Kribbig

De eerste dag dat ik kribbig ben. Het houdt niet op. Ik mag niet klagen want ik wordt goed verzorgd. De aannemer houdt er de vaart in. Gisteren de stukadoor. Niet onaardig en hij deed zijn best er geen grote troep van te maken, wat ten dele lukte. Toen hij vertrokken was en ik opgelucht naar boven klom om op mijn gemak in de badkamer naar de wc te gaan hoorde ik alweer voeten op de trap. Sjips!

Aannemer kwam met de stukadoor terug om diens werk te inspecteren en te zien hoe die het had achtergelaten. Hij maande me achter het behang aan te gaan, waar ik een deel van de middag succesvol mee bezig ben geweest. Ik stuurde hem om vijf uur een mailtje met fabrikaat, soort en kleur. Om middernacht had ik een mail terug dat hij ASAP de behanger/schilder zou komen voorstellen.

Om half negen vanmorgen liep ik trappen en stoepen te vegen want we slippen weg over de gladde grote dennennaalden die bij bossen zijn gevallen. Roept me iemand vrolijk toe. Tsss. Het was de glazenwasser die als geroepen kwam om de hoge goten schoon te maken, maar hier had ik dus niet op gerekend. Uur later kwam Inge, die popelde om weer de vliering op te gaan. Nog meer chaos naar beneden halen? Ja, en meteen al die spullen boven brengen die je nog wil bewaren, maar niet meer hier wilt hebben staan. Het ging mij te snel en ik weigerde gelukkig. Want nog geen half uur later kwamen aannemer en behanger samen binnen om de boel op te meten. Dat duurde ook weer een uurtje.

Om drie uur dacht ik: En nu iedereen mijn hut uit! Buitendeur op slot. Ik wil geen hond meer zien. Mijn volgende afspraak komt morgenmiddag. Tot dan toe wordt het Plaats Rust!. Ben even later toch weer op de keukentrap geklommen om alle niet dierbare tinnen en bronzen familietrofeeën van planken en richels te halen die naar de vliering moeten. Het heeft hier altijd veel te vol gestaan. Ik wil voorlopig alleen nog dingen in de kamer die ik samen met JW heb gekocht, die ik erg mooi vindt, of waaraan ik bijzonder gehecht ben. De rest zoeken de jongens maar uit als ik dood ben of moet verhuizen.

Vorderingen

Brekebeentje Puk blijft een bijzonder stuk. Geen die zo vinnig en aandoenlijk is omdat ze zich nooit laat kisten. Een levenskracht van heb ik jou daar. Ze was de speciale lieveling van Daan en mocht als enige luisjes uit zijn veren pikken wat ze o zo behoedzaam deed.

Ze heeft het nieuwe haantje de weg naar het nachthok gewezen, de weg naar de voerverschafferij en het water. Maar toen hij haar wilde wippen gilde ze moord en brand, waarna ze door haar soortgenoten werd ontzet en en een reuze chaos volgde. Dat was vrijdag.

Vanmorgen stond Daantje van drift te trappelen toen ik de toom uit het nachthok liet. De hennen stoven alle kanten op want geen gelazer voor het ontbijt! Grote Daan wist dit, maar deze nog niet.

Met de buik vol wordt iedereen milder. Daantje begon capriolen uit te halen en vloog een rondje door de ren om tussen de hennen te landen. Ze zagen hem niet staan en gingen rustig door met veren fatsoeneren. Hij schudde zijn eigen veren op en beende op hoge poten met hangende vleugel Puk’s richting uit die in de kleine ren verbleef, terwijl hij zachte keelgeluidjes maakte. Hetgeen zoveel betekent als: ‘mag ik u benaderen, mevrouw?’. Hij maakt vorderingen, dacht ik nog, maar toen had hij Puk al bestegen. Het duurde maar kort, maar ze gaf geen krimp. Hij had zijn scherpe klauwen kennelijk thuisgehouden.

Om half een aten Inge en ik brood bij de kippen. Zelfde tafereel. Hij liep nog steeds blauwtjes bij de grotere hennen en beende daarna naar Puk, de individualiste die zelden doet wat de anderen doen maar compleet haar eigen plan trekt en vaak apart loopt. Hij mompelde iets. Ze vond het nog niet jofel, maar duldde hem wel. Hij bezeerde haar niet.

