Uren verdaan

Alweer een dag zonder binnenvallende mensen. Ik kon mijn geluk niet op! Het was behoorlijk koud maar er scheen een volle zon. De kippen lagen zowaar met uitgespreide vlerken te zonnebaden en namen genietend een stofbad in de door droogte rul geworden grond. Wit zand? Nooit van gehoord! Ze leven op pikzwarte bladaarde. Dit is het onder de eik in de loop der jaren vanzelf geworden.

Derde geval van vogelpest ontdekt. Fokker vertelde gisteren dat hij naar de keurmeesters in Veenendaal was geweest van de hoendershow aldaar. Vanmorgen in de volkskrant stond er een dubbele pagina over. De show mag niet doorgaan want er mogen geen bezoekers meer binnen bij de kippen. Maar de kippen mogen ook niet meer worden vervoerd. En zondagmorgen blijkt de ruimte verhuurd voor een kerkdienst. Ben ik even blij dat ik mijn kipjes thuis heb, al weken veilig onder een afdekzeil tegen bladval, regen en… vogelgriep, zoals nu blijkt. Er vliegen ineens horden trekvogels over.

Heerlijk met Yoeko door het bos gelopen. Grote luxe want als er werkers bezig zijn kan ik pas om half vijf weg. Geen aantrekkelijke tijd meer voor een wandeling. Aansluitend boodschappen voor de hele week gedaan. Eindelijk dan maar een anonieme bonuskaart genomen. Een hele voorraad sinaasappels, mandarijnen en groente ingeslagen. De rest denk ik er wel bij.

glazenlampje

glazenlampje

Uren verdaan aan het zoeken van een onnozel lampje voor op de gerestaureerde kamer. Er hing iets waarin drie peren zaten, terwijl ik nu iets zoek met één ledlamp die bij kapotheid te vervangen is zonder eerst schotels of bollen te hoeven demonteren. Bij Praxis geweest. Wat een lelijke boel. Alles imitatie van design, terwijl het nèt verkeerd is. Dan maar via Internet: Nijhoff, Ikea, Licht-me-dit en Licht-me-dat. Na uren zoeken op een klein glazen dingetje gestuiterd dat mijn toets van kritiek kan doorstaan. De kamer heeft een blauwe vloer en blauwe gordijnen, terwijl de meeste wanden ivoor geschilderd zijn. Een kapje van glas in plaats van kunststof. Duurt een paar dagen; moet worden geïmporteerd. Ik hoop dat het hier eerder arriveert dan de elektricien.

Dit dus in het kader van mijn cursus: Hoe dood ik de tijd?. Maar zeg nou zelf, rondrijden en overal kijken duurt beslist langer.

Pfff… en tok tok

Schermafdruk 2014-11-19 12.59.04Gisteren de schilder uitgezwaaid, vandaag even helemaal niks. Geïnfecteerd door de radiohype, me langdurig over de ziektekostenverzekering gebogen waarvoor ik de papieren al binnen had gekregen. Onmogelijke opgaaf! Had ik vorig jaar met een geopereerde pols en diverse bezoeken aan alternatief de polis goed benut, dit jaar heb ik slechts 15% van mijn eigen risico verbruikt. Ik had drie bezoeken aan de huisarts voor een tekenbeet; nul alternatief; nul fysiotherapie en nul nieuwe bril. Heeft een aanvullende verzekering zin? Of betaal ik meer aan een polis dan aan een kwaal als ik die krijg? Morgen studeer ik verder.

Tok tok

Mijn kipjesvolk blijft maar leggen. De veren vliegen in het rond van de rui, de hoeveelheid daglicht wordt minder, maar húp daar ligt er weer een heerlijk lauwwarm ei. Twee kippen doen het in ‘t leghok; twee poepen hun eitje ongegeneerd in het slaapgedeelte op de roosters waar iedereen bij zit. Als ik ‘s-morgens het hok open, kan ik aan het geschuifel horen of er op weg naar de deur soms een ei in de weg ligt. Maar kapot getrapt is het nooit.

‘Je put je kippen uit’, waarschuwde iemand. Nah, ik doe niks. Ze krijgen niet eens legvoer. Of liever: ze krijgen het wel, gemixt met graan, maar ze blieven het niet. Ze wippen met hun voeten ladingen uit de bak en pikken daaruit de lekkere graantjes. De legbrokjes blijven over voor bosmuis en naaktslak. Maar ik heb wel een legras dat goed is voor 200 eitjes per jaar. Tegen de tijd dat ze geen eieren meer maken, ga ik hier misschien ook wel weg en heb ik in elk geval van ze genoten.

