Wat heb jij nou te doen?

Advertentie op Marktplaats gezet – check
Kippenladder afgemaaklt – check
De was gedaan – check
Het losgeraakte émail van Loek weer op zijn blok bevestigd, na grondig schuren – Check
De 30 jaar oude teak picknicktafel met azijn van groene aanslag ontdaan – check
De tafel afgespoeld en voor de tweede keer in azijn gezet = check
De meeste onderdelen van de kinder picknicktafel geschuurd – check
De moeren van de aluminium kweekkasjes met W40 ingespoten (gebroken ruitjes moeten vervangen) – check
Het door Huub gerepareerde slot weer op het deurtje geschroefd – check
De vastzittende schroefdraden van een bankschroef geolied. Hij doettut weer – check
Gedeelte gras gemaaid met de elektrische maaier die alle snoeren molt – check
De Flymo hovercraftmaaier opgehaald (file – file – file = uren) – check
Diverse brieven en mails afgewerkt, maar nog niet alles – check
Post naar de brievenbus gebracht – check
Een ander gedeelte gras gemaaid, met de Flymo. Werkt goed en licht, hoog boven het snoer hoera – check
Yoeko zijn eten gegeven – check
Een komkommer in fijne plakjes gesneden – check
In het vriesvak gelukkig nog een pizzabroodje gevonden – pfff
De lijst met wat ik nog moet doen is minstens even lang. Maar morgen is er weer een dag.

Ook alweer geregeld…

Heb het gevoel of ik drie maanden ben weggeweest. Terschelling is compleet buitenland. Hoewel ik elke dag de VK en het NRC las, raakte nieuws/wereldnieuws me voor geen biet.

Hier weer inwerken ja. Allereerst lag er een onuitstaanbare blauwe belastingenvelop met de vrolijke mededeling dat ze nog een astronomisch bedrag van me tegoed hebben. En een brief van Vitens die mijn waterstand wil weten. Watermeter? Waar zit hier de watermeter? Loodgieter gemaild die per kerende post terugmailde dat die in de waterput zat. Met Inge vanmorgen het putdeksel gelicht. Watermeter vol condens en niet af te lezen. We gokten op een stand. Vitens gebeld of ze me de vorige stand konden geven. Dat klopte dus niet, Vitens komt een nieuwe meter plaatsen.

Garage gebeld om de winterbanden te vervangen, was ik nog niet aan toegekomen.
Ik ben bijna weer aan vakantie toe.

Kippenhokleverancier nog aan zijn jasje trekken. Hok moet klaar zijn voordat de kuikens komen. Wanneer ik die kan halen weet ik niet, Laat ik nog maar even zitten.

De tuin is fantastisch, alles bloeit. Er hangt een zware honinggeur van zwaar bloeiende laurierkers. De kweepeer heeft al hele kleine peertjes. In de hazelaars zitten minihazelnootjes. De walnoot loopt uit. Het appelboompje in pot dat JW van Annalie kreeg staat in bloei, de wilde appel barst van de bloessems, de paarse azalea heeft een zee van bloemen, de schoenlappers bloeien roze, de oude aardbeienplanten zien er krachtig uit, in de vijver wiebelen de eerste zwartjes uit de eitjes van het kikkerdril. En toch was ik maar tien dagen weg. Zou ik dit willen missen?

Inge was blij dat ik terug was. Ik zei tegen haar: de tuin zou ik niet kunnen missen, maar zo’n klein huisje als op Terschelling zou me meer dan genoeg zijn. Ze zei: Dan bouw je toch een verwarmd prieel in de tuin en ga je daar wonen?. Ik vroeg: en wat doen we dan met het huis? Daar kom ik wel wonen, zei ze, als huisbewaarster.
Ook alweer geregeld!

Storm

Soo hee, daar was ik weer! Op de boot woei het windkracht 8. Her en der huppelden de kopjes en borden van de tafels en de golven sloegen over het bovendek. Met mijn schippersleven in het geheugen dacht ik meteen: eten! En ik bestelde me een smakelijke bruine pistolet met een lekker vette tonijnsalade. Had ik enige uren later plezier van. De obers zeilden over de paden met hun volle borden. Prachtig!

In Harlingen bleek de wind niet minder. Ik dacht nog even: in zo’n storm had ik beter mijn oude auto kunnen hebben want de Kangoo vangt aanzienlijk meer wind, maar blijkt wel een pittige motor te hebben. Omdat er niemand op mij wachtte, het ook nog spitsuur was, besloot ik in het motel in Joure te blijven pitten. Bij Joure kreeg ik er lekker de vaart in. Doorrijden naar de ‘uitlaatsplaats’ bij de Follegasloot en Yoeko laten pissen. Hij woei zowat van zijn sokken en het goot. Slapen in Lemmer dan maar.

