pols tamelijk zwaar, maar Inge is er verrukt van en heeft er al heel wat mee gedaan. Werkt op dezelfde accu als de bosmaaier die we overal voor gebruiken. Tweede accu bijgekocht. Tweede lader was niet nodig.

BLAUWE BESSEN

De blauwe bessen hangen in dikke trossen te rijpen. Ik ben niet de enige die ze in de gaten houd. Mijn aandoenlijk tamme merel hipt de halve dag rond de struik, bestudeert de trossen, vliegt op en pikt dan feilloos die éne blauwe uit de groene tros. Als ik langs de struik loop en er eentje pik, dan zit hij op twee meter afstand naar me te schelden. Keer ik mijn schreden, dan is hij weer aan de beurt. De vogels hebben het slecht want er zijn geen regenwormen en maar weinig slakken. Ondanks de hevige buien die we laatst hadden, en waarvan het water als beekjes over de paden wegstroomt, is de grond uitgedroogd.

STANK?

Ik hoorde het al van verschillende mensen. Waarom stinkt jouw kippenren niet? Misschien omdat hij behoorlijk ruim is en lekker doortocht, waardoor de poepjes snel drogen? Misschien omdat de bodem niet van beton is met een laag strooisel erover, maar uit eeuwenoude pure bladaarde bestaat? Het nachthok ruikt ook niet vies. Ze krijgen elke week schoon stro onder hun slaapplek. Met het vuile bemest ik fruit- en notenbomen.

Ik heb de Engelse ‘eglu cube’ van Omlet nu anderhalf jaar in gebruik. De kipjes zijn als kuikens gekomen en lijken er dik tevreden mee. Ze gebruiken het hok alleen voor leggen en slapen. Ze sjouwen door weer en wind de hele dag buiten en schuilen onder het hok voor gevaar en regen.

Door de losse zitbodems en mestladen, die ik dubbel heb, is schoonmaken een fluitje van een cent. Ik ben enorm gelukkig met dit hok.

LIBELLEN

De blauwe glazenmakers maken dankbaar gebruik van de punten van de krabbescheer die boven water staan. De monsterachtige insecten klimmen tegen de stengels op en ontdoen zich van hun jasje, hangen geruime tijd te drogen, om tegen de laten middag op de wiek te gaan. Eerst maken ze enige verkenningsrondjes boven- en rond hun geboortevijver om vervolgens weg te trekken. Ik vind het een wonder van de natuur, hoe op een warme zomerdag een prachtige grote libelle uit zo’n lelijke kleine pop sluipt, die twee of drie jaar onder water heeft geleefd. Een wonder hoe zijn lijf en vleugels zitten opgevouwen en zich, na het barsten van zijn korseltje, heel langzaam ontvouwen tot iets van absolute schoonheid.

 

De maand juli

Een hele maand voorbij en wat doet een mens in dertig dagen? Eerst bliksembezoek van H die zich vanuit Frankrijk een motorfiets (zo’n oude, van de gemotoriseerde politie) had aangeschaft. Hij kwam vliegen met een loodzware tas waarin zijn leren motorkleding zat, rondde op maandag de koop af, liet de papieren overschrijven en tufte dinsdagmorgen in alle vroegte terug naar Frankrijk. Hij nam hier twee dagen voor om de fiets goed uit te testen. Zou hij niet bevallen, dan verkocht hij hem wel weer. Maar het ding zat hem als gegoten, kreeg ik de indruk. Ook buitenmens geworden, zag H. trouwens meteen hoeveel werk er hier buiten was verzet en hoe goed de boel was bijgehouden.

Op hetzelfde moment dat H hier de deur binnenstapte, belde W. Het kan verkeren. Zo zie of spreek je ze zelden, zo heb je er twee in één week want die kwamen op zaterdag. Helaas bleek Jasper(2) panisch voor Yoeko hoewel Wouter(6) erg onbevangen omgaat met de hond. Het wilde maar niet wennen en het werd zelfs zo erg dat ik Yoeko moest wegsluiten.