Haantje Daantje is nu ingeburgerd. Minder prachtig dan zijn prijsbroer, stapt hij statig met zijn borst vooruit wat hem een deftiger aanzien geeft. Maar dat hij nou de baas is over zijn hennen, waag ik te betwijfelen. Als puntje bij paaltje komt geloof ik dat MO de broek aan heeft en secuur op de rangorde let. Hoe lief, schattig, tam en vermakelijk de hennen ook zijn, ze vormen geen gezelschap om ooit nog een vreemde bij te zetten. Wat een vinnig stel meiden! Stippel wordt na zoveel maanden nog altijd nauwelijks geaccepteerd. Ze legde vandaag een ei van 42 gram, het zwaarste tot nu toe.

Ik heb geen automatische opener/sluiter op het hok. Betekent dat ik, zodra het pikdonker is, het hok ga sluiten. Eerder heeft geen zin. Komen ze weer allemaal buiten om te zien of ik soms lekkers verstrek. Later kan wel want de ren is veilig. Laatst had Daantje me horen komen. Ik had niet gezien dat hij in de doorloop stond. Ik schoof de deur dicht en klemde hem ertussen. Tegenwoordig schijn ik even binnen met een zachte zaklantaarn. De hennen liggen voor pampus op een kluit in de hoek, en daarvoor ligt Daantje als een rommelige verenzwabber de wacht te houden. Hij opent z’n ogen en maakt een klein geluidje als ik het hok dichtschuif. Alsof hij wil zeggen: hè hè, nou kan ik ook lekker gaan slapen. Ons begint ons prima te kennen.

Heilige zondag

Opgegroeid in een tijd dat de zondag nog heilig was (kerkgang, aansluitend koffie bij opa’s, oma’s of oude tantes, brunch met plakje vlees en gekookt eitje en de rest van de dag binnen zitten niksen) is de zondag mij tegenwoordig nog veel heiliger geworden. Ik waak erover als een kloek. Tenzij het niet anders kan wil ik op zondag geen afspraken, uitjes of eters. Een lege zondag waarbij ik niet op de klok hoef te kijken is mijn summum van genoegen en de basis van mijn gezondheid.

Kattenbakken en kippenhok uitmesten, was- en afwasmachine laten zoeven (met bijbehorend leegruimen en ophangen want ik gebruik de droogtrommel nog zelden). Rekeningen betalen, administratie bijhouden, de post van de hele week vergaren en wegwerken, tijdschriften doorbladeren want anders kan ik de de abo’s wel opzeggen, e-mails beantwoorden, een concert beluisteren, de wekelijkse onrust van mijn schouders laten glijden en energie opdoen voor de komende zes weekdagen. Geloof het maar, mijn zondag is om voordat hij is begonnen.

Vanmorgen begon hij goed. Heb gisteren in een vloek en zucht boodschappen bijeengegrabbeld bij de grootgrutter waar je over de hoofden kunt lopen omdat heel Utrecht er ook komt shoppen. Alles keurige mensen (geparfumeerd, geblondeerd, heupwiegend op de hoge hakken, met gillend grut waarnaar niet wordt omgekeken). Op weg naar het biobrood staat er een oudere dame triest zuchtend voor de stelling met bonusgeprijsde tompoezen. Ze zegt: wat zou ik die nog eens graag willen eten!. Ik kijk haar niet begrijpend aan. Twee, zegt ze, geen vier!.

Nou ben ik ook niet van de beroerdsten en – hoewel ik weet dat die fabrieksdingen niet te eten zijn – zeg ik: Zullen we delen? Wacht op me voorbij de kassa want ik moet nog een paar dingen pakken.. Ik loop eerst terug naar de groente om twee plastic zakjes te pakken, mik de rest van de boodschappenlijst in de kar en zie haar al voorbij de kassa wachten. Het valt nog niet mee om het hermetisch gesloten tompoezendoosje open te krijgen, maar als bodem en deksel van elkaar gescheiden zijn hevel ik twee tompoezen over naar het deksel, lik mijn vingers af en haal de plastic zakjes tevoorschijn. Doet u dit wel vaker?, vraagt ze verbaasd.

Zojuist mijn zondag gevierd met het verorberen van twee ietwat gehavende roze baksels die de naam ‘tompouce’ niet mogen dragen. Ik had ze ooit eerder geproefd. Ze zijn zoet en vet op een te dikke weke korst. De vulling die van Engelse room hoort te zijn op basis van eieren met vanille uit een stokje, is een smakeloze mix van opgeflufte vettigheid; de deksel een door vocht verslapt baksel waarop een dikke laag nat fondant. Hoe zou het mijn medekoopster vergaan? Hoop dat ze ervan geniet. In plaats van de taartjes in de afvalbak te schuiven eet ik ze alle twee op want eten behoor je niet weg te gooien. Ik kan er de hele dag weer tegen!

Kadaster

Kadaster kwam langs. De gemeente had melding gekregen dat ik zonder vergunning had gebouwd c.q. aangebouwd. “Er heeft een sloopcontainer voor de deur gestaan”, zei ik, “vanwege een grote lekkage. Maar meer dan de boel herstellen heb ik niet gedaan”. De man spiedde rond met de tekeningen in de hand, maar kon natuurlijk niks ontdekken. “Binnenkort staat er weer een container op het pad voor de vergane tegels van het balkon. Dat wordt ook niet verbouwd, alleen maar lekvrij hersteld”.