Bij Lemmer realiseerde ik me dat “De Wildeman”, ooit dé gerenommeerde dorpsherberg niet meer bestond. Dan maar door naar Emmeloord met mijn goedgevulde maag. In de NOP was de wind nog fors. In de Flevo werd het 6, en eenmaal thuis leek er geen vuiltje meer aan de lucht.

Alie kwam vanmorgen om half tien met de prettige boodschap dat ik niet mocht poetsen omdat er een heuse poets zou komen, de schat. Ze vertelde meteen dat haar dochter in januari weer op vakantie ging, maar misschien was dat te koud voor mij? We houden contact.

Op de boot vertelde een echtpaar dat ze nooit meer zonder auto naar Terschelling zouden gaan. Het parkeergeld in Harlingen, de bus- en taxiritten op Terschelling, en het gevoel ‘gevangen’ te zitten bij harde wind woog aan levensgenot niet op tegen de paar tientjes die ze uiteindelijk hadden bespaard. Ze hadden de pest in. Mijn idee! Ik voelde me vrij als een vogel en ging waar ik wilde. Heerlijk! En je draait er amper kilometers. Ik ben op fantastische plekken geweest.

Nieuwe vriendin

En toen was de bui met hagel, donder en weerlicht toch nog gekomen. De hele dag was zacht, afwisselend met zon en motregenbuitjes, maar de ochtend begon grauw. Ik moest me vermannen om naar het strand te gaan, maar eenmaal daar was het heelijk om alwéér die hele vlakte – zompig door hoogstaand water – voor ons alleen te hebben.

Tegen elf een loopje naar bakker Spanjer en de Spar. Schuin tegenover legde ik Yoeko aan een stenen paal. Bij terugkomst zag ik dat hij in druk gesprek was met de oude dame die achter die paal woont. Haar voordeur stond open en zij stond op haar stoep bij de hond. Zo’n mooie brave hond, zei ze. Ik zag hem liggen en vond dat ik op hem moest passen. Nu er meer toeristen zijn weet je maar niet wie hem mee kan nemen. Het zou niet de eerste keer zijn dat er een verdween die niet meer werd teruggevonden. We raakten langdurig aan de praat terwijl de hond aan onze voeten lag en spraken af dat ik de volgende keer zou aanbellen om koffie te drinken en haar op de hond te laten passen. Alweer een contact erbij!

Aannemend dat de winkels nu wel dagelijks open zouden zijn, reed ik naar Midsland om benzine te tanken en de laatste boodschappen te doen. Een echte pomphouder die mij bediende! De benzine was dan ook 5 cent duurder dan bij mijn eigen zelfbediening waar ik stinkend vandaan kom omdat ik geen geduld heb een plastic handschoentje aan te trekken die ervoor hangen.

‘t Pieter Peit’s Winkeltje in Midsland bleek maar drie dagen open en niet vandaag. Ik had er goede bonbons willen kopen voor Alie en cranberryspul voor Annalie. Vroeger hadden ze dit soort dingen ook bij de Coop, maar sinds die in andere handen is niet meer. Ook de ‚knipworstjes’ lagen niet meer los in de bak, maar hingen ingesealed aan de muur. Fabrieksspul geworden.
De juf achter de kassa stal echter mijn hart. Uw capuchon hangt bijna helemaal los, zei ze. Komt door de hondenriem die ik altijd om mijn hals draag. Hoewel er een dikke rij mensen stond kwam ze achter haar kassa vandaan om de drukkers aan te drukken. Wie zegt dat Terschellingers stug zijn heeft het helemaal mis.

Het tempo ligt hier heerlijk laag. Op de weg over het eiland mag je vrijwel nergens harder dan 60. Ik houd me eraan. Waarom niet als ik geen haast heb? Wie langsscheuren zijn geen eilanders. Laatst reed ik achter een trekker die hooguit 40 reed. Inhalen op de bochtige weg leek me geen goed idee. Achter mij reden minstens zes auto’s in ganzenpas. Geen die bedacht om te passeren. Van dat gestresste leven op de wal houden ze niet. Ik zal thuis weer aan het Hollandse tempo moeten wennen!