De rijpende frambozen bleek het enige boeiende aan de tuin. Gevaarlijk om te plukken tussen de manshoge bramenscheuten en brandnetels die we nog niet allemaal verwijderd hadden en ik vond het dan ook niet goed. De enige aardbeien – aan de enige plant die door de kippen was gespaard – die Inge en ik hadden willen proeven (wel/niet verder kweken?), was ondertussen verdwenen. Niet alleen die ene rijpe vrucht, maar de hele stengel met nog twee onrijpe aardbeitjes was eruit gehaald. Ik voelde me kinderachtig en boos tegelijk.

Dezelfde week hadden Inge (en ik, maar zij doet het zware werk) de rhodo’s in de voortuin gesnoeid, zodat het originele pad weer tevoorschijn was gekomen. Jurjen, de ecologische bomenman, had al geconstateerd dat er voldoende jonge ondergroei was, zodat we drastisch te werk mochten gaan. De rozenboog die ik kocht om de kamperfoelie te steunen, beviel niet. We hebben het ding gesloopt en naar onze eigen behoefte anders opgebouwd. Hij heeft de storm vorige week glansrijk doorstaan. Jurjen had gelukkig ook bij zijn vorige bezoek de grote dode tak uit de eikenboom gezaagd, pal boven het tentje en de kippenren. De dag voor de storm kreeg ik zijn nota. Ik heb zelden met zoveel plezier een nota betaald want behalve wat uitgewaaide dode en levende twijgen uit de dennen (en veel jonge toppen uit de eikenbomen) is alles blijven staan. Zelfs de enorme douglas, die onlangs was opgeschoond, verloor maar weinig hout. Als die ooit valt, ga ik verhuizen.

FLUWEELBOOM

Anders was het met die verdomde metershoge fluweelbomen van de buren. Ze hadden er op mijn verzoek al een paar weggehaald die ver over het hek in mijn miezerende notenboom groeiden. Maar ze hadden er ook een laten staan op nog geen 30 cm van de erfscheiding. Jurjen zei meteen: dat ding moet weg, maar om nou ongevraagd de bomen van buurman om te zagen ging mij te ver.

Gisteren was ik lange tijd weg. Bij thuiskomst zag ik dat die metershoge fluweelboom was afgescheurd, vermoedelijk nog even blijven hangen na de storm, en in mijn notenboom was gevallen. Om zeven uur gisteravond heb ik schadelijkste takken weggezaagd om mijn vernielde notenboom te ontlasten want hij zit vol noten sinds hij gevoed wordt met kippenstront. Een grote woede overviel me. Had ik toevallig met de hond in de frambozen gelopen (vanwege de regen niet meer gedaan), dan had die vallende boom ons de kop kunnen kosten.

Eerst was ik van plan om alle verzaagde takken over het hek naar hun kant te gooien. Mijn eigen houtwal ligt ondertussen meer dan vol. Maar zonder Inge bleek dit geen doen met die plaat in mijn pols. De boomstam is dikker dan een damesdij. Ik besloot een briefje bij de buren in de bus te stoppen, maar na het verzagen van de zijtakken die de notenboom dreigden te mollen belde ik aan. Een huisbewaarder stond me te woord en beloofde vanmiddag te komen helpen de boel op te ruimen. Is inmiddels gebeurd. Hij stond ervan te kijken hoeveel boom het was, en heeft de boel over het hek gedonderd.

IRAK

Een week lang kwam mijn zwerversbloed boven. H, met wie ik wel eens een loempiaatje eet, vertelde dat hij plannen had met twee bevriende echtparen een dag of zes naar Esfahan (Iran) te gaan en of ik soms mee wilde? Ik ken H. al vijftig jaar en we hebben een soort broer/zus relatie die zeer prettig is. Een van zijn vrienden heeft in Iran gewerkt en spreekt de taal. Nee, zei ik, maar de volgende morgen mailde ik hem dat ik van gedachten was veranderd. Zes dagen van huis zou moeten lukken en ik wilde Esfahan dolgraag zien vanwege de kunstige oude bouwsels in baksteen, waarop mijn vader zo dol was.