Het is slimmer eerst de hondenkoekjes uit de zak van mijn jeans te halen, voordat ik hem in de was doe.

Vriendin werd gisteren 80 en gaf een groot feest voor uitsluitend vriendinnen in een eersteklas etablissement. Dat is wat, 35 dames bij elkaar! Ondertussen speelde een levende cello beeldschone stukken die verloren gingen in het gesnater. De akoestiek van het etablissement was op dit alles geheel niet berekend want (modern natuurlijk) de dikke pluchen gordijnen zijn sinds jaar en dag verdwenen. Van mij mogen ze terug want je kon elkaar nauwelijks verstaan, wat doodzonde was.
Na vier uur gespannen luisteren met gespitste oren kwam ik uitgeput thuis. Zo moe, dat ik vanmorgen driemaal de wekker heb uitgemept wat me zelden gebeurt. Gek genoeg (voorgevoel?) had ik de zaterdagse wandelmeiden afgezegd. Mede omdat ik een uitvaartdienst zou hebben. Kreeg bijtijds de tip niet naar de kerk te gaan (veel te klein, risico dat je buiten de plechtigheid zou moeten volgen) maar pas om vijf uur naar het condoleren.

Al met al eten de dieren duurder dan ik, maar eitje 156 is vanmorgen gelegd. Ik krijg voor die kostbare graantjes, kroppen andijvie en zoete piepers waarop ze dol zijn dus wel een kleinigheid terug. De ren ligt vol veren en donsjes. Ze zijn goed in de rui.

Overigens was er gisteren een mevrouw met wie ik ooit wat nader omging. Ze vertelde dat haar man altijd teveel inkocht als hij boodschappen ging doen. Ik zei dat dit ook een kwaal van JW was die altijd meer kocht dan we konden eten, maar dat ik hem vreselijk mis als ik het blad moet maken omdat hij trouw een warm hapje kookte als ik moest werken. Mevrouw reageerde naar mijn smaak bijzonder onaardig. Ze antwoordde: “is dit het enige waarbij je hem mist? Tsss… Je kunt nu toch ongestoord je eigen gang gaan?”. Ik wilde het feest niet bederven anders had ik gezet: Als jij geen snars van rouw begrijpt, houd dan maar liever je waffel dicht!” en ben van haar weggelopen.

Luxe

Me al weken heilig voorgenomen om vóór het feest van L. kleren te kopen. De laatste keer dat ik iets had aangeschaft was voor de begrafenis van JW, 14 maanden geleden. Vanmorgen was het de eerste dag dat ik niets hoefde. Inge was woensdag al geweest want was gisteren jarig. Het KM lag bij de drukker. Geen werklui over de vloer dus ‘dolce far niente’. Ik wist niet wat me overkwam.

Ik kocht spullen die ik goed met elkaar kan combineren, waaronder een bronsgoud lang vest dat ik, nonchalant netjes, zowel op bruin als op zwart kan dragen. Verkoopsters hebben aan mij geen kind want ik weet exact wat ik wil, en nog preciezer: wat mij niet bevalt. Ik ga nooit op hun voorstellen in maar sleep alles wat mij misschien bruikbaar lijkt mee naar het pashol en ga als een razende aan de slag. In de hitte van de strijd rinkelde mijn telefoon. Die zat in de zak van mijn jeans die ergens onder in de stapel lag. Ik liet hem bellen.

Om twaalf uur weer thuis waar ik me concentreerde op het maken van een ‘cadeau-pagina’ voor het boek voor de jarige L. Goed gelukt. A teruggebeld die me had gefoond in de klerenwinkel. Ze zei “Ik kom vanmiddag gezellig bij je langs”. “Mooi van niet”, sprak ik geschrokken, “want ik heb na 11 weken eindelijk een afspraak bij de kapper”. Ze kon er gelukkig om lachen. Om half drie het huis uitgerend met de hond om een uur door het bos te lopen.

A. en de kapster hadden me beiden Lysine aangeraden om de gordelroosplek sneller te laten verdwijnen, maar in de capsules die de natuurwinkel verkocht zat sulfiet. De DA-drogist op mijn eigen dorp waar ik later binnenrende schudde het wijze hoofd en zei dat hem biergist beter leek. Da’s ook sterk! De laatste week drink ik spontaan elke dag (alcoholvrij) bier. Mijn lichaam vraagt altijd wat het nodig heeft.

Eenmaal bij de drogist kreeg ik de onbedwingbare behoefte bronsgoude nagellak te kopen voor bij mijn nieuwe vest. Er waren vele ‘bronzen’. Ik bestudeerde met zorg alle uitstalrekken. Geweldig geheugen voor kleuren moet ik hebben, want toen ik na thuiskomst het flesje bij het vest hield, was ik dik tevreden. Morgen knip ik mijn nagels weer kort want het is er bar vervelend mee tikken.