Moet dat? Ja, dat moet

Toen was het uit met de pret. De afgelopen drie dagen geen eitjes meer gehad. Nu is het te donker en te koud geworden. Ze vinden het leven ineens een stuk minder aangenaam maar zullen er zelf iets van moeten maken. Fokker verzekert me dat ze flinke kou kunnen verdragen en dat afharden gezond is. Er staan nu nog vijf eitjes in mijn rekje.

Gistermorgen hard gewerkt en met veel energie tegen Inge opgetornd.
Ik houd niet van bruine kamers, zei ze in de logeerkamer. Je moet hem ook wit maken.
Je hebt helemaal gelijk, zei ik, maar van mij hoeft het niet.
Dan doe ik dat toch even?, bood ze enthousiast aan maar Ik zei dat ‘even’ niet bestond en dat we voorlopig met andere dingen bezig waren.
Nah, bokte ze, als ik hier zou wonen dan zou ik het wel weten!
Ik zei dat behang afsoppen in deze kamer ook een dankbare bezigheid zou zijn. Er zit watervast industriebehang dat op soppen is berekend, maar daar moest ik, wat haar betreft, maar niet op rekenen.
De schrootjes kunnen ook best een sopje gebruiken, probeerde ik nog, maar ze bleef halsstarrig bij haar witte kamer.
Dan sop ik de boel zelf wel zodra ik er zin in heb, dacht ik, en zei: Kom, we gaan naar beneden.

In de gang dan maar.
Op de boekenkasten stonden vroeger dingen die ik me amper meer kan herinneren. We hadden ze al weggehaald. Van de trap afdalend zag je wel nog dikke kringen waar iets had gestaan. Eerst stoffen, zei ik. Niet luchtigjes met een plumeau maar gewoon met een stofdoek voordat we er dingen neerzetten.
Alweer?, vroeg ze verbaasd. Heb ik pas nog gedaan.
En, wat zetten we er neer? vroeg ze even later.
Opa’s verzameling kannen, zei ik.
Die zouden toch naar de vliering gaan? Ik vind er niks an, zei ze. Ik wil dat houten paard hier zetten.
Ik niet, zei ik, want bij elk zuchtje tocht dondert het om.
Dan moet je het zelf maar weten, zei ze, maar als ik hier zou wonen dan wist ik het wel!

Oke, oke, ze is onmisbaar en fantastisch voor de tuin, voor sjouwen en tillen, voor alles wat ongebruikelijk is en ik mag haar bijzonder graag maar voor stof, sop of dweil volledig onbequaem en gemakzuchtig. Voor afsoppen van een stalen kastje neemt ze een vochtig lapje met dik jif. Ik zeg, en nu even een emmertje water erbij om die jif weer van dat kastje te halen. Moet dat?, vraagt ze gebeten. Allemachtig, ja dat moet!

Ik zat, nadat ze was vertrokken, net achter mijn computer toen ik in mijn agenda zag dat vandaag de papiercontainer wordt geleegd. Dit gebeurt maar eens per maand. Opnieuw in de benen en alle dozen, tijdschriften en kranten uit het hele huis verzameld en naar de container gesjouwd. Voldaan de volle bak op straat gezet. Beetje de pest in omdat er nog altijd tijdschriften zijn die ik niet heb opgezegd en nu ben ik te laat.

Warm eten schoot er weer bij in. Ik moet op z’n Frans ‘s-middags een hoofdmaaltijd maken. Op het einde van de dag heb ik daar geen zin meer in. Bovendien ga ik betrekkelijk vroeg naar bed want om half zeven ratelt de wekker. Half uur om de VK te lezen (downloaden op iPad) en om 8 uur beneden om hond en kippen uit te laten. Naar bed gaan met een volle maag voelt niet lekker.

Luchtbed is aangekomen. Goede kwaliteit gekozen met een extern elektrisch pompje. Het was in drie minuten vol. Bed blokkeert de halve kamer. Heerlijk dat het ook meteen weer leeg kan en opgeborgen in de kast. Ik heb even proefgelegen maar viel bijna in slaap. Gordijnhaakjes nog steeds niet gevonden. Ik weet absoluut zeker dat ik ze niet heb weggegooid.

Bed weg!

Er zijn ook verrassende dingen. Toen ik dan eindelijk die rotstoel had weggehaald die al drie maanden over de oude basculeweegschaal van omaatje stond, klom ik er op. Op de weegschaal wel te verstaan. Vriendinnen hadden al geconstateerd dat ik was afgevallen, wat ik niet geloofde. Nu kleed ik mij – schaars stokend en veel buiten – in dikke fleeces en ijslandse wollen vesten waardoor ik in de spiegels alleen maar ‘maat nijlpaard’ constateer. Ik bleek 5 kilo afgevallen. Niet verkeerd.