Ik schafte meteen de meest recente reisgids aan en bestudeerde alle in’s en out’s. Leerde dat visacards niet werden geaccepteerd en dat er ook geen pinautomaten waren. Contanten meenemen en in het (liefst Perzische) hotel samen een kluisje huren om de boel veilig te stellen. Informeren welke entingen nodig waren. Me verder verdiept in alle (tussen)vormen van Islamitische kledij en mijn moeders rijke collectie shawls nagezocht om te zien of er ‘hoofddoeken’ tussen zaten. Ik was al een heel eind op weg; de ingeslapen vrijbuiter in me kwam geheel tot leven. Morgen zou de eerste ontmoeting met de reisgenoten zijn. Paspoort mee om de reis te reserveren.

Helaas kwam gisteren het bericht dat Iran momenteel alleen te bereizen valt in grote gezelschappen, gebruik makend van bepaalde nachtvluchten met extra overstap en controle, ondergebracht in bepaalde toeristenhotels. Dit was zeker niet onze bedoeling dus de reis wordt tot nader order uitgesteld.

HD heeft ook al gevraagd of ik niet eens mee wil. Hij gidst groepen geleerde dames en heren door Iran. Maar ik wil kijken in plaats van leren en houd niet reizen waarbij de grote groep ademloos achter de goeroe aanhobbelt. Ik wil desnoods uren kunnen turen naar één object. Zonder geouwehoer.

ALLERGIE

Enige vorm van hooikoorts zal ik altijd blijven houden, maar die zware allergie ben ik kwijt sinds de vochtige schimmels in huis niet langer worden gevoed door lekkages en doorslaande buitenmuren. Zonder het te weten ben ik hier langdurig behoorlijk ziek van geweest. Er heerste hier hetzelfde zompige binnenklimaat als in Broek waar ik na een aantal dagen altijd hardstikke beroerd werd. Vocht is de pest voor jou, zei homeopaat Maas al veertig jaar geleden. Reden om ‘op het zand’ te gaan wonen in plaats van aan het water. Maar op het zand in een doorslaand huis bleek toch geen doorslaand succes.

VRIJHEID

Een belangrijk besluit was mijn redacteurschap eraan te geven. Eens per kwartaal groef ik mijzelf een maand lang in, om een welverzorgd blaadje te maken voor een besloten groep. Na dit in de jaren ’90 10 jaar pro deo te hebben gedaan, hield ik er toen mee op. Omdat niemand mijn werk kon of wilde overnemen haalden ze een professional binnen die ervoor kreeg betaald. Toen deze man plotseling overleed kwamen ze bij mij terug om hen uit de brand te helpen. Ik heb het werk toen geaccepteerd tegen dezelfde betaling als hij ervoor kreeg. Ik paste mijn vakanties en vrije dagen erop aan. Betaald werk schept immers verplichtingen?

De keerzijde was dat ik het werk creatief en leuk vond. Ik bouwde prettige contacten op met zowel drukker als schrijvers. Aanvankelijk onder toezicht van de oude hoofdredacteur met wie ik in eerdere jaren ontzetten plezierig had samengewerkt. Helaas leed hij aan een oogkwaal waardoor hij vele toetsen missloeg. Hij schreef veel maar zijn werk moest altijd worden geredigeerd wat ik niet erg vond. Ik deed het met plezier en zorgde ervoor dat zijn inzendingen er altijd piekfijn uitzagen.

Twee jaar terug werd het hoofdredacteurschap overgedragen aan de secretaris van de club. Een taalgevoelig mens die mijn taak wat zou kunnen verlichten. Niets bleek minder waar. Op momenten dat het blad moest worden gemaakt bleek hij op vakantie, of weg, of verhinderd iets meer te doen dan een spellingchecker over de bubs heen te halen. Maar redigeren is een smakelijk leesbaar stuk voor de lezer produceren, zonder herhalingen, kromme zinnen of ijdelheden, en dan ook nog in de stijl van de schrijver. Kort en goed: ik deed het werk en hij kreeg de complimenten voor het blad tot ik hiertegen protesteerde. Pas vorig jaar werd expliciet vermeld dat ik zowel redactie als opmaak deed.