Na al mijn verhalen moeten jullie snappen dat de laag in de rangorde staande Puk met haar jaloerse zusters van doen kreeg. De sloerie werd achterna gezeten en kreeg een paar stevige pikken. Ook een kip kan het in haar gezin nooit goed doen.

Uur later ontbraken Puk en Daantje in de ren. Ze zaten samen binnen en ik moest lachen. Als er eentje een makkelijke legster is die haar mini-eitjes soepel uit haar gat laat rollen, dan is het Puk wel. ”t Zal mij benieuwen of ze zijn gezelschap bij het leggen op prijs stelt’, dacht ik, en daar hoorde ik haar al snauwen. Daantje buitelde naar buiten terwijl zij al scheldend binnen bleef.

Het voordeel van de zeilen over de ren is dat ze, nu het regent, niet meer onder het hok hoeven te zitten klitten, maar hun gewone ding kunnen blijven doen. Stofbad nemen, hollen, elkaar achterna zitten, babbelen en kibbelen. Weer of geen weer, ze blijven in beweging en houden zichzelf warm, maar dit terzijde.

stroomversnelling

Nu moest de overloop weer leeg want de stukadoor moet de muur afbikken opdat die beter kan drogen.
‘Boekenkastje moet leeg’, zei Inge.
‘Hallo, je kunt me wat!’ zei ik. ‘Andere keer. We hebben een zak vol oude lakens bewaard, we pakken de boekenkast in.’
‘Dan moet wel dat kastje met die laadjes weg. Tjee zeg, dat is niet te tillen. Wat zit daar in hemelsnaam in?’, vroeg ze.
‘Mijn hele verleden’, antwoordde ik naar waarheid. Die laadjes moeten er eerst uit, dan kunnen we hem verplaatsen.’
Ze begon te tellen. Twee-en-twintig laadjes. Bovenin de kleine, onderin de grote. Knopen, kralen, zeepdoosjes, hotelzeepjes, parfumflesjes, spelletjes, grof- en fijn metaal, koperdraad, oude sleutels, nog meer kralen, blokfluiten, herdenkingstegels, nog meer souvenirs, fijn en grof gereedschap, kantjes, lintjes, bandjes en elastieken. Zoiets dus. We bouwden een hoge toren van gestapelde laadjes. Het kastje paste nog precies in de kamer van de verjaagde logée.
‘En dat schilderij?’, vroeg Inge. ‘Dat kan je onmogelijk laten hangen. Stuuks zijn roetmoppen die alle kanten op spatten. En wat doe je hiermee, en daarmee, en zusmee en zomee…?’ Van ‘t een kwam het ander. Voor we het wisten waren we 3/4 huis doorgeweest, hadden we alle hangende spullen bekeken en verplaatst, had ik gewikt, gewogen, gekozen en gerangschikt. Emmaüs, veiling, bewaren en kweetnogniet.
En almaar hoorde ik de bemoedigende stemmen van MLL en HD. De eerste drukte me op het hart: ‘het is jouw huis, jij beslist.’ De tweede adviseerde vorige week nog: ‘haal alle traditie van de muren en kijk dan wat je terug wil hangen om er je eigen stijl in aan te brengen.’
De eerste schifting is geschied. Ben nog lang niet klaar, maar wel dik tevreden met het voorlopige resultaat. Objecten los van hun herkomst bekijken. Houden of weg? Slopende bezigheid, waarbij de chaos niet vermindert maar juist groeit in stapels en hopen.
Lang leve de kippen. Als ik even in de schuiltent ga zitten glijdt alles van me af.

Hoge ogen

Heerlijk weekend met voldoende tijd om de nieuwkomer te observeren. Het is nog steeds ‘Nee Karel nee, niet vandaag …’ en de dames houden vooralsnog de broek aan. Heb geduld, houd ik mezelf voor.

Puk legde in de vroege morgen al een eitje (hoezo, kipjes van de leg? Helemaal niet!) en ik zag met verbazing dat de nieuwe de wacht had betrokken in het nachthok. Net als mijn goudhaan Daan dit deed. Moet in de genen zitten. Het is per slot zijn minder fraaie broertje.