Gisteren een hangdag vol verplichte telefonades en internetbezigheden. Na nogmaals lang wikken en wegen een zorgverzekering afgesloten. Mobiele telefoonprijzen vergeleken. Punt is, dat niet elke provider hier een goed bereik heeft onder de rook van vliegveld Soesterberg. Telecom antwoordde ooit op mijn klacht: nah, dan gaat u toch buiten staan bellen? Ja hallo zeg, zo lust ik er nog wel een paar!

Ik moest dringend iemand spreken die terug zou bellen. Ik kon dus niet weg en nauwelijks naar buiten. Ik durfde zelfs niet naar boven omdat ik mijn computer nodig had als hij zou bellen. Dat gebeurde pas om 4 uur, maar het gesprek was nuttig. Arme Yoeko, weer niet gewandeld.

Het vouwbed weer van Marktplaats verwijderd toen ik me realiseerde dat het te groot was voor de gemiddelde personenauto. Ik begin Marktplaats trouwens vervelend te vinden met al die ongevraagde commercie. Vroeger was het intiemer. Nu schuimt en sluipt er van alles rond.

Emmaüs gebeld die het bed graag met het vrachtwagentje kwam halen. Een groot percentage van hun opbrengst gaat nog altijd naar de armen. Ik houd van hun rommelwinkel en koop er zelf ook wel eens wat. Wieg en kinderklapstoel meteen meegegeven. Ze staan maar nutteloos te staan. Als je die lichtgewicht, veilige zitjes van tegenwoordig ziet, durf je geen kind meer in een ouderwetse stoel te laten zitten.

De mannen, die ik al jaren ken, keken verwezen de gang rond naar alle stapels. ‘Hoop dat u vooreerst niet hoeft te verhuizen’, zei de oudste. Ik zei maar niets. ‘Waar staat jullie auto?’, vroeg ik want die zag ik niet. ‘Eindje verder’, zeiden ze. ‘De mensen vinden niet prettig dat we pal voor hun deur staan laden.’

Wat zijn sommige mensen toch stomvervelende dieren!

De kop is eraf

IMG_7969De kop is eraf (van het overvolle logeerbed) maar nu de rest nog. En de laatste loodjes wegen loodzwaar.

Maar op mijn slaapkamer kunnen de kastdeuren weer open wat betekent dat ik niet meer uit de schone wasmand hoef te leven, of van de stapels op het lege bed. Er ligt nog wel een groot opgerold tapijt waarover ik mijn nek breek, er staan nog massa’s dingen in ‘t rond (zonder vaste woon- of verblijfplaats) en het ruikt er indringend naar boenwas. Klaar is nog niks, maar er is tenminste een begin gemaakt.

Tegenvaller was het vouwbed dat jaren in de gang heeft gestaan. Twee jaar terug hadden we het gammele kleuterklapbedje door een onverwoestbaar exemplaar vervangen dat niet kon kiepen, dwarsgeweven spiralen had en een schuimrubberen matras. Kortom topkwaliteit van de speciaalzaak. Dit bed zouden we even naar boven brengen. Ik wist dat het stalen ding zwaar was, maar hoe zwaar was ik vergeten omdat het gewicht op de soepele wieltjes nooit te voelen was.

Op het moment van ‘schouders eronder’ zei ik tegen Inge: We doen het niet! Eén moment van onoplettendheid, en we butsen met dat stalen frame de stuuk van de muren of een gat in het behang. Eenmaal boven krijgen we het nooit meer naar beneden. Het zal voortaan het kamertje blijven blokkeren voor enkele nachten per jaar. Ik wist maar één ding: dat ik dit niet wilde!

We bleven nog een hele tijd wikken en wegen, passen en meten en ik bleef bij mijn besluit het vouwbed op Marktplaats te zetten en een goede kwaliteit opblaasbed te kopen dat weer leeg kan als het niet wordt gebruikt. Als Ies zonder ouders komt, kan ze op de logeerkamer wonen. Dat vind ze ook leuk.

Dit besluit luchtte me zeer op. Dus wie een eersteklas poepiegaaf vouwbed zoekt, kan me mailen of op marktplaats zoeken.

Schiet op!

Zondag: Niet te geloven: zittend ontbeten! De dagelijks geperste sinaasappels in een net glas, een bordje met mes en vork, een likeurglaasje als eierdop, bruine boterham met roomboter en twee zachtgekookte henne-eitjes. Met koud water opzetten en, als ze koken, nog één minuutje. Helemaal top.

Toen ik om 8 uur het hok open deed lag er een eitje. Om 7 uur gisteravond, na controle, de deur dichtgeschoven. In de knusheid van het volle hok heeft Katje dus overuren gedraaid. Het ei voelde steenkoud en was nummer 171. Da’s dus 28,5 doosje van zes stuks. Er gaat meer voer in dan er eieren uitkomen, dat dus weer wel.

