Lijdzaamheid

De bouw is niet klaar, de voorgenomen bomen nog niet allemaal gekapt, de muren zijn nog nat, het tijdschrift vordert te traag omdat ze treuzelen met kopij inzenden, de gordelroos is nog steeds niet helemaal weg, restaureren balkon staat in de planning maar ik weet niet wanneer ze beginnen, maar verder gaat het goed.

Zolang ik de dagen maar lijdzaam onderga, me nergens over opwind, liefdevol de toenemende chaos bekijk, mijn schouders ophaal over de ras naderende deadline van het blad waaraan ik bezig ben, loopt alles op rolletjes. Who cares!

Zo lang er vogels binnenvliegen, de kippen eitjes leggen, oude Pluis in z’n mandje naast me ligt te ronken, Yoeko met zijn bontlijf mijn voeten warm houdt zijn er ook aardige momenten op een dag.

Volgens kenners blijkt het allerminst vreemd dat ik de afgelopen jaren bol stond van de allergie. Die liep ik niet buiten op, zoals men lang heeft gedacht, maar binnen tussen de natte, beschimmelde muren.

Verwarming op 16 graden en voorlopig ramen open. Blij dat ik op Terschelling ooit dikke Ierse schipperstruien kocht waarin ik mij een kacheltje voel.

Zwarte rat?

Werd vanmorgen wakker, downloadde mijn krant en hoorde hevig geritsel. Huh? Even later weer. Nu klimmen er wel vaker in het najaar muisjes door het huis, maar dit geluid was te grof. Leek meer op dat van een zwarte rat, om meteen maar dramatisch te doen, want daarover had ik pas gelezen.

Radio uit, licht uit, wat is hier aan de hand? Er fladderde een donkere schaduw door de kamer die boven op de kast ging zitten. Vleermuis? Nu? Dit kon niet waar zijn, en dat was het ook niet. Er had een koolmees bij me gelogeerd!

Gordijnen dicht, ramen wagenwijd open. Hij bleef waar hij was zolang ik hem bespiedde. Pas toen ik koers naar de badkamer zette hoorde ik het gesnor van zijn vleugels op weg naar buiten. Blijft alleen nog het raadsel wanneer hij in hemelsnaam binnen is gekomen. De kiepramen staan altijd open, maar om door de bovenkier binnen te komen moet een koolmees toch van goede huize zijn.

Gistermiddag de ramen een tijd wijd open gehad. Heeft hij er zo lang gezeten?

Bekneld

Gisteravond ging het bijna mis. De kipjes gaan pas slapen als het donker is. Pal voor het nieuws van acht uur wilde ik het hok gaan sluiten, wat ik altijd doe tegen mogelijke vossen.

Ik trok aan de hendel van de schuifdeur en voelde weerstand. Ik probeerde het nogmaals en er klonk luid geklaag. Ik had Daantje klem getrokken. Ik ontstak mijn zaklantaarn en zag hem zielig gevangen in de opening. Dank de hemel dat ik geen kracht had gezet. Ik schuif altijd langzaam om ze niet wakker te maken uit hun eerste slaapje.

Daantje had kennelijk onraad gehoord en was op wacht gebleven terwijl ik zonder licht naar het hok was gekomen.
Beter opletten de volgende keer. Ook alweer geleerd.

Ontraadseld

Het is nu aan de orde van de dag. Dat Puk weigert haar ei in het legnest te leggen. Ze kan het getut van de nieuwe haan niet velen. Ouwe Daan begeleidde zijn hennen ook bij het leggen, maar bleef daarbij decent in het slaaphok zitten. Nieuwe Daantje gaat helemaal mee het leghok in. Mijn eigengereide Puk heeft hier geen boodschap aan.

Ik vermoed dat ze haar kans tot leggen grijpt zodra Daantje zich met een van de anderen in het leghok heeft teruggetrokken. Dan sluipt ze naar binnen en gooit haar ei op het rooster van het slaaphok. Nooit vind ik haar ei alleen als ik raap. Altijd ligt er ook een eitje in het leghok. Dus zo zal het wel gaan.

Het raadsel van Pukjes ei onder de latten van het rooster is ook opgelost. Jurjen, de ecologisch snoeierd die hier zaterdag was had zelf ondervonden dat een eischaal zo zacht is als zeemleer op het moment dat het de cloaca verlaat. Pas in de minuten erna verhardt het onder invloed van de lucht. Puk d’r eitje is tijdens het leggen nog flexibel. Als ze het toevallig op een spleet laat vallen zakt het daar spontaan doorheen om pas even later te verharden.

Dat mijn kippen nog altijd leggen, hoewel ze beginnen te ruien, schijnt mede aan de kwaliteit van het voer te liggen en aan het feit dat ze altijd buiten lopen en elk straaltje daglicht vangen. Het volgende ei zal nummer 150 worden. De grote kippen Mo en Stip leveren nu eitjes van 40 gram; de kleintjes Kat en Puk rond de 36 gram.
Het blijft een luxe, eigen eitjes!

Roodborst

De roodborst begint wel erg vertrouwelijk te worden. Waar ik ga, vergezelt hij me. Soms zit hij me op een meter afstand te bespieden. Als ik naar de kippen ga, vliegt hij mee. Hij kan precies door de tralies, vliegt de ren in, pikt er een graantje en gaat dan weer op een tak naar me zitten kijken. Als ik opsta vliegt hij weer mee naar het huis.

Zaterdag maakte hij het te bont. Vloog hij mee de keuken in, poepte het aanrecht onder en ging door het bovenlicht weer naar buiten.

De mare dat een roodborst de boodschapper zou zijn van een overledene gaat er bij mij niet in. In de 36 jaar dat ik hier woon zijn er, zomer en winter, altijd roodborsten met me meegevlogen. Alleen hebben ze ‘s-zomers minder tijd vanwege het broeden.

Maar brutaler dan deze heb ik er nooit een gehad. Ik kon zaterdag dan ook alleen maar roepen: Scheer je weg en bemoei je niet met mijn koffie!