In januari besloot het bestuur met het gedrukte blad te stoppen omdat dit te kostbaar werd. Men besloot maandelijks een digitale nieuwsbrief te gaan publiceren. Ik kreeg dit pas te horen toen dit een onvoldongen feit was, precies een week voordat het allerlaatste gedrukte tijdschrift gemaakt zou worden. Waarschijnlijk gingen ze ervan uit dat ik die nieuwsbrief wel zou doen maar ik zag de bui al hangen. Eens per kwartaal was me voldoende. Elke maand een week gevangen zitten stond me niet aan. Omdat digitaal een totaal andere werkwijze vraagt dan drukwerk, voelde ik er ook niet voor. Ik zei dus nee. Maar er zouden vanwege donateurs en adverteerders nog twee tijdschriftjes ‘als vanouds’ moeten verschijnen en of ik die nog wilde maken. Ik zou er over denken.

Begin vorige maand stuurde ik e-mails met de vraag wat de bedoeling verder was. Geen antwoord. Vorige week pas een telefoontje hoeveel kopij ik al binnen had? Nope dus! Of ik maar aan het blad wilde beginnen. Hoezo? Waarmee? Op welke wijze? Liefst in XML. En toen werd alles me te gortig. Geheel tegen mijn gewoonte gooide ik er de bijl bij neer. Dag arrogant geworden club waarvan ik sinds 1984 deel uitmaakte en zelf tien jaar bestuurslid was. Wat werkten we hard in die jaren en met hoeveel plezier om de band tussen bestuur en vrijwilligers goed te houden. Niets meer van dit al. Ze lijken daar momenteel een wedstrijd te houden wie het langst aan het pluche kan blijven kleven. Gemakzucht troef. Doodzonde maar het is niet anders. Er zijn gelukkig belangrijkere dingen.

 

 

Deense serie Rita

Vrijwel alle tijdschriften eruit gedonderd, de dagbladen gehouden en het abo op Netflix. De eeuwigdurende tv-programma’s van NPO, vaak ook nog in herhaling, ben ik meer dan beu, sport kijk ik zelden en ik raak agressief van alle onderbrekende reclames bij de commerciëlen.

Het liefst kijk ik de series bij Netflix omdat afleveringen zelden langer dan een uur duren. Gisteravond de derde jaargang van ‘Rita’ afgerond en ik verheug me op het vervolg. Nu eens geen masculien USA-verhaal vol stoere binken, maar een Deense serie waarin – zoals vaker – krachtige vrouwen de leiding nemen. In dit geval op een openbare middelbare school met vele problemen betreffende homohaat, buitenlanders en sociale verschillen.

Rita is een dwarse leerkracht en zegt – vaak tot ergernis van collegae – zeer direct waar het op staat. Ze gaat geweldig met kinderen om. Ze ziet het vooral als haar taak om vastgelopen leerlingen van hun veeleisende ouders te bevrijden. Dat ze door dit ideaal haar eigen drie kinderen, waaronder de homo-zoon van 16, bijna het huis uitjaagt houdt de verhaallijn spannend. De steeds wisselende liefde-haatverhouding met allen die haar na staan (of te na willen komen) past feilloos in haar karakter.

Veel sex, veel gepraat over sex, typisch Deens. Echter nooit gespeend van de nodige humor. Steeds weer krijgt Rita te horen of ze alsjeblieft eens normaal kan doen. Wat ze meermaals probeert maar dan verliest ze haar strijdbaarheid op te komen voor de leerlingen die tussen wal en schip dreigen te  raken.

Een warme serie met ernstige ondertoon zoals alleen de Denen die kunnen maken. Het zou niet verkeerd zijn als hij gezien zou worden door Inspectie Onderwijs. Ik denk dat de problemen, regels en eisen in Denemarken niet veel verschillen van die in Nederland.