Nu streng zijn tegen mezelf. Gewoon de zooi opruimen. Niet te precies zijn. Stoffen en soppen komt later wel. Alle foto’s, negatieven en dia’s in grote tassen de vliering op voor het nageslacht. Dan hebben ze straks ook nog wat te doen. Evenals de dozen kerstversiering die van de vliering kwamen toen de aannemer de balken moest inspecteren. Waag niet te denken dat ik op dit moment mijn huis vol lichtjes en ballen ga hangen die straks ook weer opgeruimd moeten worden.

Twee uur boven rondgedabberd zonder zichtbaar succes. Veel spullen die ik niet wil houden, maar die zonde zijn om weg te gooien. Zouden op Marktplaats moeten, maar ik wil geen kijkers op de stoep en ik heb voorlopig ook geen tijd om pakjes te maken en naar de post te brengen. En dus schiet het vandaag niet op. Met de vreemde ogen van Inge gaat het morgen vast beter. Probleem weer een dag verschoven. Laat ik het blad maar uit de goten gaan vegen op het balkon. Ook nuttig en hoognodig.

Net bezig of daar gaat de telefoon. O jee ja, ik moet met een clubgenoot een kerstbijeenkomst organiseren. Helemaal vergeten. Al maanden geleden afgesproken. Het wordt een gesprek van minstens vijf kwartier en ik beloof X, Y en Z te bellen. Tegen vier uur daalt de schemer. De rest van de middag besteed ik aan telefoneren, nadenken en organiseren. Oef.

Maandagmorgen 8 uur: Tijdens mijn rondje met Yoeko hoor ik werkvoeten op het pad. Yoeko slaat hevig aan alsof hij voelt dat ik niemand meer kan verdragen. Het is de glazenwasser en ik heb hem hard nodig om de goten schoon te maken. Ik haal mijn laatste lach uit mijn binnenzak en heb geen zin meer om sinaasappels uit te persen of te ontbijten. Om 10 uur komt Inge en moeten we hard aan de slag, maar de glazenwasser houdt van lange praatjes bij de koffie. Dat mag, want hij krijgt een vast bedrag. Alleen: vandaag mag dat niet.

Volbracht

Het is volbracht. Zojuist de elektricien uitgezwaaid en daarna de deur op slot gedraaid. Heren, daar zit de bel, heb ik ieder afzonderlijk gewezen, maar of ze het snapten weet ik niet.
Laat ik meteen vertellen dat het stuk voor stuk aardige kerels waren aan wie ik mijn boeltje kon toevertrouwen en dat is ook veel waard. Maar het duurde te lang. Ik kon niet meer uit de voeten met mijn eigen leven. Was weken aan huis gebonden omdat er iemand kwam werken die soms na twee uur weer verdween om een andere keer terug te komen. En al die stress en kleine ergernissen hoopten zich op.

M greep mij gisteren bij de lurven en zei: kom maar snel langs want je schouders zitten muurvast, iets wat ik in geen tijden meer heb gehad. De gordelroos dreigde terug te komen en mijn veerkracht is duidelijk minder. Nu zijn ze met z’n allen afgezwaaid. Het liefst zou ik in mijn eigen huis op mijn eigen vloer plat op mijn eigen rug gaan liggen om het eerste etmaal niet meer overeind de komen. Nog even met Yoeko naar het bos? Ik breng het niet meer op. Ben begonnen de smerigste zooi uit de kamer weg te dweilen. Morgen verder.

Als het alleen dat kamertje was, maar klodders stuuk, vegen verf, zaagsel en slijpsel liggen van onder tot boven, ingetrapt in parket en tapijten, en dwarrelend uit de lucht. De behanger zei vanmorgen: zo’n trap met één leuning zoals u die heeft màg helemaal niet meer van de Arbo. Ik zei dat ik er blij mee was; dat ik mijn trap zowat 40 jaar kende. Ik vroeg hoe hij zijn brede ouderwetse houten ladder boven had gekregen als er een tweede leuning was geweest. Bots bots bots tegen de muren? Daar had hij niet van terug maar toch: of ik maar nooit op mijn sokken die trap wilde belopen. Ik bedankte hem voor de tip want het is een beste man.

Helaas heb ik geen gelakt parket maar ouderwets geboend. Morgenvroeg de vlekken schuren en de overloop in de boenwas zetten. Alles weer terug aan de muren hangen lucht ook lekker op. En verder alles weg wat niet nuttig of nodig meer is. Dit is nog de ingewikkeldste klus. Ik wil een huis zonder hoeken vol ‘zonde om weg te doen’-souvenirs met aandoenlijke spullen van oma’s, opa’s, ooms en vele tantes. Lief dat ze allemaal aan me dachten; de mensen zitten voorgoed in mijn hart maar zonder hun snuisterijen zal mijn leven een stuk ordelijker worden.