Ik ben hem toch maar weer Daantje gaan noemen om hem een eerlijke kans te geven. Deze naam misstraat hem niet omdat hij een kop kleiner is dan zijn mooie broer. De ziel moet nog zoveel leren. Neem nou de lekkere hapjes die ik ze ‘s-morgens en ‘s-middags breng. Een momentje waarnaar de hennen uitzien. Het kan een geprakt zoet aardappeltje wezen, een gesnipperde snijboon zonder zout gekookt, tomaat of komkommer. Whoea! Daar komt ze met het schoteltje.

Daantje kent dit ritueel nog niet en blijft een beetje op afstand. Mo (Moeder Overste) die zolang weer de leiding heeft genomen, bied hem met haar snavel een hapje aan om hem te laten proeven. Ze maakt er zachte keelgeluidjes bij alsof ze zegt: ‘dit is heel lekker!’. Hij smakt zijn snavel op en neer, precies zoals Daan deed, met dezelfde peinzende blik in de ogen. Je ziet hem proeven. Bij sommige dingen moet de smaak nog wennen. Hij merkt wel dat de meiden het lekker vinden.

Katje, de moeilijke legster – misschien doet haar het leggen pijn – had het vanmiddag weer op haar heupen. Talloze keren leghok in, er er weer uit. Daan lokte haar altijd terug naar de plicht en hield de wacht tot ze klaar was. Daantje is nog niet in staat de leiding te nemen, maar houdt wel de wacht als ze binnen is.

Puk maakt ondertussen lawaai van jewelste als ze binnen zijn. Ik heb weken gedacht dat alle kippen tezamen deze herrie produceerden, maar toevallig zaten Meini en ik in de tent. We zagen dat het Puk alleen was die een meerstemmige snavel opzette alsof ze werd geslacht. Jaloers op die twee binnen, buiten haar zicht, of medeleven met Katje? Who knows.

Daantje kraait minder hard en vaak dan Daan, maar zijn geluid is ook minder welluidend (voor zover je dit van een haan kunt zeggen). Erg imposant is het ook nog niet. De dames raken er niet van ondersteboven. Gistermiddag lagen ze gevieren in de kleine ren te stofbadderen, een fraai gezicht, waarbij ze ongegeneerd in kwetsbare houding in een kuil liggen rollebollen terwijl ze met hun vleugels zand over hun lijf uitstorten.

Daantje stapte er tussendoor met een hangende vleugel ten teken dat hij zin had. Stippel lag binnen zijn bereik, maar wel met een spinnige blik van ‘waag het niet…’. Hij stapte op hoge poten weg en nam zijn verlies. Wonderlijk hoe de vier hennen de harmonie bewaren. Ze gaan onverstoorbaar hun daagse gang. Hij wordt in de groep geaccepteerd (dat is bij een nieuwe hen wel anders) en wegwijs gemaakt, mits hij (voorlopig) van hun lijf blijft. Psychologie van de kip zou een mooi vak zijn!

Toen Meini en ik bij de kipjes vertrokken was het 14:30 uur en zaten Daantje en Kat al een uur samen in het hok. Om 16:42 uur liep ik er weer even heen. Mo, Stippel en Puk trof ik in alle rust op de hoge stok in de kleine ren. Daantje was nog steeds bij Kat. Terwijl grote Daan haar doorlopend met lokgeluidjes aanmoedigde, was het er muisstil. Niettemin. Hij hield haar wel geduldig gezelschap.

Dan komt Kat de trap af. Ze stuift op de eetbak af en pikt of ze uitgehongerd is. Daantje is nog binnen. Ik hoor hoe hij een ei over de kale bodem rolt, maar dit kan evengoed het kalkei zijn. Hij komt naast Kat een hapje eten. Daan kraaide altijd vol triomf als het ei was gelegd, maar Daantje zwijgt zodat ik denk dat het nog steeds niet gelukt is. Zou zomaar kunnen.

Er ligt een groot ei te glanzen. Het één na kleinste kippenlijfje heeft een even groot ei geproduceerd als ik van de grote hennen Stippel en Mo gewend ben. Dat mocht ook moeite kosten! Waarover ik nog het blijste ben, is dat de nieuwe minkukel de leuke eigenschap heeft van zijn broer.