Gewandeld bij het kantoor van Staatsbosbeheer. Stukje door het bos en de prachtige duinen met donkere heide. De krentenboompjes bloeiden. Langs de smetteloze camping die ze exploiteren. Je zou er bijna een tent voor kopen als je geen huisje in West kon bewonen. ‚West is best’ blijf ik denken. Tenzij ik met de hondenmeiden ga, wil ik nergens anders zitten. Helaas passen we niet met vijf meiden en zes honden in mijn huisje.

Vanmorgen dacht ik: hoe kom ik hier weg zonder JW. We hadden altijd een taakverdeling die zonder veel woorden uitstekend werkte. Zoals we ook op de zeilboot smetteloos konden afmeren, zonder haast, zonder dat er woorden nodig waren, laat staan geschreeuw!
Het meest mis ik hem voor de napret. Dit huis staat vol snuisterijen. We begonnen altijd met alle houten vissen en vogels, kandelaars en beelden, lichtjes en kaarsjes op de bovenste kastplank te zetten. Bij het opleveren waren we vergeten waar alles had gestaan en probeerden we een en ander – voorzien van het nodige commentaar – elegant terug te zetten.

Het meeste is gepakt. Morgen de poets. Geweldige dagen gehad maar ook weer blij om naar huis te gaan, wat een goed teken is.

De poezenmuts van Annalie

Op het laatste moment had ik thuis nog de poezenmuts van de kapstok gegrist, niet wetend hoeveel plezier ik eraan zou beleven. Ze had hem ooit uit Schotland voor me meegebracht. Leuke muts, maar wel flink te groot. Al wandelend zakt hij ver over voorhoofd en oren, precies wat ik hier nodig had.
De wind was om vanmorgen. Voor het eerst zuidwest. Niet ijzig maar wel krachtig. Op het strand kreeg ik de volle mep. De muts zat nog in mijn ‘wildzak’ en ik maakte er dankbaar gebruik van. Dank je wel Annalie!
Flinke snotneus opgelopen. Door het riet? Door ontluikende katjes? Of toch door de smog die hier in de vorm van mist enige dagen flink is blijven hangen.

De FjoerToer bofte. Ze hielden het vrijwel droog. Prachtige organisatie want de hele wandelmeute mocht gratis met de bussen en tot halftwee ‘s-nachts weer terug. Bij de ‘Walvis’, het strandpaviljoen waar ik 50 meter vandaan zit, was het eindbal. De muziek schetterde tot heinde en ver, maar was klokke 12 afgelopen, waarna de lopers – gewapend met hun gekleurde kokers met lampjes erin – zich naar de bushalte begaven. Overal zag je die lichtkokers lopen in Terschellinger kleuren. Vele strompelaars met blaren want zand in je schoenen wil best schuren en er waren eigenwijzen die ondanks de waarschuwing toch te lage gympen hadden gedragen. Mijn huis bleek trouwens goed geïsoleerd. Geen enkele last van de boemboemmuziek. Toen ik Yoeko om 23 uur uitliet, viel de herrie bovenop me.
Tot mijn verbazing was het grasveld voor de Walvis vanmorgen al smetteloos opgeruimd. Geen prop of bekertje te bekennen. In de straten stonden op elk stoepje en muurtje nog wel de jampotten met waxinelichtjes. De eilanders stonden rond negen uur hun slingers en vlaggetjes op te ruimen. Een schoon eiland!

Zand in je schoenen, bah! Ik heb heel Terschelling gedaan op mijn oude leren laarzen waarvan ik geen afscheid kan nemen. Ik kocht ze toen Yoeko kwam, en die wordt in juni al acht. Dure laarzen lonen, al zit er onderhand geen profiel meer onder, maar ze zijn nog altijd waterdicht en soepel als een handschoen. Als ik ze maar in leervet blijf zetten. Thuis berg ik ze op tot een volgende eilandvakantie, want voor een bos vol boomstronken zijn ze waardeloos. Typische zand- en strandsluipers geworden met als bijkomstig voordeel dat niet het hele huis vol zandklodders ligt.

Goede vakantie gehad, want vanmorgen was ik voor het eerst weer benieuwd naar mijn tamme merel, moeder houtduif en mijn eekhoorns. En naar de paddensnoeren en hompen kikkerdril in de vijver. Zijn mijn gezaaide grote hosta’s opgekomen? Hoe is het Inge vergaan? Ik had niet meer aan thuis gedacht, maar nu krijg ik er zin in. Ik zou hier met niks kunnen wonen en zal het wijdse strand met de getijden ontzettend missen, maar in de bossen zijn ook weer leuke dingen.