Muis

‘t Wordt eentonig: 1 eitje van 29 gram. De barensweeën niet kunnen volgen. Huisarts geweest: langer antibiotica niet nodig. ‘t Is toch weer de bekende rijksdaalder die dwars ligt. Pijnstillers oké. In beweging blijven. M. heeft vakantie. Bel haar na het weekend als het dan nog niet over is.

Gewerkt en nog eens gewerkt. Elk halfuur in ouwewijventempo achter de computer vandaan om stukkie te lopen. Flink opgeschoten met de redactie maar dat wordt ook tijd. Beetje opgeruimd tot ik dacht: Van wie moet dit eigenlijk met pijn in je rug. Van niemand dus. De boel laten liggen.

De dag kruipt voorbij en hij vliegt. Prachtig weer. Na de overvloedige regen is de grond weer zo goed als droog. De overburen sproeien alweer, maar die sproeien ook als het giet.

Nu ga ik het nachthok sluiten en de voerbok hoog hangen. Elke avond zit daar een kleine spitsmuis in te snoepen. Soms heeft hij het benul snel weg te vluchten, soms blijft hij verblind door mijn zaklantaarn zitten en moet ik hem eruit verzoeken. Het is een hardnekkige mee-eter, maar de kippen willen eten tot ze op stok gaan. Muis ziet hen het hok in vertrekken en grijpt zijn kans.

Kreupel

Wanneer het begon weet ik niet meer, maar gistermorgen stapte ik kreupel uit bed met een rug als een plank. Vermoedelijk kou gepakt onder het dunne laken? Het was niet de bewuste rijksdaalder ter hoogte van de nier, maar een zeer symmetrische pijnuitstraling van onderbillen via dijen naar beneden. En mijn rug zat in de taille behoorlijk op slot.

Na voorzichtig bewegen klaarde de pijn voldoende op om voorzichtig met Inge zaailingen en bramen uit te spitten. Leek goed te gaan. Inge vertrok en ik zette me achter de computer om huiswerk te maken. Steunend op mijn onderbillen voelde ik spieren (of zenuwen) langzaam neerwaarts verstijven. Allemachtig zeg, wel eens een oud wijf uit haar stoel op zien staan? Zitten blijkt erger dan spitten. Zal ik het over liggen maar niet hebben.

Er was geen andere keuze dan bureauwerk te doen. Er staat weer een deadline op stapel. Moeizaam op mijn stoel met telkens tussendoor een stukkie lopen. Morgen neem ik de laatste antibiotica. Daarna ga ik me aan pijnstillers vergrijpen om de spieren te ontspannen. Mocht iemand denken dat ik me verveel, neu… eigenlijk niet.

Elke dag

gekooktei“Hoe lang moet 28 gram koken als ik het zacht wil hebben” app’te ik naar Anne. “Twee minuten in kokend water” seinde ze terug. Ik overwon mijn beschroomdheid en liet twee eitjes in kokend water zakken.

Ik zocht in de kasten naar mini-eierdopjes maar kon alleen antieke borrelbekertjes van oma vinden. Maar zilver en eigeeel bijten elkaar. Kristallen likeurglaasjes voldeden beter. Er kwam een zekere plechtigheid in mijn doen en denken. Toen ik vanaf het kippenhok naar het huis terughuppelde met alweer een warm eitje in mijn hand vond ik het ongelooflijk roerend dat mijn eigen kipjes, vanaf kuiken grootgebracht, voortaan mijn lunch gingen verzorgen.

Drie van die kleine eitjes vormen samen één kippenei. Elke dag een krieltje kan onmogelijk verkeerd zijn.

IMG_7798

Bevalling

Inge was er weer en we begonnen met koffie bij de kippen. Grote opwinding rond het nachthok waar er eentje gillend naar buiten kwam vliegen. Opwinding alom. We misten een hen. Die zat in het hok. Een was er net naar buiten gekieperd en twee verdrongen zich bij de trap. Wij gingen er eens goed voor zitten.

De onrust bleef. Uit het hok klonken klaaglijke geluiden. De haan schoof de hennen opzij, ging het hok in, inspecteerde, en bleef in de deuropening staan om anderen de weg te versperren. Het klaaglijk getokkel ging over in harder gejank. Alle hennen schreeuwden mee. De haan werd er zenuwachtig van en daalde de trap af met de ‘bevallen’ kip achter hem aan.

Ze waren nog niet beneden of de volgende hen klom het hok in. Betekende dat ik niet in het legnest kon kijken zonder haar te storen. Het hele ritueel herhaalde zich. Meelevend tokkende hennen die in het hok wilden kijken wat er gaande was, een steeds nerveuzere haan die als politieagent de trap opklom en de ingang blokkeerde. Afschuwelijk gekrijs vanuit het legnest alsof ze levend werd geplukt, en drie hennen die als kippen zonder kop uit volle borst met haar meeschreeuwden.

Ik wilde opstaan om in het legnest te gaan kijken, maar Inge hield me tegen. We zaten rustig in de tent zonder de dieren te storen. Nummer drie is nu binnen, zei Inge, we zullen nog moeten wachten. Herhaling van zetten, zelfde ritueel maar met nog meer kabaal. De buren moesten denken dat we de hele toom aan ‘t slachten waren. Gegil, geschreeuw, gejank en gejammer uit vier hennenkelen. Nerveuze maar strenge haan in de toegangsdeur tot de barende kip te kennen gaf naar buiten te willen.

Er daalde een diepe rust over de ren. Men pikte een hapje, dronk een slokje en Daantje deed een wip op Puk, zijn hartendiefje. Wij slopen stiknieuwsgierig de tent uit naar het deurtje van het legnest. Ik deed het geluidloos open en we schaterden het zachtjes uit. Daar lag, glimmend en wel, één warm beige eitje op het hennepstro, door drie hennen in verbazende zusterschap gelegd.

Dit was dus eitje vier. Het zwaarste van allemaal: 29 gram. En weer lag er geen afzender bij.

Gebakken

gabakkeneiMijn nieuwsgierigheid won het van de wens zo’n mooi eerste eitje van 23 gram te willen bewaren. De schaal bleek verbluffend stevig en de dooier in verhouding groot. Ik bakte het zacht in de boter en liet het op mijn bruine boterham glijden. Hier lag de wekenlange goede verzorging naar me te glimmen. Een goed ei komt van een gezonde kip.