Toen ik de fokker over Daans zorgzaamheid vertelde bij het moeizame leggen van Kat, zei hij verbaasd: ‘hier heb ik nog nooit van gehoord’. Mannen hebben ook geen geduld om lang te observeren. Er zullen vast wel meer hanen zijn met engelengeduld. Als Daantje nou ook nog leert om de meiden iets vriendelijker om een wip te vragen zonder er plof! bovenop te duiken en zijn nagels in hun vel te krammen, gooit hij beslist hoge ogen.

Nee Karel nee…

Het kon niet missen. Daan is de beste van de hele show geworden! De fokker is overgelukkig. Ik natuurlijk wat minder want nu ben ik Daan kwijt. Maar het leven bestaat nu eenmaal uit afscheid nemen, uithuilen en opnieuw beginnen. Het is ook leuk dat de haan die aan mijn zorg was toevertrouwd zo’n pronkstuk is geworden.

Toen Daantje door de marter was gesneuveld, kreeg ik spontaan van de fokker een van zijn beide veelbelovende exemplaren. Op voorwaarde dat hij in het najaar gekeurd zou worden en bij goed bevinden naar de show ging. Daan was toen nog niet erg imposant. Het zal zo’n vaart niet lopen, dachten we alle twee. Maar Daan had het hier bijster naar zijn zin. Hij had vanaf de eerste dag hoffelijke manieren en de kipjes adoreerden hem. Hij werd een gelukkige haan door ruimte, liefde en goed eten. Daan bloeide prachtig op en werd een statige, trotse kerel die rondschreed als een koning.

De keerzijde was dat ik niet meer ongewapend de ren in kon. Hij verdedigde zijn hennen vurig en begon me aan te vallen. Ik harkte alleen nog als hij in het nachthok zat. Maar goed, hier stonden vele leuke dingen tegenover. Zoals hij voor uitsmijter speelde bovenaan de trap, als een kip in privacy haar ei wilde leggen en hoe hij het leghok ging ‘kuisen’ voordat een kip daar binnen ging. Hij was zeer hoffelijk voor zijn harem.

Zijn broer, die ik nu in ruil heb, is een ongelikte beer. Hij is klein en schriel, vreet alles zelf op wat hij aan lekkers vindt en probeert de kippen onverhoeds ruw te grijpen. Ze zijn hier niet van gediend en schieten elkaar te hulp. Toen hij Puk greep – die begon te gillen – schoten de andere hennen te hulp. Zelfs de afzijdige Stippel deed mee. Ze pikten de haan van haar af, vielen hem gezamenlijk aan en lieten hem alle hoeken van de ren zien. ‘Zo zijn we dit hier niet gewend’, maakten ze hem duidelijk.

Overigens zijn de hennen behoorlijk stabiel. Ik had verwacht dat ze van de leg zouden raken, maar ze gedragen zich of er niets is gebeurd. Toen Daan was weggehaald, was het clubje duidelijk in mineur met droeve tokjes en zacht gemompel naar elkaar zoals ze deden in hun kuikentijd. Maar ze hebben zich snel aangepast en leven zoals wij zouden moeten doen: Gisteren is voorbij, morgen is nog ongewis. Alleen het heden telt, en hoe maak ik daar het beste van.

Zojuist enorm spektakel. O jee, het moeizame ei van Katje die er nog hevig misbaar van maakt als ze moet leggen. Geen Daan meer die haar beschermt en terugstuurt naar het leghok als het niet wil lukken. Nog meer gekakel, zo heftig dat de buurhonden ervan gaan blaffen. Ik erop af. Er komen vier joelende kippen uit het hok en in het legnest ligt een warm eitje. De hennen hebben van Daan geleerd hoe ze de barensweeën moeten begeleiden.

Ik noem de nieuwe haan alsmaar ‘Karel’. Het liedje neuriënd van Elsje de Wijn: “Nee Karel nee, niet vandaag…”. Hij krijgt tijd om te wennen. Laat hem eerst maar eens lekker bijeten, aan alle vreemde geluiden wennen en mijn hennen beter leren kennen. Hij krijgt een eerlijke kans, maar als het niet gaat klikken moet hij moven.